"We zijn genereus, maar niet naïef"

De Europese Unie en haar lidstaten zijn samen de grootste donor van ontwikkelingshulp. Ontwikkelingsorganisaties verwijten de EU dat ze wat ze geeft met de ene hand, weer terugneemt met de andere. In een interview met IPS verdedigt EU-Ontwikkelingscommissaris Louis Michel het gevoerde beleid: “We zijn genereus, maar niet naïef”.


De Europese Unie bedreigt het inkomen van kleine boeren en vissers in het Zuiden, door hun markten te overspoelen met gesubsidieerde Europese landbouwproducten en door akkoorden af te sluiten waardoor Europese vissers in ontwikkelingslanden de zee gaan leegvissen. Ngo’s voerden dergelijke argumenten in 2007 vaak aan in het kader van de Economische Partnerschapsakkoorden die de EU wil afsluiten met haar voormalige kolonies in Afrika, de Cariben en de Stille Oceaan (ACP-landen). Intussen hebben 35 van bijna tachtig ACP-landen een akkoord ondertekend waardoor ze minstens tachtig procent van hun markten gaan opzetten voor goederen uit Europa.

Europees Ontwikkelingscommissaris Louis Michel beloofde bij zijn aantreden in 2004 voor meer “coherentie” te zorgen tussen de Europese beleidsdomeinen die een impact hebben de arme landen. IPS vroeg Michel hoeveel vooruitgang hij precies heeft gemaakt.

IPS: De Europese Commissie gaf onlangs in een rapport een positieve beoordeling van de vooruitgang die u heeft geboekt om voor meer coherentie te zorgen tussen ontwikkelingssamenwerking en andere beleidsdomeinen. Het rapport zegt ook dat heel wat Europese ambtenaren onvoldoende geïnformeerd zijn over ontwikkelingsthema’s. Hoe wil u die situatie verbeteren ?

LM: De EU-medewerkers weten al dat ze ons gedetailleerd moeten informeren als ze aan een dossier of een maatregel werken met gevolgen voor ontwikkelingslanden. We zijn daarin een flink eind opgeschoten. Zijn er nog veel andere dingen die moeten gebeuren ? Het belangrijkste zijn de landbouwsubsidies. Tegen 2011 zal 90 procent van de subsidies losgekoppeld zijn van de productie. Dat komt neer op een drastische vermindering.

De beste manier om het beleid coherenter te maken is door duidelijk en principieel te stellen dat het ontwikkelingswerk van de Unie niet alleen een zaak is van de ministers van ontwikkelingssamenwerking. Alle ministers die direct of indirect met ontwikkeling te maken hebben moeten een rol spelen. Ik hoop dat er vergaderingen komen met de ministers van Handel, Financiën en Onderwijs om dit potentieel ten volle te exploiteren.

EPA’s

IPS: Is het niet wat overdreven van te stellen dat er een harmonieuze relatie is tussen het Europese handels- en ontwikkelingsbeleid ?

LM: Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt. Toen we over de economische partnerschapsakkoorden onderhandelden, zeiden we aan de ACP-landen dat twintig procent van de handel niet geliberaliseerd moest worden. Bovendien is er een overgangsperiode van 15 jaar, zodat gevoelige producten beschermd kunnen blijven.

Als je denkt dat er niets is gebeurd, kijk dan eens naar de vermindering van onze landbouwsubsidies. Kijk hoe we onze markten openstellen voor suiker van buiten de Europese Unie. Dat is allemaal geen liefdadigheid.

IPS: Maar in het nieuwe Verdrag van Lissabon staat dat de Unie ernaar streeft om alle handelsbarrières voor Europese firma’s in het buitenland weg te werken. Ook als het gaat om veiligheidsregels of milieuvoorschriften die op langere termijn in het belang zijn van ontwikkelingslanden.

LM: Ik weet niet waarover u het heeft

IPS: De Zuid-Afrikaanse vice-minister voor Handel, Rob Davies, zei me dat zijn land de EPA’s niet heeft ondertekend omdat de EU aandrong op een ‘most favoured nation’-bepaling (een clausule die zegt dat elk handelsvoordeel dat Zuid-Afrika toekent aan een grote handelspartner automatisch ook wordt toegekend aan de EU, nvdr). Volgens hem was dat een aanslag op de soevereiniteit van Zuid-Afrika.

