Welke rol moet de EU spelen na de Palestijnse verkiezingen?

De overwinning van Hamas bij de Palestijnse parlementsverkiezingen van 25 januari 2006, plaatste de internationale gemeenschap voor een moeilijke uitdaging. Hamas staat niet alleen op de Europese lijst van terreurorganisaties. Deze partij weigert bovendien het bestaansrecht van Israël te erkennen, het geweld tegen burgers af te zweren en de Oslo-akkoorden te aanvaarden. Daarom schortte de EU in april de hulp aan de Palestijnse Autoriteit op. Pax Christi Vlaanderen en Broederlijk Delen begrijpen dat Europa in een moeilijke positie zit. Toch willen we de EU aansporen een strategie te zoeken die tegelijkertijd strookt met haar juridische en politieke posities en met het internationaal humanitair recht. Hierbij moet de EU Israëls verplichtingen onder het internationaal humanitair recht bekrachtigen en de noden van de Palestijnse bevolking in rekening brengen. Daarnaast wijzen we erop dat de Europese rol verder moet gaan dan het verstrekken van hulp en de EU de oorzaken van het conflict moet bestrijden.

Pax Christi Vlaanderen en Broederlijk Delen begrijpen dat de overwinning van Hamas de Belgische en Europese beleidsmakers voor een moeilijk dilemma plaatst. Verdergaan met hulp verlenen aan de Palestijnse Autoriteit is moeilijk, omdat Hamas weigert te voldoen aan de drie voorwaarden die de EU verbond aan de directe hulp aan de Palestijnse regering. Bovendien zijn er ook onvoldoende garanties dat de hulp niet zou misbruikt worden voor bijvoorbeeld terrorisme. Maar de opschorting van de hulp is ook geen oplossing. Ten eerste dreigt er een humanitaire crisis in de Palestijnse gebieden. Daarom vragen het Palestijnse middenveld en internationale instellingen de hulp voort te zetten. De Palestijnse Autoriteit kan immers niet vervangen worden door het middenveld. De opschorting van de hulp wordt ook gezien als een sanctie tegen de Palestijnse bevolking, terwijl de verkiezingen vrij en democratisch verliepen. Ten tweede wil de EU de architectuur van het Osloproces behouden en houdt ze vast aan de tweestatenoplossing, gebaseerd op de grenzen van 1967. Daarom wil ze verder werken met de Palestijnse Autoriteit.

De EU moet druk uitoefenen op Hamas opdat de partij bewijst dat ze een betrouwbare politieke speler is en zich  inschrijft in het kader van het internationaal recht. De vraag is hoe de EU Hamas hiertoe kan motiveren en of positieve conditionaliteit geen betere oplossing is dan negatieve conditionaliteit, zoals werd toegepast. De EU kan niet verwachten dat Hamas de ommezwaai maakt van terreurbeweging naar politieke partij zonder ook druk op Israël uit te oefenen. Beide partijen moeten zich houden aan hun verplichtingen volgens het internationaal recht. Elke partij rechtvaardigt haar schendingen immers met de schendingen van de andere partij. Dit noodzaakt de EU des te meer om het respect voor het internationaal recht af te dwingen.  Europa moet ook Israël onder druk zetten om o.a. de Muur af te breken, de nederzettingenexpansie en de collectieve bestraffing van de Palestijnse burgerbevolking te staken. Tot op heden, blijft Israël immers de bezettende macht in de Palestijnse gebieden. De terugtrekking uit de Gazastrook verandert hier niets aan en ontslaat Israël niet van zijn verplichtingen als bezettende macht. Ook al heeft Israël dit nooit aanvaard, toch moet het instaan voor het welzijn en de bescherming van de Palestijnse burgers.

Daarnaast moet de EU een strategie vinden die rekening houdt met de politieke realiteit in de Palestijnse gebieden. Daarom lijkt het ons op lange termijn niet opportuun om de regering te omzeilen en hulp te voorzien via de president of  internationale instellingen. Hamas maakt deel uit van de politieke scène en zal in de toekomst misschien ook het presidentschap overnemen. We pleiten er daarom voor om de hulp aan de Palestijnse Autoriteit te hervatten en hier strenge voorwaarden aan te koppelen. De EU moet efficiënte controlemechanismen ontwikkelen die aangepast zijn aan de nieuwe omstandigheden en risico’s. Tegelijkertijd moet de EU blijven aandringen bij Israël op de betaling van het belastingsgeld aan de Palestijnse Autoriteit. Sinds de verkiezingsoverwinning van Hamas weigert Israël immers de belastingen die het int voor de Palestijnse Autoriteit door te storten, ook al is het hiertoe verplicht volgens de akkoorden met de PLO. Met 800 miljoen Euro per jaar, is dit haar grootste bron van inkomsten, en zonder het belastingsgeld kan de Palestijnse Autoriteit niet overleven. Als de Palestijnse Autoriteit in elkaar stort, heeft dit ook verstrekkende gevolgen voor Israël, dat dan opnieuw volledig verantwoordelijk wordt voor de administratie van de Palestijnse gebieden. Het is de taak van de EU om dit duidelijk te maken aan Israël.

Tot slot, willen we erop wijzen dat de EU zich niet enkel mag toespitsen op het verschaffen van hulp. Belangrijker dan hulp is het vooruitzicht op vredesonderhandelingen. Hulp kan geen vervangmiddel zijn voor politiek. Desondanks ging er sinds 2000 massaal hulp naar de Palestijnse gebieden zonder de structuur van een vredesproces. Wil de EU de verdere escalatie van het conflict voorkomen, dan moet ze de oorzaken ervan bestrijden en eerst en vooral het unilateralisme aan Israëlische zijde doorbreken. De oplossing van het conflict is duidelijk: de oprichting van een Palestijnse staat binnen de grenzen van 1967. Wil de EU een verschil maken op het terrein, dan moet ze een beleid voeren dat dit mogelijk maakt. Daarnaast moet ze er ook over waken dat de humanitaire hulp die ze geeft, Israël niet ontslaat van zijn verplichtingen als bezettende macht, maar ze integendeel bevestigt.

Brigitte Herremans, medewerker Midden-Oosten Pax Christi Vlaanderen en Broederlijk Delen

Deel dit artikel