Vrouw en geloof: de vrouw in de islam

Het thema ‘vrouw in islam’ laat niemand onverschillig. De meningen erover zijn ook erg verdeeld. Veel Westerse intellectuelen betogen dat er binnen de islam geen plaats is voor rechten voor de vrouw. Islamitische feministen baseren zich echter juist op de islamitische bronnen in hun strijd voor gendergelijkheid en een verbeterde positie van de vrouw in de moslimwereld.


1. Visie van het Westen

De positie van de vrouw in islam is een thema dat hevige discussies uitlokt. Veel Westerse intellectuelen zoals bijvoorbeeld Etienne Vermeersch betogen dat de monotheïstische godsdiensten de rechten van de vrouw krenken. Het verschil tussen het christendom en de islam is echter dat hier in het christendom, door de diverse wijzen van benadering van de Bijbel, die een brede interpretatie toelaten, daarop kritiek gekomen is en de positie van de vrouw positief is geëvolueerd. De islam heeft geen vergelijkbare evolutie gezien en kent geen aanvaarde "moderne theologie".

Dit betekent dat moslims vasthouden aan de Koran, met zijn vrouwonvriendelijke passages, als het eeuwige woord Gods. Ook de soenna (de traditie van de profeet) en de shari’a (het islamitisch recht) blijven onbetwistbare bronnen. Zij bestendigen de ondergeschikte positie van de vrouw in islamitische landen. Volgens Vermeersch is ‘voor een echte emancipatie een breuk met de islam nodig, omdat er buiten de islam geen plaats is voor rechten. Rechten worden slechts toegekend binnen de islam. Wie hieruit probeert te stappen is een afvallige, en hierop staat de doodstraf.

2. Sociale praktijk en politieke omstandigheden

Het is onloochenbaar dat de positie van de vrouw in islamitische landen ernstig te lijden heeft gehad onder praktijken die gebaseerd zijn op de traditionele islamitische bronnen: de Koran, de soenna en de shari’a. In veel gevallen is de islam gebruikt om de patriarchale maatschappij te behouden. De verbetering van de sociale en legale status van de vrouw werd vaak aan banden gelegd met een beroep op islamitische bronnen. Vaak is het echter niet zozeer de islam zelf als wel de sociale praktijk die de rechten van de vrouwen beperkt, zoals ook in andere godsdiensten het geval is.

Een voorbeeld is het Egypte van de 18de eeuw, waar vrouwen participeerden in het economische leven en ook konden scheiden. In de 19de eeuw was dit veel moeilijker en ging de positie van de vrouw aanzienlijk achteruit. Dit was vooral te wijten aan het Britse kolonialisme en het lokale verzet ertegen. Hoewel er in de 19de eeuw een culturele renaissance of nahda aan de gang was, die zich voor een deel baseerde op Westerse ideeën, werd deze in de kiem gesmoord door de politieke problemen. De 20ste eeuw opende dan weer nieuwe perspectieven, zo konden vrouwen opnieuw deelnemen aan het economisch leven. Toch zouden de politieke problemen en meer bepaald het dictatoriale bewind van Sadat en Mubarak hevige reacties uitlokken, vooral aan de zijde van de Moslimbroeders. Zij voeren oppositie tegen het bewind en hebben ook tegelijkertijd een zeer conservatieve visie op de vrouw.

De toenemende rol van de politieke islam of het islamisme is zeker niet bevorderlijk voor de positie van de vrouw. Het probleem is dat het islamisme in veel islamitische landen de enige oppositiekracht is tegen de lokale dictaturen. De islamisten genieten veel steun onder de bevolking en staan in vergelijking met de regimes ook zeer dicht bij het volk. Dit resulteert uiteraard in een grotere invloed op de maatschappij, die conservatiever wordt en bepaalde verworvenheden van de vrouw in vraag stelt.

