Syrië: De opties voor militair ingrijpen gewikt en gewogen


Het conflict in Syrië gaat van kwaad naar erger. Het Syrische regime gaat steeds feller tekeer tegen de oppositie. Het conflict dreigt verder te militariseren. Of er nog ruimte is voor een onderhandelde oplossing, is twijfelachtig. Bij het zien van de slachtpartijen onder de burgerbevolking klinkt de roep om 'iets' te doen.

Omdat er niets anders de illusie wekt een snelle oplossing te brengen, wordt gepleit voor militaire interventie. Voorlopig loopt geen enkel land warm voor een grootschalige interventie tegen het Assad-regime. 
Maar militair ingrijpen, onder verschillende vormen, wordt niet uitgesloten. Welke militaire opties liggen op tafel en wat zijn de beperkingen en risico's? Hieronder zetten we de opties die momenteel besproken worden op een rijtje en houdt ze kritisch tegen het licht.





Militaire opties



1. Gerichte bombardementen tegen het Assad-regime

Hier en daar wordt, naar het voorbeeld van de NAVO-interventie in Libië, voorgesteld om gericht doelwitten van de Syrische regering – militaire commandocentra, regeringsgebouwen, luchtafweer, militaire voertuigen,... - te bombarderen om het regime ten val te brengen.

Dat zou een grootschalige operatie zijn, waarvoor buurlanden als Jordanië, Irak of Turkije bases moeten ter beschikking stellen. Daarnaast zouden vliegdekschepen in de Middellandse Zee gebruikt worden. Voor een intensieve en volgehouden operatie moet men bovendien ook in staat zin in de lucht bij te tanken. Weinig landen beschikken over die capaciteit.

Het kostte de NAVO meer dan een half jaar bombarderen voor ze het Libische leger versloeg. Het Syrische leger is vergeleken bij het Libische vele malen sterker. Bovendien gaven in Libië niet de NAVO-bombardementen de doorslag, maar de gevechten op de grond.

De menselijke tol van grootschalige bombardementen zou enorm zijn. Syrië heeft een relatief grote bevolkingsdichtheid, en civiele en militaire centra liggen dicht bij elkaar. Zelfs met geavanceerde 'precisiewapens' zullen bombardementen in stedelijke gebieden een zware mensenlijke tol onvermijdelijk – dat gaat overigens ook op voor een scenario waarin doelwitten beperkt worden tot de luchtafweer van het regeringsleger, zoals bij het opleggen van een no-fly zone. Bovendien staat president Assad helemaal niet zo geïsoleerd als in westerse landen gedacht wordt. Het risico op een langdurige oorlog waar de hele regio bij betrokken is enorm (1).



2. Steun aan de gewapende oppositie

Volgens veel politici in het westen is er geen weg meer terug en moet president Assad weg. Regimeverandering zou de enige manier zijn om de Syrische burgers te beschermen. Daarom pleiten ze voor steun aan de gewapende oppositie, waaronder eventueel het leveren van wapens.

De VS en Groot-Brittannië hebben voor miljoenen euro's/ ondersteuning aan de oppositie beloofd, al is nog onduidelijk waar die hulp uit bestaat en aan wie ze geleverd wordt. Qatar en Saudi-Arabië zouden al wapens leveren en zeggen dat ze de soldij van de gewapende rebellen willen betalen. Ook Turkije zou de Free Syrian Army bewapenen.

De Syrian National Council zou bij het bewapenen van de oppositie als verbinding functioneren tussen de Friends of Syria en de FSA. De SNC richtte begin maart een militair bureau op, met de bedoeling de verschillende gewapende groepen, waaronder de FSA, onder één commando te brengen en een gezamenlijke strategie te ontwikkelen voor het gewapend verzet.

Voorlopig lijkt de SNC echter nauwelijks vat op te hebben op de gewapende groepen. De FSA is geen georganiseerd rebellenleger, maar eerder een verzameling autonoom opererende guerillagroepen waarin ook jihadi's uit andere landen geïnfiltreerd zouden zijn.

Een volgende stap zou er daarom in bestaan om ook special forces en militaire adviseurs te sturen om de strijders van de FSA op te leiden en te helpen zich te organiseren – dat gebeurde in Libië ook door onder andere Qatar, Frankrijk, de VS en het VK.

Het bewapenen van de oppositie, met de bedoeling dat ze dan "met gelijke wapens kan vechten", is een gevaarlijke illusie. Koos Van Dam, lange tijd ambassadeur van Nederland in Caïro en Bagdad: "Van de militaire oppositie weet je niet wie het zijn. Bewapenen van de oppositie betekent gewoon nog meer bloedvergieten. Je loopt het risico dat de soennitische meerderheid wraak neemt tegen het regime, en dan moet je weer de minderheden gaan beschermen."

Een scenario waarin westerse landen, samen met regionale bondgenoten, bepaalde gewapende groepen gaan steunen, zet de deur wijd open voor war by proxy, een aanslepend regionaal conflict waarin buurlanden en grootmachten betrokken zijn, en dat overslaat naar buurlanden Libanon en Irak. Als westerse landen de rebellen gaan bewapenen en actief ondersteunen, is de kans groot dat onder andere Iran en Rusland op hun beurt nog meer wapens en steun aan het regime zullen leveren (2).

Achter de voorgestelde strategie om de gewapende oppositie te versterken zit vaak de veronderstelling dat het deserties van topofficieren uit het Syrische leger zal aanmoedigen, verdeelheid creëren bij de elite die het regime steunt en op die manier het machtsevenwicht doen doorslaan ten voordele van de oppositie. Dat dat op afzienbare termijn gebeurt is twijfelachtig.

De elite die het regime steunt heeft veel te verliezen. Vooral de Alawitische officieren in de elitetroepen hebben weinig vooruitzichten in een post-Assad scenario en zien dus weinig alternatieven dan dat regime te blijven verdedigen.



3. No-fly zone afdwingen

Naar analogie met Libië wordt ook gepleit voor het afdwingen van een no-fly zone. Die zou de bewegingsvrijheid van het regeringsleger moeten beperken en op die manier burgers beschermen.

Het is onwaarschijnlijk dat Assad zich zou neerleggen bij een vliegverbod. Een no-fly zone afdwingen betekent dan luchtgevechten, bombardementen gericht tegen de luchtmachtcapaciteit en het uitschakelen van de luchtafweer. Die bevinden zich deels in stedelijk gebied, wat grote aantallen burgerslachtoffers onvermijdelijk maakt.

Bovendien is de vraag wat zo'n no fly-zone zou opleveren. Tot dusver maakt het regeringsleger in haar operaties nauwelijks gebruik van haar luchtmacht. Het lamleggen van de luchtmacht, operationeel een grote klus en bovendien met grote risico's, zou dus waarschijnlijk geen of slechts beperkt impact hebben op het conflict (3).

Een no-fly zone heeft dan ook alleen maar zin als het past in een ruimere strategie: als voorbereiding op en grondoffensief of als tegelijk gewapende groepen op het terrein in staat zijn een overwinning te behalen op het Syrische leger. Gezien de relatieve zwakte en het gebrek aan strategie en centraal commando is dat op korte termijn geen optie.



4. 'Safe zones'

Een veelbesproken optie is het opzetten van 'safe zones' (veilige zones) op Syrisch grondgebied, tegen e Turkse of Jordaanse grenzen, waar Syrische burgers een veilig heenkomen zouden vinden. Het instellen van 'veilige zones' kan alleen met een aanzienlijke troepenmacht. Experts spreken over 40.000 tot 50.000 soldaten om een zone van 50 op 80 kilometer te beschermen (4).

Voor Provide Comfort, de enclave die in 1991 werd opgezet voor ongeveer 500.000 Koerden in het noorden van Irak, werden minstens 20.000 Amerikaanse militairen ingezet. De vraag is welke landen bereid zijn grote aantallen troepen in te zetten in zo'n risicovolle operatie.

Koos Van Dam waarschuwt: "Iedere centimer die van het Syrische grondgebied wordt bezet, zal door het Syrische leger meteen worden gebombardeerd." Militaire experts zijn het eens dat zo'n safe haven alleen zin heeft met een robuuste militaire macht, waarvan bescherming door gevechtsvliegtuigen een onderdeel is. Dat veronderstelt op zijn beurt dat de Syrische luchtafweer minstens gedeeltelijk wordt uitgeschakeld.

Het is ook voorspelbaar dat zo'n safe zones uitvalsbasis worden de gewapende groepen, zoals ook in Bosnië gebeurde. In 1993 zetten de Verenigde Naties safe areas op in Bosnië, beschermd door soldaten onder VN-vlag en N/AVO-luchtsteun. De VN slaagde er niet in de safe areas te demilitariseren; ze werden door Bosnische gewapende groepen gebruikt als uitvalsbasis.

De VN-troepen waren niet voorbereid om de safe areas tegen het Servische leger te verdedigen. Dat leidde tot de slachting van duizenden burgers, onder andere in Srebrenica, en uiteindelijk tot grootschalige luchtbombardementen door de NAVO op Servische doelwitten.

Het organiseren van zo'n safe zones past dan ook in een militaire in plaats van een humanitaire logica5. In tegenstelling tot de gewapende groepen in Libië die zich organiseerden vanuit Benghazi en andere kuststeden ten oosten van Tripoli, zijn de Syrische rebellen niet in staat om voor langere tijd gebieden onder controle te krijgen die als uitvalsbasis kunnen dienen voor offensieven tegen het regeringsleger.

