Q&A: Het Israëlisch-Palestijns conflict

1.Waarom nemen Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen het zo expliciet op voor de Palestijnen?

Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen streven naar duurzame en rechtvaardige vrede en Israël en Palestina en nemen het daarom op voor het Palestijnse volk en de Israëlische vredesbeweging. Wij doen dit vanuit onze visie op solidariteit met de zwakkeren en het gevecht tegen de structuren van onrecht. Net zoals bij andere conflicten, vinden wij het belangrijk om een positie in te nemen en ons uit te spreken tegen onrecht. Onze positie is niet voor de Palestijnen en tegen de Israëli’s, maar voor rechtvaardigheid en vrede en tegen geweld. Onze leidraad bij ons werk voor vrede in Israël en Palestina is het internationaal recht. Het internationaal recht probeert de rechten van alle volkeren te garanderen en te vermijden dat het recht van de sterkste geldt. Eén van de principes is dat alle volkeren het recht op zelfbeschikking hebben, ook het Palestijnse volk.

2.Zijn jullie niet partijdig en pro-Palestijns?

Via het internationaal recht tonen Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen aan dat dit conflict niet zwart-wit is, maar wel zeer asymmetrisch. In tegenstelling tot het Palestijnse volk, heeft het Israëlische volk al meer dan 50 jaar een eigen staat, opgericht op 78% van historisch Palestina. De Palestijnen wachten al even lang op hun eigen staat. Bovendien bezet Israël de Palestijnse gebieden (de overige 22% van historisch Palestina: de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en Oost-Jeruzalem). Volgens het oorlogsrecht heeft Israël als bezettende macht verplichtingen tegenover het bezette volk en moet het onder meer instaan voor de veiligheid en het welzijn van Palestijnse burgers. Palestijnse gewapende groeperingen mogen, op hun beurt, geen aanslagen tegen Israëlische burgers plegen. Hoewel beide partijen verplichtingen hebben en het internationaal recht schenden, door onder meer het geweld tegen burgers, zijn Israëls verplichtingen veel groter.

3.Heeft Israël wel een partner voor vrede? Er werden zoveel vredesvoorstellen gedaan en de Palestijnen wezen die steevast af.

De vraag is of de Palestijnen een partner voor vrede hebben. De oprichting van een leefbare en onafhankelijke Palestijnse staat, staat immers niet op de Israëlische politieke agenda. Tijdens het vredesproces heeft Israël zijn controle over de Palestijnse gebieden vergroot, via de nederzettingen en de checkpoints. Verschillende politieke leiders bevestigden dat het doel van de onderhandelingen is, Israëls controle over het land te versterken terwijl het zich onttrekt aan zijn verplichtingen tegenover de Palestijnse bevolking. In 1988 erkende de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) Israël binnen de grenzen van 1967. Israël was echter niet bereid het Palestijnse recht op zelfbeschikking te erkennen. De erkenning van het Palestijnse recht op zelfbeschikking, zou de oprichting van een Palestijnse staat betekenen. Die belofte kon Israël niet maken. De voorstellen die Israël deed, zelfs tijdens Camp Davidakkoorden van 2000, waren ontoereikend. Zo wou en wil Israël nog steeds de grote nederzettingsblokken inlijven. Dit maakt de oprichting van een leefbare Palestijnse staat onmogelijk.

4.Verandert de situatie dan niet met Hamas? Willen de Palestijnen nog twee staten?

