Q&A over de uitlevering van Bosco Ntaganda aan het Strafhof

©ICC-CPI [Foto: Ntaganda tijdens zijn eerste verschijning voor het Hof ©ICC-CPI]

Op 18 maart 2013 kwam een einde aan de militaire 'blitzcarrière' van Bosco Ntaganda in de Democratische Republiek Congo. Die dag stapte de militieleider de Amerikaanse ambassade in Rwanda binnen en vroeg hij zijn uitlevering aan het Internationaal Strafhof in Den Haag.


Deze week, op dinsdag 26 maart, verscheen Ntaganda voor de rechter. Indien de aanklachten bevestigd worden, start een proces tegen de jarenlange bondgenoot van de presidenten Joseph Kabila (Congo) en Paul Kagame (Rwanda).

Nadia Nsayi beantwoordt vijf pertinente vragen over het parcours van Ntaganda, zijn beweegredenen om zich over te geven en de gevolgen van zijn uitlevering voor het vredesproces in Congo.


ACHTERGROND


Wat is het militair parcours van Bosco Ntaganda?

De tutsi Bosco Ntaganda ('The Terminator') werd geboren in 1973 in Rwanda en verhuisde als tiener naar de regio Masisi in de provincie Noord-Kivu (Oost-Congo). Op 17-jarige leeftijd sloot hij zich aan bij het 'Front Patriotique Rwanda' (FPR), de vroegere rebellengroep van Rwandese Tutsi die hun land ontvlucht waren. Vanuit Oeganda viel het FPR in 1990 buurland Rwanda binnen. De rebellen konden een machtsdeling afdwingen. Dit politiek proces ontspoorde compleet toen in 1994 de Rwandese genocide uitbrak. Een nieuw regime installeerde zich met Paul Kagame, kopman van het FPR, als belangrijkste leider.

Na zijn FPR-jaren vocht Bosco Ntaganda mee in de 'Eerste oorlog' in Congo (1996-1997). Een regionale militaire alliantie van Congo, Rwanda, Oeganda en Burundi viel het oosten van het toenmalige Zaïre binnen. Nog geen jaar later zou de alliantie het regime van president Mobutu omverwerpen en de Congolese rebel Laurent-Désiré Kabila in het zadel plaatsen.

De Rwandees James Kabarebe, de huidige minister van Defensie van Rwanda, werd minister van Defensie in Kabila's regering. Om zijn interne legitimiteit te verhogen stuurde Kabila een jaar later zijn buitenlandse bondgenoten naar huis. Dit was de aanleiding voor de 'Tweede oorlog' (1998-2002). In die periode vocht Bosco Ntaganda bij de door Rwanda gesteunde rebellenbeweging 'Rassemblement Congolais pour la Démocratie' (RCD).

Na het globaal vredesakkoord van 2002 werd RCD een politieke partij en kreeg het belangrijke posities tijdens de politieke transitie (2003-2006). Bosco Ntaganda trok naar de Ituristreek in Noord-Oost Congo waar hij verantwoordelijk werd voor de operaties van de rebellengroep 'Union des Patriotes Congolais' (UPC) van Thomas Lubanga. Vorig jaar veroordeelde het Internationaal Strafhof Lubanga tot een celstraf van 14 jaar. Toen UPC begon uiteen te vallen, sloot Ntaganda zich in Noord-Kivu aan bij de rebellengroep 'Congrès National pour la Défense du Peuple' (CNDP) van de tutsi Laurent Nkunda.

Onder internationale druk en na de publicatie van een rapport van de Verenigde Naties waarin Rwanda beschuldigd werd van steun aan CNDP, kwam er een verrassende alliantiewissel in de regio. De presidenten Kabila en Kagame tekenden een nieuw pact met gevolgen voor de top van CNDP. Begin januari 2009 werd Laurent Nkunda opzijgezet, 'gevangen' genomen in Rwanda en vervangen door zijn rivaal Bosco Ntaganda.