LM: Dat is zo, maar het is ook een kwestie van soevereiniteit voor de Europese Unie. De EU en haar lidstaten geven 56 procent van de ontwikkelingshulp in de wereld. We kunnen moeilijk ermee instemmen dat onze partners onze economische concurrenten beter behandelen dan onszelf. We zijn genereus, maar niet naïef.

IPS: Activisten van ngo’s in Afrika beweren dat u het grote gewicht van Europa als donor heeft gebruikt om druk uit te oefenen op de ontwikkelingslanden.

LM: Druk om wat te doen ?

IPS: Om de EPA’s te ondertekenen.

LM: Intussen is de deadline van 1 januari 2008 voorbij en is er een ramp gebeurd ? Ik weet niet waar die ngo’s het over hebben. Het klopt dat een land als Senegal tegen de EPA’s was en ook niet heeft getekend. Maar Senegal heeft als een van de Minst Ontwikkelde Landen al vrije toegang tot de Europese markt. Bovendien kan het een invoertaksen heffen op import uit Europa. Ik snap niet wat het probleem was voor Senegal.

Biobrandstoffen

IPS: Iets anders nu: biobrandstoffen. VN-rapporteur Jean Ziegler zegt dat gewassen voor biobrandstoffen in de plaats kunnen komen van gewassen die nodig zijn in de strijd tegen de honger. Wat denkt u van het voorstel voor een internationaal moratorium op doelstellingen die regeringen formuleren om het gebruik van biobrandstoffen te vergroten ?

LM: Ik ben het met hem eens.

IPS: Maar de Europese Unie heeft een doelstelling om ervoor te zorgen dat tegen 2010 biobrandstoffen een tiende van de brandstof voor transport uitmaken.

LM: Ziegler heeft de vinger op de wonde gelegd. Het is nuttig te waarschuwen voor de illusies rond biobrandstoffen. Het is gevaarlijk bossen te kappen om biobrandstoffen te maken en het gebruik van landbouwgrond is nadelig voor de landbouwproductie.

IPS: Het u dat ook al aan (Europees Landbouwcommissaris) Mariann Fischer Boel gezegd ?

LM: Zij kent mijn standpunt. Er komt een meeting in Brussel met experten inzake biobrandstoffen en de productie van palmolie. We moeten hier goed over nadenken.

IPS: Onderzoek wijst uit dat sommige visbestanden in Afrika in de voorbije dertig jaar zijn gehalveerd. Sommigen geven de schuld daarvoor aan de visserijakkoorden die de Europese Unie heeft afgesloten met Afrikaanse landen. In 2008 treden een reeks nieuwe visserijakkoorden in werking. Gaat er iets veranderen ?

LM: De financiële enveloppe die bij de visserijakkoorden hoort is soms groter dan de ontwikkelingshulp. Vijf keer groter bijvoorbeeld in het geval van Mauritanië. Wat de visbestanden betreft, moeten we natuurlijk rekening houden met wetenschappelijke adviezen.

Kenia

IPS: Wat is uw kijk op de onrust in Kenia ? Kan de EU daar een rol spelen ?

LM: De Europese Unie laat de Afrikanen hun problemen zoveel mogelijk zelf oplossen. Er komt geen inmenging, want dat zou contraproductief kunnen zijn. Voor president Mwai Kibaki is het noodzakelijk dat hij de bemiddeling aanvaard van John Kufuor (de president van Ghana en voorzitter van de Afrikaanse Unie, nvdr) en de macht deelt met de oppositie. Er is een telefoongesprek gepland met de heer Kufuor. Ik probeer ook contact op te nemen met de medewerkers van Kibaki en de (verslagen presidentskandidaat Raila) Odinga. Meer kan ik daar voorlopig niet over zeggen.

BRON:
http://www.ipsnews.be

Deel dit artikel