Voormalig president Yasser Arafat was bereid tot compromissen. Ook nu nog heeft Israël een partner voor vrede, al is de situatie veel moeilijker geworden sinds Hamas de regering leidt. Hamas weigert Israëls bestaansrecht te erkennen, het geweld af te zweren en de bestaande akkoorden te erkennen. Hamas vormde zich niet om van een terreurbeweging tot een echte politieke partij. Toch zijn er inspanningen gedaan. In juni 2006 ontwierpen gevangen politieke leiders het ‘gevangenendocument’. Hierin wordt Israël impliciet erkend. Dit is niet voldoende. Hamas moet, net zoals de PLO, Israëls bestaansrecht erkennen. Hamas bood Israël een wapenstilstand, of hudna, van 50 jaar aan, in ruil voor de terugtrekking uit de Palestijnse gebieden. Ook deze stap is niet verregaand genoeg. Toch biedt Hamas een mogelijkheid om uit de huidige impasse te raken. Maar bovenal blijft de meerderheid van de Palestijnen achter de tweestatenoplossing staan. De meeste Palestijnen tonen zich niet onverzettelijk tegenover Israël. Ze zien echter dat de Palestijnse Autoriteit wordt drooggelegd omdat Hamas weigert Israël te erkennen. Volgens hen is dit een beleid van twee maten en twee gewichten omdat Israël niet wordt verplicht het Palestijnse zelfbeschikkingsrecht te erkennen en ongestraft het internationaal recht naast zich neerlegt. Die incoherente houding van de internationale gemeenschap versterkt het radicalisme aan Palestijnse zijde. Als de Israëls expansiebeleid niet wordt gestopt, dan zal deze tendens versterkt worden. Momenteel bestaat er nog een brede consensus: een Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en met Oost-Jeruzalem als hoofdstad.

5.Heeft Israël dan niet het recht zich te verdedigen? Houden jullie wel voldoende rekening met de zelfmoordaanslagen en de Qassamrakketten?

Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen veroordelen de aanslagen van Palestijnse gewapende groeperingen tegen Israëlische burgers met klem. Aanvallen tegen burgers zijn een oorlogsmisdaad volgens het internationaal humanitair recht. Zowel de Palestijnse groeperingen als het Israëlische leger begaan geweld tegen burgers. Volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’tselem kwamen sinds 2000 meer dan 4000 Palestijnse burgers en bijna 1000 Israëlische burgers om. Wij pleiten ervoor dat beide partijen ten allen tijde afzien van geweld tegen burgers. De Israëlische aanvallen mogen onder geen beding gebruikt worden als excuus voor de Palestijnse gewapende groeperingen voor hun aanvallen. Wij menen dat het herstel van het respect voor het internationaal humanitair recht, meer veiligheid voor Israël zal bieden. Er is een patroon waarbij het geweld van het Israëlische leger het geweld van de Palestijnse gewapende groeperingen aanwakkert. Zo zijn de zelfmoordaanslagen in de jaren ’90 gestart toen duidelijk werd dat Israël zijn controle over de Palestijnse gebieden vergrootte. In de eerste drie maanden van de Intifada gebruikte het Israëlische leger ook extreem geweld en doodde bijna 60 burgers. Als gevolg hiervan namen de zelfmoordaanslagen exponentieel toe. Sinds de terugtrekking uit de Gazastrook in 2005 onderwierp het leger de Palestijnse burgers in Gaza aan veel meer geweld dan ervoor, met als gevolg dat de aanvallen met de Qassamraketten starten. Als Israël zijn verplichtingen als bezettende macht zou respecteren en afzien van extreem geweld tegen Palestijnse burgers, dan zal dat zijn eigen veiligheid vergroten.

6.De Staat Israël telt 6,9 miljoen inwoners waarvan 5,5 joodse Israëli’s en 1,4 Arabische Israëli’s. Wat is de status van de Arabische Israëli’s? Hebben zij de Israëlische nationaliteit?