Vervolgens sloten de Congolese regering en CNDP het vredesakkoord van 23 maart 2009. Zo werd CNDP onder leiding van Ntaganda een belangrijke militaire en politieke bondgenoot. De tot Generaal gepromoveerde Ntaganda was de facto de militaire leider van Noord-Kivu. Ondanks het internationaal aanhoudingsbevel en de oproepen van mensenrechtenorganisaties om Bosco Ntaganda aan te houden, bleef hij vrij rondlopen, onder het oog van de Congolese autoriteiten en de VN-vredesmacht MONUSCO.


Waarom gaf Ntaganda zich over?

De Rwandese overheid heeft steeds ontkend banden te hebben met Bosco Ntaganda. Ze beschouwt de rebellenleider als een Congolese burger en een probleem voor de autoriteiten in Kinshasa. De Congolese regering heeft lang verklaard voorrang te geven aan vrede boven gerechtigheid. Bondgenoot Ntaganda kon niet aangehouden worden zolang de situatie in Oost-Congo niet stabiel was, luidde het. Maar na de fel bekritiseerde presidentsverkiezingen van 2011 kwam daar verandering in. Een verzwakte Joseph Kabila toonde onder druk van het Westen voor het eerst zijn bereidheid om de parallelle structuren van CNDP volledig te ontmantelen en Ntaganda te arresteren en te berechten (in Congo).

Als tegenreactie verlieten vanaf eind maart 2012 ex-CNDP-militairen en aanhangers van Bosco Ntaganda hun posities binnen het Congolees leger. Begin mei richtten ze een nieuwe rebellenbeweging op: 'Mouvement du 23 mars' (M23), verwijzend naar het vredesakkoord van 2009. De rebellen veroverden belangrijke steden in Noord-Kivu, met als hoogtepunt de bezetting van de provinciehoofdstad Goma in november 2012.

Oeganda maar vooral Rwanda kwamen weer in opspraak toen VN-experts berichtten over de actieve militaire, politieke en logistieke steun van de buurlanden aan M23. Verschillende donoren schortten (tijdelijk) een deel van hun hulp aan Rwanda op. Uit het VN-rapport blijkt dat Bosco Ntaganda een prominente rol speelde in M23, ook al was hij officieel geen lid van de groep. Het Internationaal Strafhof in Den Haag lanceerde in die periode een tweede aanhoudingsbevel tegen Ntaganda.

Verschillende initiatieven werden genomen om M23 te veroordelen en de crisis aan te pakken. Begin december 2012 startten in de Oegandese hoofdstad Kampala gesprekken tussen M23 en de Congolese regering. Intussen ondertekenden op 24 februari 2013 in Addis Abeba (Ethiopië) elf Afrikaanse landen - waaronder Congo, Rwanda en Oeganda - een kaderakkoord voor vrede, veiligheid en samenwerking in Congo en de ruime regio. De (buur)landen verbonden zich er toe geen rebellenbewegingen en oorlogsmisdadigers te steunen. Concreet betekende dit: Bosco Ntaganda niet meer beschermen.

Door deze regionale overeenkomst liepen de bestaande spanningen binnen M23 op. Dit leidde tot een breuk tussen het kamp van de militaire leider Sultani Makenga (getrouwe van Nkunda) en de politieke leider Jean-Marie Runiga (getrouwe van Ntaganda) die achteraf uit zijn functie werd ontheven en 'aangehouden' in Rwanda. De reden van de breuk? Etnische tegenstellingen en de afwezigheid van consensus over de strategie die moest gevoerd worden nadat de onderhandelingen in Kampala in een impasse waren geraakt en na de ondertekening van het kaderakkoord in Addis Abeba. Terwijl het Ntaganda-kamp de militaire strijd tegen Kinshasa wou verder zetten, bood Makenga tegenstand en verkoos hij een politieke dialoog.

