Wat is een EPA?


Wat is een EPA? [Terug]

Een Economisch PartnerschapAkkoord is een verdrag dat bepaalt hoe de handelsrelaties er vanaf 2008 zullen uitzien tussen de Europese Unie en de ACP landen (maar zie ook het antwoord op vraag 2).

ACP landen zijn oud-kolonies van de Europese landen uit Afrika, de Cariben en de Stille (of Pacifische) Oceaan. Ze hebben een bijzondere samenwerkingsrelatie met de EU. De ACP-landen behoren tot de armste ter wereld: 41 van de 79 ACP landen zijn minst-ontwikkelde landen.

Hoe de relatie tussen de EU en de ACP-landen er uitziet is bepaalt door het Cotonou Akkoord (genoemd naar de hoofdstad van Benin waar het ondertekend werd in 2000).

Het Cotonou Akkoord is dan weer de opvolger van de vroegere Lomé Akkoorden (genoemd naar de hoofdstad van Togo waar ze voor de eerste keer werden ondertekend in 1975).

Het Cotonou Akkoord voerde een aantal nieuwigheden in in de ACP-EU relaties, zoals meer politieke dialoog, een grotere rol voor de civiele maatschappij, resultaatgebonden hulp en bovenal een andere aanpak voor de handelsrelaties.

Het Cotonou Akkoord bepaalt dat ACP en EU met elkaar EPA's zouden onderhandelen om die handelsrelaties in detail uit te werken. Het Cotonou Akkoord legt een aantal principes vast waaraan een EPA moet beantwoorden:

  • bijdragen tot de duurzame ontwikkeling van de ACP landen: EPAs' moeten "ontwikkelingsinstrumenten"zijn
  • de ACP landen helpen integreren in de wereldhandel
  • gebaseerd zijn op de bestaande regionale integratie-inspanningen van de ACP landen
  • in overeenstemming zijn met de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)
  • geleidelijke wederzijdse liberalisering van de handel tussen EU en ACP tot stand brengen
  • gebaseerd zijn op "een waar, versterkt en strategisch partnerschap", met aandacht voor de "aanbod en vraag beperkingen" van de ACP-landen
  • rekening houdend met de verschillende noden en ontwikkelingsniveaus van de ACP-landen en hun regio's

De EPA-onderhandelingen zijn gestart of 27 september 2002 en moeten in principe beëindigd zijn vóór 31 december 2007. Vanaf 1 januari 2008 moeten de EPAs van kracht zijn. 

Wat is het verschil tussen de bestaande EU-ACP handelsrelaties en de voorgestelde EPA's? [Terug]

Van "bevoorrecht" en "éé nzijdig" naar "wederkerig" en "onderhandeld"
De ACP-landen genieten sinds lang van een "bevoorrechte of preferentiële toegang" tot de Europese markt, dat wil zeggen dat de meeste producten uit ACP-landen zonder beperkingen op hoeveelheid en zonder invoertaksen kunnen ingevoerd worden in de landen van de EU.

Deze bevoorrechte marktoegang wordt door de EU "é é nzijdig" verleend: ACP landen moeten in ruil geen handelsvoordeel verlenen aan de EU.

In de voorgestelde EPA's zullen de handelsrelaties tussen de EU en ACP er helemaal anders uitzien. De marktopening zal nu "wederkerig" moeten worden: in ruil voor het behoud en de verbetering van hun markttoegang tot de EU, zullen de ACP-landen op hun beurt hun markten moeten openen voor de invoer van Europese producten. Hoe dit zal gebeuren maakt het voorwerp uit van de onderhandelingen.

Van goederenhandel via "veelomvattende akkoorden" naar een verbetering van het investeringsklimaat.
De bestaande handelsvoordelen voor ACP-landen hebben enkel betrekking op de handel in goederen (industriële en landbouwproducten). Als het van de EU afhangt zullen EPA's veel ruimer zijn dan dat en ook betrekking hebben op de handel in diensten, op investeringen, overheidsaanbestedingen, concurrentieregels, de bescherming van intellectuele eigendomsrechten en persoonsgegevens, enz.

De EU dringt er op aan dat EPA's "comprehensive agreements" zijn of "veelomvattende akkoorden". Zulke akkoorden zouden niet alleen een diepgaande liberalisering van de handel, maar van de hele economie tot stand brengen en via het invoeren van regelgeving de rechten van investeerders en handelaars vastleggen en verbeteren. Volgens de EU zouden EPA's vooral het investeringsklimaat moeten verbeteren in de ACP-landen en op die manier investeringen aantrekken die tot economische groei en ontwikkeling moeten leiden. Het is precies om deze dimensie toe te voegen dat de EU de bestaande handelsregeling van é é nzijdige preferenties met de ACP-landen heeft willen verlaten.

