Spanje schroeft ontwikkelingshulp op

De Spaanse regering heeft zich voorgenomen tegen 2010 0,56 procent van zijn bruto binnenlands product uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking, en twee jaar later zelfs 0,7 procent. In volle economische crisis wordt Spanje daarmee een van de koplopers in Europa. De Spaanse regering wil de hulp aan het Zuiden ook verbeteren.


De regering van premier José Luis Rodríguez Zapatero keurde vrijdag een vierjarenplan goed om de ontwikkelingshulp stelselmatig te verhogen. Bij de stemming in het parlement lijkt een ruime meerderheid verzekerd. In december hadden alle Spaanse partijen al ingestemd met een pact tegen de armoede, een initiatief van de ontwikkelingsorganisaties in het land en een inspiratiebron voor het wetsontwerp dat nu voorligt.

Spanje wil zijn geld ook beter gaan besteden dan in het verleden. Begunstigde landen zullen bijvoorbeeld niet langer verplicht worden een deel van het geld dat ze krijgen, in Spanje te besteden. Die gebonden hulp haalt de efficiëntie van ontwikkelingssamenwerking naar beneden. Toch blijven er commerciële overwegingen meespelen in de Spaanse hulp. Een deel van het Spaanse geld zal immers gekanaliseerd worden via een fonds dat beheerd wordt door het ministerie van Industrie, Toerisme en Handel.

De Spaanse ontwikkelingssamenwerking zal nog meer dan vroeger gericht worden op Latijns-Amerika en Afrika. De hulp aan Oost-Europa, Turkije en China wordt afgebouwd.

Iedereen tevreden
Het is opvallend dat zowel niet-gouvernementele organisaties als het bedrijfsleven tevreden zijn met de plannen van de regering. Het gaat niet om weinig geld. Vorig jaar gaf Spanje al 5 miljard euro uit aan ontwikkelingssamenwerking, een half procent van het bruto binnenlands product van het land.

In andere rijke landen zet de economische crisis de ontwikkelingssamenwerking onder druk. De Ierse regering besloot begin februari zijn ontwikkelingsbudget voor 2009 met 10 procent te verminderen; Italië kondigde in december aan dit jaar zelfs 56 procent minder uit te geven.

In 1970 werden de VN-lidstaten het erover eens dat geïndustrialiseerde landen minstens 0,7 procent van hun bbp aan officiële ontwikkelingshulp zouden besteden. Uit statistieken van 2007 blijkt dat slechts 5 landen die doelstelling bereikt hebben: Noorwegen (0,95 procent), Zweden (0,93 procent) , Luxemburg (0,91 procent), Denemarken en Nederland (elk 0,81 procent). Helemaal onderaan hangen de VS met 0,16 procent.

BRON:
http://www.ipsnews.be

Deel dit artikel