Door de internationale druk was Bosco Ntaganda een te zware last geworden voor de autoriteiten in Congo en Rwanda. Kabila zocht toenadering tot de Makenga-vleugel van M23 om Ntaganda buitenspel te zetten en een vredesakkoord voor te bereiden. Analisten beweren dat Rwandese autoriteiten plannen hadden om Ntaganda fysiek uit te schakelen en het vervolgens te doen uitschijnen alsof hij was gesneuveld tijdens gevechten tussen M23-fracties.

Ntaganda besefte dat zowel het kaderakkoord als een Kampala-akkoord tussen M23 en Congo hem niet zouden toelaten om opnieuw een comfortabele plaats te veroveren in het leger. Hij probeerde nog met een aantal compagnons een militaire slag te slaan, maar de militieleider moest snel toegeven dat zijn rol op terrein was uitgespeeld.

Op 18 maart 2013 stapte Bosco Ntaganda de Amerikaanse ambassade in Kigali binnen en vroeg hij zijn uitlevering aan het Internationaal Strafhof in Den Haag. Was dit zijn individuele keuze of werd hij gedwongen door Rwanda? Analisten beweren dat Ntaganda kon kiezen tussen sterven in de regio of zich aangeven aan het internationaal gerecht en een comfortabel leven leiden in een 'luxueuze' Westerse gevangenis. In dat laatste geval zou hij vanuit Rwanda garanties krijgen voor zijn verdediging in Den Haag.


Waarvan wordt Ntaganda beschuldigd?

Het Internationaal Strafhof vaardigde twee arrestatiebevelen uit tegen Bosco Ntaganda: in augustus 2006 en juli 2012. Als voormalige militaire leider van UPC, wordt hij beschuldigd van zeven oorlogsmisdaden (inlijving van kinderen onder 15 jaar en hun inzet in gevechten, moord, aanvallen tegen de burgerbevolking, verkrachting, seksuele slavernij, plundering) en drie misdaden tegen de mensheid (moord, verkrachting, seksuele slavernij). Deze misdaden zouden begaan zijn in de Ituristreek tussen september 2002 en september 2003.

Door samenwerking tussen de Rwandese, de Amerikaanse en de Nederlandse autoriteiten kon Bosco Ntaganda op 22 maart 2013 overgebracht worden naar het Strafhof. Deze week, op dinsdag 26 maart, verscheen hij op een eerste hoorzitting in Den Haag. In het Kinyarwanda verklaarde Ntaganda dat hij een Congolees is die in Rwanda werd geboren en opgroeide in Congo. Op 23 september start de zitting ter bevestiging van de aanklachten. Indien die bevestigd worden, volgt een proces tegen de militieleider, die overigens onschuldig pleit.


Is de uitlevering van Ntaganda een goede zaak voor Kabila en Kagame?

Op het eerste gezicht lijken de presidenten Joseph Kabila en Paul Kagame profijt te halen uit de uitlevering van Bosco Ntaganda. Nadat zij jaren samenwerkten met de rebellenleider, hebben ze, weliswaar onder diplomatieke druk, eindelijk hun bondgenoot opgeofferd. Dit kan hen bij de internationale partners aan geloofwaardigheid doen winnen.

Kabila, wiens interne legitimiteit onder druk staat, kan de uitlevering toejuichen om de indruk te geven dat hij belang hecht aan de strijd tegen straffeloosheid. Maar terwijl Congo Ntaganda nooit heeft aangehouden, toen hij nog op Congolees grondgebied vertoefde, toonde Kagame zijn goodwill door het Internationaal Strafhof te helpen met de uitlevering, hoewel Rwanda het Statuut van Rome niet erkent. Wordt Kigali gerustgesteld omdat Ntaganda niet terecht staat voor misdaden in de Kivu's ten tijde van CNDP en M23?

Toch hoeft het niet te verbazen dat de autoriteiten in Kinshasa en Kigali zich oncomfortabel voelen bij de uitlevering van Bosco Ntaganda.

Door zijn lange militair parcours in Oost-Congo en zijn nauwe banden met zowel het Congolese als het Rwandese regime, weet Ntaganda veel over de motieven van de oorlogen in Oost-Congo en de (geheime) akkoorden die gesloten werden.