Het opzetten van safe zones, beschermd door buitenlandse militairen, past precies binnen die strategie. Voor veel pleitbezorgers moeten die safe zones tegelijk bescherming bieden aan burgers als een uitvalsbasis voor de gewapende groepen. In de praktijk zijn die twee logica's niet met elkaar te verzoenen en komt het neer op burgers opofferen aan een militaire strategie. Maar zelfs als dat laatste niet het beoogde doel is, zal het er wel het resultaat van zijn, tenzij men ook voor de confrontatie met diezelfde gewapende groepen kiest. Het waarschijnlijke resultaat is dus hetzelfde: een verdere escalatie en rechtstreekse militaire confrontatie.

Zoals Michael Ignatieff waarschuwt: "Arming the rebels or providing them with close air support gives the president what he wants: a fight to the finish where his brutality wins. Punching humanitarian corridors in from Turkey and gathering rebel populations in safe havens risks creating another Srebrenica."(6)

Voor de diverse militaire opties heeft niemand een realistisch plan. Ze dreigen het conflict alleen maar erger te maken en doen de geweldloze groepen uit het zicht verdwijnen. Ook wat Syrië betreft, geldt: "first do no harm."



First do no harm


1. Complexiteit van conflict erkennen

Voor het gemak wordt het conflict gereduceerd tot twee strikt van elkaar gescheiden partijen, 'goeden' en 'slechten', maar zo'n vereenvoudiging doet geen recht aan de complexe realiteit. Het conflict in Syrië laat zich niet vatten in eenvoudige zwart-wit analyses. Maarten Zeegers, die in Syrië woonde en afgelopen zomer het land werd uitgezet nuanceert: "Het beeld dat wij hier hebben van één volk verenigd tegen het regime klopt niet. Het regime kan nog op aanzienlijke steun rekenen. Grote groepen, et name onder de alawieten, christenen en in de middenklasse, steunen het regime of proberen afzijdig te blijven, uit angst voor dat regime, omdat ze bang zijn voor een burgeroorlog zoals in Libanon, of uit wantrouwen tegenover de oppositie."


2. Verdere militarisering vermijden

Een verdere militarisering van het conflict speelt het regime van Assad in de kaart. Jon B. Alterman van Center for Strategic & International Studies waarschuwde onlangs in de Amerikaanse Senaat: "The more militarized this conflict becomes the more the advantage accrues to the government. Militarization not only puts the conflict into an area where the government is likely to enjoy a permanent advantage in firepower. It also legitimizes brutal attacks on civilian populations."(7) Een wapenembargo onder VN-mandaat met een effectieve controle op de toevoer van wapens naar Syrië kan bijdragen een het voorkomen van een verdere escalatie.


3. Diverse diplomatieke banden onderhouden

De Syrische oppositie is divers en verdeeld (8). Europese landen steken hun frustratie over de verdeeldheid van de oppositie niet onder stoelen of banken. Zij willen één gesprekspartner, met een duidelijke agenda. Gemakkelijkheidshalve beschouwen ze de Syrian National Council (SNC) als "een legitieme vertegenwoordiger van alle Syriërs", zoals minister Reynders in de Kamercommissie Buitenlandse Zaken stelde.

Maen Abdul Salam, een Syrische mensenrechtenactivist die begin mei te gast was in Brussel, vindt dat onrealistisch en naïef: "Hoe kan je verwachten dat we het nu eens worden over een politiek programma? Wij vechten tegen een muur, de muur van het geweld en de veiligheidsdiensten van het regime. Pas als die muur gebroken is kunnen we denken aan een politiek proces en de toekomst van Syrië." Maarten Zeegers waarschuwt: "De mensen in de oppositie zijn niet noodzakelijk wie westerse regeringen zouden willen dat ze zijn. In het buitenland zien we vooral in het westen opgeleide, seculiere of gematigde spreekbuizen, maar tussen hen en de mensen in de lokale comité's of het FSA bestaat vaak een grote kloof. Politici in het westen kijken best goed uit met wie ze samenwerken."

Net omwille van de verdeelheid in Syrië is het uiterst belangrijk dat Europese diplomaten blijven praten met diverse groepen in Syrië en niet alleen, zoals nu veel het geval is, met de woordvoerders van de SNC of met Syriërs in ballingschap.


4. Praten met geweldloze groepen

De aandacht voor de gewapende oppositie overschaduwt de geweldloze groepen in de revolutie. In heel het land zijn lokale comité's actief die nog bijna dagelijks manifestaties organiseren. Ondanks de militarisering van het conflict lijkt het geweldloze protest de laatste maanden opnieuw aan kracht te winnen (9).

