Tegenstrijdige berichten over de onderhandelingen in de WTO

In de marge van het Wereld Economisch Forum in Davos werd eind januari de zoveelste poging gedaan om de onderhandelingen in de WTO weer op gang te trekken. De Doha Ontwikkelingsronde, zoals deze onderhandelingscyclus wordt genoemd, moest al eind 2004 afgerond zijn, maar de gesprekken raken steeds meer vast in het moeras van tegengestelde belangen. De uitverkoren deelnemers aan het informele overleg in Davos lieten nadien tegenstrijdige berichten noteren. Ook de reacties van niet-gouvernementele organisaties zijn uiteenlopend. Terwijl de ene vinden dat er binnen het kader van de WTO beter geen akkoord komt, zien de andere in dat langs de achterdeur bilaterale en regionale handelsakkoorden afgesloten worden, met nog meer negatieve gevolgen voor kleine boeren in ontwikkelingslanden.

“Vandaag zijn alle leden er zich bewust van dat we de Doha Cyclus nooit zullen afsluiten als er in 2008 geen akkoord komt”, stelde de Zwitserse minister van Economie, Doris Leuthard, die op het Wereld Economisch Forum in Davos gastvrouw was voor de belangrijkste onderhandelaars. Een twintigtal ministers van handel hebben zich tot doel gesteld om tussen nu en april tot een akkoord te komen over de twee grote dossiers van de Doha Ronde: de landbouw en de douanetarieven voor industriële producten. "De komende twee, drie maanden zullen cruciaal zijn", wist Celso Amorim, de Braziliaanse minister van Buitenlandse Zaken en één van de belangrijkste woordvoerders van de groeilanden, die sterk gekant zijn tegen landbouwsubsidies in het Noorden. Maar een Ministeriële Conferentie in Genève komt er slechts als de onderhandelaars een evenwicht gevonden hebben tussen de toegevingen op landbouwgebied en die op vlak van industriële producten, waarschuwde Mevrouw Leuthard. Toch geloofde een meerderheid van de aanwezige ministers dat een akkoord in 2008 nog haalbaar is.
In Davos herhaalde WTO directeur-generaal Pascal Lamy dat een akkoord de enige remedie is tegen het risico van protectionisme dat door de huidige wereldwijde financiële crisis wordt versterkt. Een mislukking van de WTO onderhandelingen zou bijzonder slecht nieuws zijn voor de turbulente mondiale economie, met minder groei en meer armoede tot gevolg, waarschuwde Lamy.

Maar Eurocommissaris voor Handel Peter Mandelson gooide meteen roet in het eten door openlijk de stille dood van de onderhandelingen te overwegen. Tijdens een publiek debat met zijn collega’s en in aanwezigheid van Pascal Lamy, twijfelde Mandelson er sterk aan dat de nieuwe Amerikaanse president een hervatting van de onderhandelingen als prioritair zou beschouwen, mocht de WTO in 2008 weer eens mislukken. De Eurocommissaris verwacht een toename van bilaterale en regionale handelsakkoorden, die meteen de doodsklok zou luiden voor de Doha Cyclus. Mandelson dreef het mes nog wat dieper door de visie van de Europese zakenlobby te citeren: “als de Europese Commissie in de loop van het jaar vaststelt dat een akkoord onmogelijk is, moet ze zich niet laten opjagen, maar de interessante elementen eruit lichten en de rest netjes begraven”.

De Amerikaanse handelsminister Susan Schwab stelde dat de onderhandelingen vanzelf zouden doodbloeden, indien er dit jaar geen akkoord bereikt wordt. “Ik weet niet of de zakenwereld een formele overlijdensakte van de Doha Ronde verwacht”, aldus Schwab. De Amerikaanse vermeldde dat de private sector druk uitoefent op de regeringen om toch tot een akkoord te komen. Daarbij wegen de drukkingsgroepen uit de landbouwsector volgens Schwab wellicht zwaarder door op de beslissingen dan deze uit de dienstensector of de industrie.

Sommige niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), die geen akkoord beter vinden dan een slecht akkoord, zien het stilvallen van de WTO gesprekken als de eindfase van het neoliberale tijdperk. Het multilaterale forum stuit inderdaad voortdurend op zijn eigen grenzen, maar terwijl de WTO motor sputtert, neemt het aantal besprekingen rond bilaterale en regionale handelsakkoorden alsmaar toe. Onderhandelingen rond vrijmaken van markten speelt zich niet langer af op het wereldforum, maar in ad hoc settings. Deze “tweede generatie” bilaterale besprekingen bevatten een WTO+ agenda: de basis blijft de regelgeving van de WTO, maar daar bovenop komen extra afspraken en domeinen die vandaag niet op de agenda van de WTO staan, zoals overheidsinvesteringen. De bilaterale onderhandelingen worden gemaakt op maat van de sterkste handelsblokken. In de meeste gevallen betreft het de EU en de Verenigde Staten. De landen of regio’s in het Zuiden waarmee de akkoorden afgesloten worden, hebben weinig of geen onderhandelingsmarge en komen er meestal bekaaid van af. Stilaan worden ook de basisprincipes van de WTO, zoals een gelijke behandeling van elk land inzake tarieven en quota’s, ondermijnd door een kluwen van allerlei specifieke regeltjes. Op een vergadering in september 2007 te Lima vergeleek Pascal Lamy al die akkoorden met een kom spaghetti, met vele negatieve effecten en een verspreide slagorde, waarbij de discriminatie tussen landen verder toeneemt.

Ook al is de WTO een kind van de neoliberale tijdsgeest en is het instituut verre van perfect, toch geeft dit multilaterale forum meer kansen aan ontwikkelingslanden om zich te verenigen in het verzet tegen de grootmachten. Dit lukte op de Ministeriële Conferentie in Cancún in 2003 en in Hongkong eind 2005. Dit lukt nog steeds in de lopende onderhandelingen in Genève. Dit is één van de redenen waarom de besprekingen zo traag verlopen. Het grote probleem van de WTO is niet de multilaterale setting – want die geeft een betere onderhandelingspositie aan het Zuiden – maar de complexiteit van de agenda en het feit dat alles aan alles verbonden wordt. De agenda van de WTO verlichten zou meer zuurstof bieden aan de huidige onderhandelingen. Indien men de landbouwproblematiek uit het WTO kluwen haalt en het een krachtdadige plaats in het kader van de Verenigde Naties (b.v. in de FAO) geeft, is de kans op reële vooruitgang inzake ontwikkeling veel groter. De mogelijkheid dat kleine boeren daar beter van worden neemt dan wellicht toe. En daar is het ons toch om te doen.

Deel dit artikel