 

De WTO en bevoorrechte handelsrelaties: drie toegelaten methodes
Volgens de internationale handelregels, die worden bepaald door de Wereldhandelsorganisatie (WTO), mogen landen elkaar niet zomaar handelsvoordelen toekennen. Een belangrijk principe van de WTO is dat al haar leden op dezelfde manier moeten behandeld worden. 

1.
Het is wel toegelaten om ontwikkelingslanden en minst-ontwikkelde landen voordelen te geven. De meeste rijke landen
laten producten uit ontwikkelingslanden toe aan lagere tarieven. Zo een systeem van lagere tarieven heet "Algemeen Preferentieel Systeem" (of
Generalised System of Preferences (GSP)). De EU heeft naast zo'n GSP voor alle ontwikkelingslanden, ook nog een bijzondere regeling voor de
minst-ontwikkelde landen: bijna al hun producten hebben sinds 2001 vrije toegang tot de Europese markt (geen tarieven en geen beperkingen
op hoeveelheid). De EU heeft deze regeling "Alles Behalve Wapens" genoemd (of 'Everything But Arms" – EBA, zie vraag 23).
2.
Maar voordelen geven aan een bepáálde groep van ontwikkelingslanden en minst-ontwikkelde landen mag
eigenlijk niet. Vermits de EU aan de ACP-landen handelsvoordelen geeft die andere ontwikkelingslanden niet krijgen (bijvoorbeeld,
Midden-Amerikaanse of Aziatische ontwikkelingslanden), moeten de EU hier telkens voor een bepaalde tijd een bijzondere toelating of
uitzondering voor krijgen van de WTO (een "waiver", in WTO jargon) . De laatste keer dat dit gebeurde was in 2001. Deze uitzondering loopt af
op 31 december 2007. Tegen dan moet er een andere regeling worden uitgewerkt. Dat is nu net wat men met de EPAs wil doen.

3.
WTO-leden mogen onder elkaar ook vrijhandelszones ("Free Trade Areas" -  FTA's) oprichten. Zij maken
dan van hun markten é é n markt. Vrijhandelszones moeten beantwoorden aan art.24 van het GATT-akkoord (het basisakkoord van de WTO dat de regels
bepaald voor de handel in goederen): de landen die er aan meedoen moeten alle handelsbelemmeringen wegnemen voor nagenoeg al hun handel
en dit binnen een termijn van 10 jaar die enkel kan verlengd worden in uitzonderlijke gevallen.
Het is dit wat de EU en de ACP-landen aan het doen zijn door middel van EPAs, of met andere woorden: EPA's zijn in essentie
vrijhandelsakkoorden, of akkoorden gericht op het creëren van vrijhandelszones.

 

Van bilateraal naar regionaal
In de bestaande EU-ACP handelsrelaties hebben de ACP-landen elk afzonderlijk een bevoorrechte markttoegang tot de EU.

EPAs zijn geen akkoorden tussen elk van de ACP-landen en de EU, maar tussen de EU en zes ACP-regio's (Cariben, West-Afrika, Centraal-Afrika, Oost en Zuidelijk Afrika, Zuidelijk Afrika, Stille Oceaan); EPA's zijn dus niet zozeer bilateraal (tussen individuele landen), maar wel bi-regionaal (tussen regio's)

Door de EPA's te baseren op regio's, en niet op individuele landen, moeten een schaalvergroting tot stand brengen die meer investeerders en handelaars zou aantrekken.

Volgens de EU gaan EPA's in eerste instantie over het creëren van regionale markten (met alles er op en er aan, zie "veelomvattende akkoorden). De opening van deze markten voor producten, diensten en investeerders uit Europa komt op de tweede plaats.

In de visie van de EU zijn EPA's dus veelomvattende regionale vrijhandelsakkoorden die vooral dank zij de verbetering van het investeringsklimaat economische groei en ontwikkeling zullen brengen in de ACP-landen.

Welke zijn de ACP regio's die EPA's onderhandelen? [Terug]

Het Cotonou Akkoord zegt dat de EPA's moeten gebaseerd zijn op de bestaande "regionale integratie-initiatieven" van de ACP landen. De Europese Unie dringt aan op bi-regionale onderhandelingen (tussen de EU en ACP-regio's).

Het probleem is dat er in de loop van de jaren verschillende initiatieven zijn genomen die elkaar overlappen. Dat is vooral het geval in Oostelijk en Zuidelijk Afrika met COMESA (Common Market for Eastern and Southern Africa) en SADC (de Southern African Development Community), waar landen een keuze hebben moeten maken tussen de twee.