Op 13 april brachten lokale comité's op meer dan 715 plaatsen verspreid over het land vreedzame manifestaties op de been. In Damascus, waar het regime nog een grote aanhang heeft, zoeken lokale groepen naar creatieve manieren om het verzet vorm te geven en tegelijk uit handen van de veiligheidsdiensten te blijven.

Half april kwamen in Caïro meer dan 200 activisten samen op een conferentie om weerwerk te bieden aan de militarisering van het conflict. "Onze revolutie werd gegijzeld", stellen ze vast. Veel activisten stellen ook vragen bij de rol van de SNC. Yara Nseir, die uit Syrië vluchtte en nu in Libanon zelf woordvoerder voor de SNC is, spaart haar kritiek niet: "De SNC heeft het alleen maar over het bewapenen van de rebellen. Ze praten nooit over geweldloos verzet en ze spreken niet in naam van de stilzwijgende meerderheid die noch het regime noch de rebellen steunen." (10)

De geweldloze groepen worden gemarginaliseerd. In plaats van steun te leveren aan de gewapende oppositie, moeten we contacten leggen met de geweldloze lokale comité's en onderzoeken hoe we hen kunnen ondersteunen.

Noten:

1
Voor een goed overzicht van de regionale repercuties, de risico's op 'spill-over' naar de buurlanden van Syrië en de gevolgen voor de machtsbalans in de regio, zie Aram Nerguizian, Instability in Syria: Assessing the Risks of Military Intervention, Center for Strategic & International Studies, december 2011, http://csis.org/publication/instability-syria

2
David Roberts wijst op de gevaren van dit scenario: Arguments against Military Intervention in Syria, Royal United Services Institute http://www.rusi.org/analysis/commentary/ref:C4F328B3696A01/

3
Steven Beasly Michael Eisenstadt, and Jeffrey White, Intervention in Syria: Assessing the Options, PolicyWatch 1882, The Washington Institute for Near East Policy, http://www.washingtoninstitute.org/policy-analysis/view/intervention-in-syria-assessing-the-options

4
Markus Kaim, Crisis in Syria: Possibilities and Limits of Military Intervention, Stiftung Wissenschaft und Politik (SWP) - German Institute for International and Security Affairs, maart 2012, http://www.swp-berlin.org/en/publications/swp-comments-en/swp-aktuelle- details/article/syria_military_intervention.html

5
Zie bijvoorbeeld: Oytun Orhan, Arguments on Safe Havens in Syria: Risks, Opportunities and Scenario's for Turkey, ORSAM Report 115, Center for Middle Eastern Strategic Studies, april 2012, http://www.orsam.org.tr/en/showReport.aspx?ID=1687 Kurt Volker, The case for military intervention in Syria, Christian Science Monitor, 24 april 2012, http://www.csmonitor.com/Commentary/Opinion/2012/0424/The-case-for-military-intervention-in-Syria, Anne-Marie Slaughter, How to Halt the Butchery in Syria, New York Times, 23 februari 2012, http://www.nytimes.com/2012/02/24/opinion/how-to-halt-the-butchery-in-syria.html?_r=1; Michael Weiss, Intervention in Syria? An Assessment of Legality, Logistics and Hazards, Henry Jackson Society Strategic Briefing, december 2011, http://henryjacksonsociety.org/2011/12/20/intervention-in-syria-an-assessment-of-legality-logistics-and-hazards/

6
Michael Ignatieff, Do we sit back and let Homs burn?, Financial Times, 28 februari 2012, http://www.ft.com/intl/cms/s/0/5e7b7fb2-6164-11e1-94fa- 00144feabdc0.html#axzz1nlf7VpR9

7
Jon B. Alterman, Syria: U.S. Policy Options, Senate Committee on Foreign Relations, 19 april 2012, http://csis.org/files/ts120419_alterman.pdf

8
Een uitstekend overzicht van de verschillende groepen in de Syrische oppositie en de onderlinge verschillen: Elisabeth O'Bagy, Syria's Political Opposition, Middle East Security Report, Institute for the Study of War, april 2012, http://www.understandingwar.org/sites/default/files/Syrias_Political_Opposition.pdf

9
Brigitte Herremans en Marjolein Wijninckx, Vreedzaam verzet in Syrie ondanks militarisering, http://www.broederlijkdelen.be/component/one/bdarticle/detail/detail/vreedzaam_verzet_syrie_ondanks_militarisering,4139

10
Syrian activists to rebels: Give us our revolution back, Christian Science Monitor, 16 april 2012, http://www.csmonitor.com/World/Middle-East/2012/0416/Syrian-activists-to-rebels-Give-us-our-revolution-back

Vredesactie DOOR:

Deel dit artikel