Tegen de angst – de Iraakse week van geweldloosheid

Van 29 april tot 6 mei was in Irak niet alleen het gedonder van bommen te horen. Een netwerk van bewegingen uit het Iraakse middenveld, met verschillende politieke en religieuze achtergronden, organiseerden in het hele land vredesactiviteiten in het kader van de Iraakse Week van Geweldloosheid. De organisatoren van publieke activiteiten lopen een enorm gevaar. Daarom is dit een bijzonder moedig initiatief waar de internationale gemeenschap van moet horen, een daad van verzet tegen terreur en militarisme.


In dezelfde week zat de Iraakse regering in Sharm el Sheikh samen met vertegenwoordigers van de omringende landen plus de G5 en G8, om te bespreken hoe in Irak weer veiligheid kan gebracht worden. Maar maakt zo'n vredesproces van boven uit kans in een land dat getraumatiseerd is door geweld en militaire bezetting? Het Iraakse middenveld vindt dat het de taak heeft, en de capaciteiten, om haar eigen bijdrage te leveren.

Een uitgebreid programma

Tientallen bewegingen en meer dan honderd activisten hebben initiatieven op poten gezet in scholen, theaters en publieke plaatsen in de belangrijkste steden van Irak, in Kut, Baghdad, Basra, Diwaniya, Dohuq, Erbil, Faw, Kirkuk, Maysan, Mosul, Salaheddin, Sulaimaniya, Tikrit. De organisatie werd gecoördineerd door het LAONF-netwerk ('geweldloosheid' in het Arabisch), opgezet in 2006 door organisaties die deelnamen aan trainingsprogramma's rond actieve geweldloosheid.

Veel van de initiatieven waren specifiek op kinderen en studenten gericht. In de aanloop naar de Week van Geweldloosheid schilderden zij spandoeken waarmee ze aan de ingangen van scholen en universiteiten om een einde van het geweld tegen burgers vragen. Er stonden heel uiteenlopende activiteiten op het programma. Op de Al-Mustansiriyya universiteit, waar in januari 2007 twee autobommen 60 doden en 110 gewonden maakten onder professoren, studenten en personeel, werden olijf- en palmbomen geplant om de slachtoffers van geweld te herdenken.

Bij schoolgebouwen begroeven mensen resten van kogels en splinters, opdat de kinderen van Irak niet tussen symbolen van geweld moeten opgroeien. In plaats daarvan moeten ze leren de bittere vruchten ervan te begraven en een samenleving te bouwen met andere middelen. In een dorp nabij Mosul speelden mensen van verschillende etnische groepen voetbal.

Geweldloze strategie

Daarnaast waren er seminaries en conferenties om aan middenveldorganisaties en aan lokale overheden de principes van geweldloze actie voor sociale en politieke verandering te laten zien. De activisten van LAONF deden dat niet alleen in universiteiten, ze namen ook deel aan evenementen van de vakbonden op 1 mei, Dag van de Arbeid. Zo organiseerden ze debatten over geweldloze strategie bij vakbonden.

Oorlogsspeelgoed

Tenslotte hebben de bewegingen gekozen voor een symbolische campagne die hen allen verenigt. Het LAONF netwerk vraagt dat mensen stoppen om hun kinderen te leren haten. In elke stad worden handtekeningen verzameld voor een petitie waarin aan het Iraakse parlement gevraagd wordt dat ze een verbod instelt op de import van speelgoed dat kinderen tot geweld aanzet. Na 13 jaar embargo heeft Irak medicijnen nodig, boeken, technologie voor de ontwikkeling van zijn eigen civiele economie, geen speelgoed dat kinderen een positieve connotatie met geweld bijbrengt. Het is noodzakelijk dat kinderen en jongeren beschermd worden tegen de cultuur van dood en vernieling, in Irak verspreid door strijders en vreemde troepen.

Tegen de oorlogslogica

De organisatoren hebben drie grote doelstellingen. Om te beginnen laat de Iraakse civil society aan het Iraakse volk en aan de internationale gemeenschap zien dat het nog steeds in staat is samen nationale activiteiten op te zetten, los van politieke en religieuze machten. Het is een belangrijk bewijs van hun wil en capaciteiten om de logica van burgeroorlog te weigeren en gezamenlijk initiatief te nemen tegen de overmacht van gewapende groepen en legers in.

Ten tweede willen ze een bewustwordingsproces in gang zetten rond de mogelijkheid haat en wraak af te wijzen en te werken aan vreedzaam samenleven. Die constructieve boodschap is specifiek aan de jongere generaties gericht die riskeren te vergeten hoe sterk recent nog het eenheidsgevoel van het Iraakse volk was. De strijd voor zelfbeschikking en voor het recht van volkeren is terecht, maar er zijn andere manieren dan wapens om een rechtvaardige samenleving na te streven, geweldloze middelen die aansluiten bij de doelen die ze nastreven. Ze laten ons toe om vanaf het begin, tijdens de strijd, de samenleving vorm te geven die we nastreven, waar vrouwen en mannen, jong en oud, dezelfde waardigheid hebben.

Tenslotte proberen actievoerders tijdens deze week individuen en bewegingen te overtuigen zich aan te sluiten bij LAONF, om steeds meer mensen te vinden die hier aan willen meewerken.

Internationale steun

De Iraakse Week van Geweldloosheid vond dit jaar voor de tweede keer plaats. Hopelijk wordt het een vaste waarde voor de culturele en politieke promotie van geweldloze actie. Geweldloze strijdmiddelen zijn de laatste jaren aangewend door Iraakse vakbonden en sociale bewegingen, maar vaak zonder geweldloosheid als idee en praktijk ter sprake te brengen. Het LAONF netwerk wil in de Iraakse cultuur de universele waarden en actiemiddelen van actieve geweldloosheid promoten. Op vraag van de Iraakse bewegingen wordt het trainingsproces van LAONF activisten ondersteund door het Catalaanse NOVA, Centrum voor Sociale Vernieuwing, en door het Italiaanse 'Un ponte per...', die trainingsprogramma's rond geweldloosheid organiseren.

De activisten bereikten met hun activiteiten zo'n 7300 people in 13 plaatsen in heel Irak. Een resultaat dat, gezien het totale ontbreken van veiligheid in het hele land, verbazingwekkend is.

Deel dit artikel