De zes ACP regio's die een EPA onderhandelen:

Caraiben:

CARICOM (Antigua & Barbuda, Bahamas, Barbados, Belize, Dominica, Grenada, Guyana, Haiti, Jamaica, St Lucia , St Vincent , St. Kitts & Nevis , Suriname, Trinidad & Tobago) plus de Dominikaanse Republiek (totaal:15 landen)

West-Afrika:
ECOWAS (Benin, Burkina Faso, Kaap Verdië, Gambia, Ghana, Guinea, Guinee Bissau, Ivoorkust , Liberia, Mali, Niger, Nigeria, Senegal, Sierra Leone enTogo) plus Mauretanië (totaal: 16 landen)

Centraal-Afrika:
CEMAC (Kameroen, Centraal Afrikaanse Republiek , Chad, Congo Brazzaville, Equatoriaal Guinea , Gabon) plus San Tome & Principe en DR Congo (totaal: 8 landen)

Oostelijk en Zuidelijk Afrika of ESA (Eastern en Southern Africa):
Burundi, Comoren,  Djibouti, Eritrea, Ethiopië, Kenia, Malawi, Mauritius, Madagascar, Rwanda, Seychellen, Soedan, Uganda, Zambia, Zimbabwe (totaal: 15 landen)

Zuidelijk Afrika:
BNLS (Mozambique, Namibië, Lesotho, Swaziland), Mozambique, Tanzania en Angola (totaal: 7 landen)

Stille Oceaan:
Cook Eilanden, Micronesië, Fiji, Kiribati, Marshall Eilanden, Nauru, Niue, Palau, Papua Nieuwe Guinea , Samoa, Solomon Eilanden, Tonga, Tuvalu, Vanuatu (totaal: 14 landen)

 

In andere regio's maken niet alle landen deel uit van het plaatselijke regionale initiatief: in de Cariben was dat het geval voor de Dominikaanse Republiek; in West Afrika met Mauritanië; in Centraal-Afrika met San Tomé & Principe. Dat betekent dat deze landen zich versneld moeten aansluiten bij de bestaande initiatieven, wat lang geen eenvoudige zaak is.

Op dit ogenblik ziet de regionale opdeling voor de EPA-onderhandelingen er uit zoals in bovenstaande lijst. Maar verschuivingen zijn niet uitgesloten. De Democratische Republiek Congo is vorig jaar nog overgestapt van de "Oostelijk en Zuidelijk Afrikaanse" regio naar de Centraal-Afrikaanse (waardoor deze regio haar bevolking zag toenemen van 30 naar 90 miljoen inwoners). Tanzania vormt met Uganda en Kenia de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, maar onderhandelt samen met de Zuidelijk Afrikaanse regio en staat onder druk om ook van regio te wisselen.

 

Welke problemen moeten er aangepakt worden om van EPA's ontwikkelingsinstrumenten te maken? [Terug]

In de visie van de EU zijn EPA's veelomvattende regionale vrijhandelsakkoorden die vooral dank zij de verbetering van het investeringsklimaat economische groei en ontwikkeling zullen brengen in de ACP-landen (zie vraag 2).

Het is duidelijk dat EPA's zullen leiden tot meer uitvoer van de EU naar de ACP landen, maar hoe kan de ACP export worden vergroot en vooral hoe kan men er in slagen om in ACP-landen af te geraken van grondstoffenafhankelijkheid en de overstap maken naar de productie van goederen met meer toegevoegde waarde?

Het antwoord van de EU-Commissie  is dat de schaalvergroting en het uitgebreide regelgevende kader de nodige investeringen zal aantrekken en dat EPA zo automatisch naar meer ontwikkeling zullen leiden.

Maar er is geen enkel bewijs dat een regelgevend kader dat rechten en bescherming beidt voor investeerders ook daadwerkelijke nieuwe investeringen aantreft. Bovendien ontnemen veelomvattende akkoorden lokale overheden de nodige beleidsruimte om lokale producenten te ondersteunen.

De EU heeft bovendien al een hele reeks vrijhandelsakkoorden afgesloten (met Chili, Mexico, Zuid-Afrika, de Middellandse Zeelanden en Oost-Europese landen). Waarom zouden investeerders zich in Afrika vestigen om vandaar uit te voeren naar de EU als dit ook kan vanuit meer geavanceerder economieën?

Als Economische Partnerschapsakkoorden ACP-landen ontwikkeling willen brengen dan moet er meer aandacht besteed worden aan een aantal thema's die tot nu toe niet erg prominent aanwezig zijn in de benadering van de Commissie:

uitwerken van uitgebreide en effectiever programma's om de beperkingen aan te pakken waarmee de ACP-landen worstelen: gebrek aan infrastructuur en menselijk kapitaal (zie vraag 12 en 13).  geen liberaliseringen aan te vatten vooraleer bepaalde capaciteiten zijn verworven, in plaats van te werken met voorafbepaalde tijdschema's voor liberalisering;
het aanpakken van effectieve en rechtvaardige fiscale hervormingen vóór het verlagen van invoertarieven (zie vraag 6);
het bestuderen en aanpakken van de gevolgen van de Europese landbouwhervormingen voor de ACP-landen  (zie vraag 14-17).

Deel dit artikel