De Arabische Israëli’s hebben het Israëlische staatsburgerschap, maar niet de Joodse nationaliteit. Dit betekent dat ze in theorie gelijke rechten hebben als joodse burgers van Israël. In de praktijk is dit niet het geval want Israël definieert zichzelf eerst en vooral als een Joodse staat en dan pas als een staat voor al haar burgers. De Arabische Israëli’s of de Palestijnse burgers van Israël zijn nakomelingen van de 150.000 Palestijnse burgers die niet vluchtten in 1948. Zij bleven in Israël en stonden tot 1956 onder militair bestuur. Concreet hadden ze bijvoorbeeld niet het recht om zich vrij te verplaatsen. Voor Israël zijn de Arabische Israëli’s een ‘vijfde colonne’ of een vijand van binnenuit, aangezien zij Palestijns zijn. Daarom worden ze op voorhand uitgesloten van (de normaalgezien verplichtte) legerdienst. Legerdienst biedt echter een heel aantal voordelen, zoals de toegang tot studiebeurzen. Arabische Israëli’s ondervinden in het dagelijkse leven heel wat discriminatie, en met name op sociaal-economisch vlak. Zo zijn de meest achtergestelde steden in Israël Arabisch. Tijdens de oorlog tegen Libanon raakten ook meer Arabische Israëli’s gewond omdat zij veel minder toegang hadden tot schuilkelders. Er zijn een aantal ngo’s zoals Hanitzotz Publishing Houses (partner van BD), the Arab Human Rights Association en Adalah die opkomen voor de gelijkberechtiging van de Arabische minderheid.

7.In de Palestijnse gebieden wonen 4 miljoen Palestijnen. Wat is hun status?

De Palestijnse burgers in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever leven onder Israëlische militaire bezetting, maar hebben de Palestijnse nationaliteit. Israël annexeerde de Palestijnse gebieden immers nooit omdat het niet wil instaan voor 4 miljoen Palestijnse burgers. Vanaf 1967 tot 1994 vielen de Palestijnse burgers onder Israëlisch militair bestuur. Een bezettende macht moet immers instaan voor de administratie van het bezet gebied en zorgen dat burgers toegang hebben tot o.a. onderwijs en ziekenzorg. Het Israëlische militaire bestuur deed dit niet, maar zag het als haar taak, Israëls controle te versterken. Palestijnen kregen bijvoorbeeld zelden een bouwvergunning als ze die aanvroegen. Het middenveld stond in voor basisvoorzieningen. Dit veranderde met de oprichting van de Palestijnse Autoriteit. Israël delegeerde de administratie van de Palestijnse gebieden aan de Palestijnse regering en die zorgde voor basisvoorzieningen. Het probleem is echter dat de Palestijnse gebieden werden opgedeeld in zones A, B en C. De Palestijnse Autoriteit heeft enkel in zone A, de dichtbevolkte Palestijnse steden, de bevoegdheid over de administratie en de veiligheid. Concreet leven de Palestijnen nog steeds onder een volledige militaire bezetting en heeft Israël zeggenschap over alle aspecten van het leven. Bewijs daarvan zijn de collectieve strafmaatregels, de checkpoints, de bouw van de Muur, enz.

8.Hebben de Palestijnse burgers van Oost-Jeruzalem dezelfde status?

Neen, omdat Israël Oost-Jeruzalem annexeerde na de oorlog van 1967. Voor Israël is Jeruzalem zijn eeuwige en ondeelbare hoofdstad en werd de stad herenigd in 1967. De internationale gemeenschap veroordeelde deze annexatie en stelt dat Oost-Jeruzalem de hoofdstad van de Palestijnse staat moet worden. De Palestijnse burgers van Jeruzalem kregen in 1967 het staatsburgerschap aangeboden van Israël. Ze weigerden dit omdat de Palestijnen hiermee hun aanspraak op Oost-Jeruzalem zouden verliezen. Sindsdien hebben ze residentierecht (gesymboliseerd door een blauw pasje). Dit is zeer nadelig, want de Palestijnse burgers van Oost-Jeruzalem kunnen dit residentierecht verliezen, door bijvoorbeeld naar het buitenland te gaan. Israël past allerlei maatregelen toe om de Palestijnse aanwezigheid in Oost-Jeruzalem te verkleinen. Zo verstrekt het nauwelijks bouwvergunningen en bouwen vele Palestijnen bijgevolg illegaal. Hun huis wordt dan vernield. De Israëlische mensenrechtenorganisatie Israeli Committee Against House Demolitions en het Alternative Information Centrum (partner BD) documenteren dit uitvoerig.

Deel dit artikel