WTO-mislukking laat armen in de kou staan


Brussel, 22 juni 2007 – Op donderdag 21 juni liepen de gesprekken binnen de Wereldhandels-organisatie (WTO) eens te meer vast. Brazilië, India, de VS en de EU waren samen in het Duitse Potsdam in een poging om de onderhandelingen weer vlot te trekken, maar dit mislukte. De grote struikelsteen blijft het landbouwdossier.  WTO Directeur Pascal Lamy hoopt nog dat de voltallige WTO de besprekingen in Genève wil verder zetten, maar Broederlijk Delen vreest dat er voor de presidentsverkiezingen in de VS (eind 2008) en de parlementsverkiezingen in India (2009) geen nieuwe doorbraak komt. Daarmee blijven vooral  de armsten op hun honger zitten.

De handelsbesprekingen in de WTO zitten feitelijk al in het slop sedert de Ministeriële Conferentie van Hongkong in december 2005. Daar kwam een miniakkoord uit de bus, waar vooral de concrete cijfers in ontbraken. En daar draait het allemaal om: hoeveel tariefverminderingen in de landbouw wil het Noorden toegeven en hoeveel markttoegang voor industriële goederen wil het Zuiden toestaan. Om wat vooruitgang te kunnen boeken, werd vooral vergaderd met  de G4: een groep van vier grote handelsblokken, bestaande uit Brazilië en India voor het Zuiden en de VS en de EU voor het Noorden. Toen in juli 2006 geen vooruitgang werd geboekt, schoof men de hete aardappel vooral in de schoenen van de VS. Die wilden geen enkele toegeving doen inzake hun exportondersteuning voor landbouwproducten.

In de marge van het Wereld Economisch Forum in Davos begin dit jaar probeerde Pascal Lamy een nieuwe poging om de gesprekken vlot te trekken. De meeste regeringen verklaarden zich bereid om verder te onderhandelen. In mei klonk de WTO directeur nog optimistisch voor een mogelijk akkoord, dat tijdens de Algemene Raad in juli zou beklonken worden. Maar met de mislukking van de recente gesprekken in Potsdam lijkt de WTO wel heel diep in het moeras verzonken te zijn. De vier onderhandelaars verwijten elkaar geen toegevingen te willen doen.
De grote struikelsteen blijft het landbouwdossier. Volgens het Zuiden geven de VS en de EU te weinig toe op het vlak van exportsubsidies. De Filippijnse ambassadeur Manuel Teehankee stelt echter dat de G4 niet representatief is voor de bekommernissen van de armste landen. Die zijn immers meer bezorgd om hun landbouwmarkten af te schermen tegen goedkope invoer, of die nu uit het Noorden of het Zuiden komt. De grote vier wilden alvast eerst hun boontjes doppen, en nu dit mislukt  moet iedereen maar in de kou blijven staan.

Deze WTO onderhandelingsronde, de Doha Ontwikkelingsronde genoemd, heeft inderdaad bijzonder weinig  ontwikkelingsgehalte. Nu deze multilaterale onderhandelingen compleet stilvallen, zullen de diverse landen nog een tandje bijsteken voor bilaterale en regionale onderhandelingen. Vaak verlopen deze volgens het verdeel- en heersprincipe. Met een klein groepje zwakke landen is het makkelijker toegevingen af te dwingen dan met alle 150 leden van de WTO. Vele ngo’s stellen dat geen akkoord beter is dan een slecht akkoord in de WTO.  “Dat klopt slechts gedeeltelijk”, zegt Bart Bode van Broederlijk Delen, “want we stellen vast dat de positie van de armsten bij regionale onderhandelingen nog zwakker is. Het multilaterale forum blijft de meest verkiesbare plaats voor het maken van afspraken inzake landbouw en handel. Maar wereldwijde akkoorden moeten vooral de ontwikkeling van de armsten bevorderen, zoniet zijn we helemaal terug bij af.”

Deel dit artikel