Zijn proces zal op veel internationale aandacht kunnen rekenen. Als men hem kan overtuigen om een boekje open te doen over zijn samenwerking met Kabila en Kagame, riskeren de regimes in Kinshasa en Kigali gedestabiliseerd te worden. Zo'n scenario zou voor de betrokkenen uiterst ongelegen komen met de presidentsverkiezingen van 2016 (Congo) en 2017 (Rwanda) in het vooruitzicht.

Tot slot rijst de vraag of het Kabila en het Kagama-regime erin zullen slagen om de politieke en militaire aanhangers van Bosco Ntaganda in Congo en Rwanda te sussen. Leggen deze aanhangers zich neer bij de uitlevering van hun leider of keren zij zich tegen diegenen die hieraan meewerkten?


Wat betekent de uitlevering van Ntaganda voor het vredesproces in Congo?

De aanhouding en de uitlevering van Bosco Ntaganda vormen een verrassend sterk signaal. Het is een stap vooruit in de strijd voor meer gerechtigheid in Congo. Toch moet het gevoel van 'overwinning' getemperd worden.

Waarom? Ten eerste staat Ntaganda enkel terecht voor misdaden in Ituri. Hij ontsnapt voorlopig aan een vervolging voor zijn daden als één van de leiders van CNDP en M23 in de periode 2006-2013. Dat is een opdoffer voor zijn slachtoffers in de Kivustreek.

Ten tweede is Ntaganda slechts de uitvoerder van bevelen die komen van hooggeplaatste steunbezorgers die internationaal niet vervolgd worden. Ten derde is Ntaganda slechts één pion die wordt uitgeschakeld. Zijn steunbezorgers hebben andere bondgenoten die hun (economische) belangen kunnen blijven verdedigen in Oost-Congo.

De berechting van militieleiders zoals Bosco Ntaganda is een goede zaak. Maar het moet deel uit maken van een algemene strategie in de strijd tegen straffeloosheid in Congo. Al jaren is die strategie quasi afwezig. Op dit ogenblik lopen andere rebellenleiders nog vrij rond. Ze staan klaar om de strategische positie van Ntaganda in te nemen.

De uitschakeling van Bosco Ntaganda opent de weg voor een vredesakkoord tussen Congo en M23 onder leiding van Sultani Makenga. In respect met het kaderakkoord van Addis Abeba mogen Makenga en andere militieleiders, die beschuldigd worden van oorlogsmisdaden of waartegen VN-sancties lopen, niet meer beschermd worden.

Het zou een uiterst slecht signaal zijn om hen (opnieuw) op te nemen in het Congolees leger en het politieke leven. Zij moeten eveneens vervolgd en berecht worden. Maar een effectieve strijd tegen straffeloosheid is onvoldoende voor de terugkeer van vrede in Oost-Congo. Hiervoor is er nood aan een andere benadering van het vredesproces in Congo.

Goed geplande militaire acties tegen rebellengroepen in Oost-Congo moeten gecombineerd worden met diplomatieke en politieke demarches, die zowel de defensie- en veiligheids- als de politieke en de sociaal-economische vraagstukken van de opeenvolgende conflicten aanpakken. Hiervoor moet Congo werk maken van een nieuwe visie en strategie voor het pacificatie- en stabilisatiebeleid in het oosten van het land.

Daarnaast moeten de buurlanden – vooral Rwanda en Oeganda – stoppen met het schenden van de nationale soevereiniteit en de territoriale integriteit van Congo.

Tot slot moeten de internationale partners – waaronder de VN, de EU en de lidstaten zoals België – meer druk uitoefenen op de presidenten Joseph Kabila en Paul Kagame en hun regeringen opdat zij de ondertekening van het kaderakkoord en de benoeming van de VN-gezant Mary Robinson als een ultieme kans zien om alsnog constructief mee te werken aan het vredesproces. Dit alles vraagt politieke wil en moed.


Nadia Nsayi is beleidsmedewerker Centraal-Afrika bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen



Deel dit artikel