Toch is het niet zo eenvoudig, want het voorbeeld van Iran toont aan dat vrouwen een belangrijke rol speelden in de islamitische revolutie van 1979, maar al snel gemarginaliseerd werden door de conservatieve krachten rondom Khomeiny. Toch zouden vrouwen in Iran dit niet aanvaarden en succesvol blijven vechten tegen sociale onrechtvaardigheid. De Nobelprijswinnares Shirin Ibadi is hiervan een goed voorbeeld.

3. Islamitisch feminisme

Toch bestaat er binnen de islam een traditie van islamitisch feminisme. Dit haalt zijn inspiratie in het streven naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen juist uit deze traditionele bronnen. Egypte speelde een pioniersrol in de ontwikkeling van dit islamitisch feminisme. Het eerste Egyptische feministische discours was zowel verankerd in het discours van het seculaire nationalisme als in dat van de islamhervormingen. Seculaire feministen maakten gebruik van argumenten uit de islam om de rechten van vrouwen te verdedigen op onderwijs, arbeid en politieke rechten, samen met democratische argumenten voor een seculair nationalisme en mensenrechten. Islamfeministen pleiten voor vrouwenrechten, gendergelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Ze gebruiken daarvoor hoofdzakelijk maar niet uitsluitend een moslimdiscours. In Iran worden ook seculaire methoden gebruikt om de eisen kracht bij te zetten.

De term islamitisch feminisme is opgedoken in de jaren 1990, in geschriften van moslims. De Iraanse onderzoeksters Afsaneh Najmabadeh en Ziba Mir-Hosseini hebben de opkomst en het gebruik van de term in Iran onderzocht bij vrouwelijke auteurs in het Teheraanse vrouwentijdschrift Zanan. De Saoedische onderzoekster Mai Yamani gebruikte de term in haar boek Feminism and Islam van 1996. De Turkse Yesim Arat en Feride Acar schreven erover in hun artikelen en Nilufer Gole gebruikte de term in haar boek The Forbidden Modern. De Zuid-Afrikaanse activiste Shamina Shaikh had het in haar speeches en artikelen van de jaren ‘90 eveneens over islamitisch feminisme. Tegen medio-1990 werd duidelijk dat deze term door heel wat moslims werd gebruikt en verspreid tot in de verse uithoeken van de wereldwijde moslimgemeenschap, de umma.

Het basisargument van de islamfeministen is dat de Koran het principe van de gelijkheid van alle mensen bevestigt, maar dat deze gelijkheid in de praktijk wordt verhinderd door patriarchale ideeën en praktijken. De islamrechtspraak werd in haar klassieke vorm geconsolideerd in de negende eeuw en was toen al zwaar belast met de patriarchale ideeën en praktijken van die tijd. Het is deze patriarchaal geïnspireerde rechtspraak die de verschillende hedendaagse formuleringen van de Shari’a heeft beïnvloed. De hadith, de niet altijd authentieke verslaggeving van de woorden en daden van de profeet Mohammed, werd eveneens gebruikt om patriarchale ideeën en praktijken te verantwoorden. Deze hadiths zijn niet altijd even betrouwbaar en soms worden ze volledig uit hun context gerukt. Wat islamfeministen doen is zich rechtstreeks beroepen op de Koran om de boodschap van gelijkheid weer naar boven te laten komen.

Feministen zoals Fatima Mernissi laken tevens de manipulatie van de islamitische teksten en stellen de authenticiteit van veel overleveringen en tradities in vraag. Volgens haar is de vraag ook niet of de hoofddoek of de hidjab islamitisch is of niet. De vraag is wat je drijft om hem te dragen, wat je keuze en motivatie is.

Bronnen

· Etienne Vermeersch, De vrouw in de islam
http://www.etiennevermeersch.be/media_reacties/vrouw_islam_dm/document_view

· Margot Badran, Moslimfeminisme
http://mysubmission.abubakker.nl/feminisme/badran.htm

· Fatima Mernissi, Achter de sluier

Pax Christi DOOR:

Deel dit artikel