Rapport OESO-DAC onderschrijft belang aandachtspunten 11.11.11

 De afgelopen jaren is de Europese Unie uitgegroeid tot een belangrijke speler op vlak van ontwikkelingssamenwerking. Zowel wat betreft de omvang van de hulp, de geografische spreiding ervan, als het evenwaardig partnerschap met ontvangende landen, is zij bij de besten van de klas. Naar aanleiding van het verschijnen van het evaluatierapport van OESO-DAC wil 11.11.11 wijzen op enkele pijnpunten.


0,7 in 2015?

Zo is er de belofte uit 2005 om tegen 2015 in de hele EU jaarlijks 0,7% van het bruto nationaal inkomen te investeren in ontwikkelingshulp. Het tussentijdse doel van 0,56% in 2010 is niet gehaald. Er was zelfs een tekort van 0,12%.

Dit zet ook het einddoel op de helling. Als de EU tegen 2015 de 0,7% nog wil halen, is een nieuwe denkoefening en herwerking van het groeipad nodig. Volgens het rapport van OESO-DAC moet er een grondige analyse gebeuren waarbij er wordt gekeken naar mogelijke inspanningen van de verschillende lidstaten.

Dit ondersteunt de eis van 11.11.11 dat al jaren ijvert voor een duidelijk groeipad om de 0,7-doelstelling te halen.


Nood aan coherentie

Een ander thema waar 11.11.11 al jaren op hamert en dat wordt geƫvalueerd in het rapport is de nood aan een coherent beleid op alle domeinen met oog voor ontwikkeling (handel, landbouw, enz.).

Positief is dat de EU beleidscoherentie voor ontwikkeling heeft verankerd als een wettelijke verplichting en een aantal instrumenten heeft ontwikkeld om vooruitgang te meten. Helaas blijft het nog te vaak een papieren belofte. De EU en haar lidstaten verschuilen zich te makkelijk achter de economische crisis om een coherent beleid voor ontwikkeling politiek en op hoog niveau te verdedigen en vooruit te helpen. Zowel de Raad, het Europese Parlement, de Europese Commissie als de Europese diplomatieke dienst, Dienst Extern Optreden moeten beleidscoherentie voor ontwikkeling verdedigen en uitvoeren.

De OESO-DAC concludeert in haar rapport dat de EU veel meer een beroep moet doen op de expertise die hierrond bestaat buiten haar organisatie. Zo moet men consultatie processen opzetten met onder andere ngo's. Op deze wijze worden de inspanningen en kennis van ngo's hierover niet alleen erkend maar ook als waardevolle bijdrage beschouwd.

De hervormingen van het externe beleid als gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, hebben niet noodzakelijk geleid tot een vereenvoudiging van de verantwoordelijkheden en procedures in het kader van het ontwikkelingsbeleid.

Zo blijkt uit het rapport dat er nog een lange weg af te leggen is voordat het ontwikkelingsbeleid geĆÆntegreerd zal zijn binnen de Dienst Extern Optreden. Er is in het bijzonder nog veel rolverwarring tussen deze Dienst en de Commissie.

11.11.11 kaartte in januari reeds aan dat er een gebrek is aan transparantie en het afleggen van rekenschap als gevolg van de onduidelijke taken, verantwoordelijkheden en rekenschapslijnen tussen beide diensten.

Het is nu aan de EU instituties om een duidelijk stappenplan op te zetten om de aanbevelingen uit te voeren, zodat ze in de toekomst opnieuw een daadkrachtige actor wordt voor ontwikkeling.

Deel dit artikel