Waarom 11.11.11 zo hard uithaalt naar Forrest

Waarom 11.11.11 zo hard uithaalt naar Forrest
[© Fairphonevia photopin cc]

Dat koning Filip, op voordracht van minister Didier Reynders, een eretitel verleent aan de Belgische-Congolese zakenman George Forrest stuitte op heel wat onbegrip. Ook 11.11.11 vond dit vreemd. We haalden dan ook scherp uit naar deze beslissing. Maar waarom trekken we eigenlijk zo hard van leer? 

In eerste instantie omdat de Congolese mijnbouwsector, waarin ook de bedrijven van Forrest al jarenlang erg actief zijn, tal van desastreuze gevolgen met zich meebrengt. Zowel voor milieu als voor de lokale bevolking.

Congo zou met haar grote voorraden aan ertsen een van de rijkste streken op aarde kunnen zijn. Vooral de kopervoorraden van Katanga behoren tot één van de rijkste ter wereld. Als de natuurlijke rijkdommen van het land goed beheerd zouden worden, was de ontwikkeling van het land en het welzijn van de bevolking al lang een feit. Maar na meer dan een eeuw exploitatie door verschillende investeerders (zowel privé als publiek) valt het resultaat zwaar tegen.

De bodemloze corruptie-put

De overheid slaagt er maar niet in om de opbrengsten uit de mijnbouwsector correct te vorderen. Het aandeel van de sector natuurlijke rijkdommen in het overheidsbudget is zeer gering De opbrengsten gaan verloren door een gebrek aan controle en transparantie, een zwak taxatiesysteem en corruptie. Nog geen 10% van de winsten uit mijnontginning komt bij de Congolese overheid terecht.

Tussen 2010 en 2012 verloor Congo minstens 1,36 miljard dollar door het verkopen van mijnconcessies, aan een te lage prijs, aan bedrijven in belastingparadijzen. Het Africa Progress Panel onderzocht dat het verlies aan belastinginkomsten voor slechts vijf mijnbouwcontracten alleen al gelijk was aan het dubbel van het budget voor onderwijs en gezondheidszorg.

Het verkeerd beheer van deze bodemrijkdommen zorgt er mede voor dat Congo in de Human Development index de 187ste plaats bekleedt. Er worden amper middelen geïnvesteerd in de landbouwsector, de belangrijkste sector wat betreft tewerkstelling (75%) in Congo. De toegang tot grond, drinkbaar water en elektriciteit is slechts voor een beperkt deel van de bevolking verzekerd.

Congolese bevolking grootste slachtoffer

Niet alleen kan de Congolese bevolking amper de vruchten plukken van haar rijke ondergrond, diezelfde bevolking betaalt ook nog eens een zware prijs voor de mijnontginning: boeren moeten zonder waardige compensatie gedwongen verhuizen om plaats te maken voor nieuwe mijnsites. Ernstige milieuvervuiling, gezondheidsproblemen en schendingen van de mensenrechten zijn schering en inslag in deze regio's.

In de formele mijnsector zien we dat sommige mijnbedrijven zich dankzij de druk van de civiele maatschappij iets meer aan de internationale normen van sociaal verantwoord ondernemerschap beginnen houden. Daarom is een transparante, formele mijnbouw zo nodig. Als die overal degelijk georganiseerd zou zijn en werkgelegenheid zou voorzien, dan kan het een waardig alternatief worden voor de miljoenen Congolezen die in de artisanale mijnbouw werken. Want daar zijn de gevaren op gezondheidsrisico's en de kans op geweld vaak veel groter.

'Flagrant belangenconflict'

Dat George Forrest, een belangrijke speler in de Congolese mijnbouwsector, een officiële oorkonde krijgt, doet om al deze bovenstaande redenen de wenkbrauwen fronsen. De steenrijke Belgisch-Congolese ondernemer heeft zich ondertussen teruggetrokken uit de mijnbouwsector, maar heeft in die sector een groot fortuin bij elkaar geraapt. Hij kreeg merendeels kritiek, vooral omwille van het gebrek aan transparantie in het verkrijgen van zijn mijnbouwconcessies.

Een VN-rapport sprak over een 'flagrant belangenconflict' toen Forrest zelf tussen '99 en 2001 voorzitter was van Gécamines, terwijl op hetzelfde moment ook onderhandelingen liepen tussen Gécamines en het bedrijf van Forrest, George Forrest International (GFI). Later kwam hij ook in opspraak met zijn Luikse bedrijf New Lachaussée, dat machines maakt waarmee munitie wordt geproduceerd, omdat het plannen had om een fabriek te bouwen in Tanzania.

In 2012 werd er door een aantal mensenrechtenorganisaties een klacht geformuleerd bij het Belgische contactpunt van de OESO tegen Compagnie Minière du Sud-Katanga (een joint-venture van Entreprise Général Malta Forrest, eigendom dus van Forrest, en het Congolese mijnbedrijf Gécamines) rond het gebruikte geweld tegen artisanale mijnbouwwerkers in de Luiswishi-mijn.

Forrest heeft ook meerdere Belgische middenveldorganisaties al een proces aangedaan omdat die zijn naam zwart zouden maken. Forrest opende zowel tegen Broederlijk Delen en 11.11.11 een proces. Mondiaal magazine MO* werd recent veroordeeld tot het betalen van een boete omwille van een spotprent over Forrest, maar vrijgesproken voor het artikel dat eraan verbonden was.

De voordracht van Forrest door minister Reynders is geen akkefietje en 11.11.11 betreurt dat tot nu toe niemand een redelijke verklaring heeft voor de toekenning van deze eer. Zonder verklaring vinden we dit een blamage voor een minister van Buitenlandse Zaken, van wie we verwachten dat hij iets meer voeling zou hebben met de gevoeligheden op het terrein. Ontwikkeling in Congo is onmogelijk zonder een betere regulering van de mijnbouw.

Wat doet 11.11.11

De Congolese mijnproblematiek is een thema waar 11.11.11 al jaren op inzet. Samen met zijn Congolese partners, strijdt 11.11.11 voor een duurzame manier van ontginnen en een betere herverdeling van de inkomsten uit mijnbouw. Ze doet dit via het steunen van organisaties die actief de mijnwetgeving en -reglementering opvolgen en beïnvloeden.

In de provincie Katanga zijn er hoe langer hoe meer lokale organisaties in de mijnsector actief. Om hun strategieën onderling beter af te stemmen, heeft men recent het platform POM opgericht.

Samen streven de organisaties achter dit platform naar een beter beheer van de natuurlijke rijkdommen in Katanga. Ze zetten in op verschillende aspecten: transparantie van de financiële stromen, de impact van de mijnontginning op mens en milieu en de herziening van de mijnwetgeving. Een ontwikkeling die 11.11.11 volop wil steunen. POM werd dit jaar dan ook een van de nieuwe partners van 11.11.11.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels