Syrië: Wat kunnen we verwachten van de vredesgesprekken in Genève

Syrische Koerdische jongen in Kobane maart 2015. IS werd uit Kobane verdreven in januari.

Eind 2015 werden de vredesgesprekken over Syrië opnieuw opgestart. In maart 2016 was er, voor het eerst sinds lang, sprake van een vermindering van het geweld. Een bescheiden succes dat niettemin aantoonde dat de internationale gemeenschap wel degelijk de macht heeft om het bloedvergieten in Syrië een halt toe te roepen.

11.11.11 beleidsmedewerker Willem Staes schetst hieronder een overzicht van wat er sinds eind 2015 tot nu gebeurde. Wat de essentiële voorwaarden zijn om de vredesgesprekken te doen slagen en welke rol België en de EU hierin kunnen spelen.

Op 13 april 2016 ging een tweede ronde van VN-vredesgesprekken van start tussen Syrische oppositiegroepen en het Syrische regime, het zogenaamde “Genève III proces”. De gesprekken passen binnen een hernieuwd diplomatiek offensief dat eind 2015 werd ingezet.

Op 14 november 2015 bereikte de International Syria Support Group (ISSG), die alle betrokken internationale spelers verenigt, in Wenen een overeenkomst over de parameters van een politieke oplossing voor het Syrische conflict. Deze werden op 18 december 2015 verankerd in VN-Veiligheidsraadresolutie 2254.

Beide documenten voorzien in het opstarten van onderhandelingen tussen het Syrische regime en oppositie, wat binnen de zes maanden tot een transitieregering moet leiden en in het opstellen van een tijdsschema om tot een nieuwe grondwet te komen. Binnen de 18 maanden (midden 2017) moeten vrije en eerlijke verkiezingen onder VN- toezicht plaatsvinden.

VN-bemiddelaar de Mistura probeerde eind januari 2016 een eerste keer alle partijen bijeen te brengen in Genève, maar deze gesprekken werden op 3 februari al opgeschort na een militaire escalatie van Rusland en het Syrische regime.

De Syrische oppositie schortte op 18 april haar deelname aan de gesprekken op totdat vooruitgang wordt geboekt in de handhaving van een staakt-het-vuren en humanitaire toegang doorheen Syrië, maar blijft wel in Genève voor informeel overleg met VN-bemiddelaar de Mistura.

Staffan de Mistura, Speciale gezant van de VN voor Syrië.

Staakt-het-vuren en humanitaire toegang

Na deze valse start slaagde de International Syria Support Group (ISSG) er op 11 februari in München in een akkoord te bereiken over een voorlopig staakt het vuren en grotere humanitaire toegang doorheen Syrië. Op 22 februari publiceerden de Verenigde Staten (VS) en Rusland de “Terms for a Cessation of Hostilities in Syria”. Islamitische Staat (IS) en Jabhat al Nusra, de Syrische tak van Al Qaida, werden uitgesloten van dit bestand.

Op 27 februari 2016 ging de “stopzetting van de vijandelijkheden” van start, die een dag eerder geformaliseerd werd door resolutie 2268 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN).  Zowel het Russische als het Syrische leger voerden hun luchtaanvallen nog op vlak voor het ingaan van het staakt-het-vuren.

Ronde 1: Essentiële principes voor een politieke oplossing

Het staakt-het vuren creëerde de ruimte voor een eerste echte ronde van onrechtstreekse gesprekken tussen regime en oppositie, die plaatsvonden van 14 tot 24 maart 2016. De Mistura pendelde heen en weer tussen de regeringsdelegatie en de oppositiedelegatie (de “High Negotiations Council”, HNC).

Andere betrokken Syrische partijen kregen geen officiële plaats aan de onderhandelingstafel, maar werden achter de schermen wel uitvoerig geconsulteerd door de Mistura. Ook de Syrische Koerden van de Syrian Democratic Forces (SDF) en hun politieke arm (de Syrian Democratic Council, SDC) kregen geen formele plaats aan de tafel, hoewel ze grote delen van noordoost-Syrië controleren. De Mistura creëerde daarnaast twee afzonderlijke adviesraden van Syrische vrouwen- en middenveldorganisaties.

Er werd echter nauwelijks vooruitgang geboekt rond de belangrijkste elementen van resolutie 2254: een nieuwe grondwet, vrije en eerlijke verkiezingen en een politieke transitie. De Mistura prees de HNC voor hun professionele houding en voorleggen van positiepapers over deze kwesties, maar kon nauwelijks zijn frustratie verhullen over de regeringsdelegatie die geen concrete voorstellen op tafel legde rond deze sleutelkwesties. De Syrische ambassadeur Jaafari stelde dat het “voorbarig” was om te spreken over een politieke transitie. De Mistura antwoordde dat de kwestie van een politieke transitie “imminent” is, en omschreef dit zelf als “the mother of all issues”. De Syrische President Assad omschreef een transitieregering op 30 maart echter als ‘onlogisch’ en ‘ongrondwettelijk’.

Uiteindelijk legde de Mistura zelf zijn “Twaalf Essentiële Principes voor een Politieke Oplossing in Syrië” op tafel op 24 maart: 1) soevereiniteit en territoriale integriteit; 2) Syriërs zullen zelf hun politieke, economische en sociale toekomst bepalen via de stembus; 3) een democratische niet-sektarische staat gebaseerd op de rule of law; 4) de bescherming van minderheden; 5) gelijke rechten voor vrouwen; 6) een politieke transitie in lijn met resolutie 2254; 7) stabiliteit tijdens de transitieperiode; 8) continuïteit en hervorming van staatsinstellingen en –diensten, en anti-corruptiemechanismen; 9) afwijzing van terroristische groepen die als dusdanig geïdentificeerd werden door de VN-Veiligheidsraad; 10) de heropbouw van een nationaal leger en processen van ontwapening en integratie van gewapende groepen; 11) de vreedzame terugkeer van vluchtelingen en intern ontheemden, en de vrijlating van gevangenen; 12) herstelbetalingen voor eigendommen die beschadigd werden tijdens de oorlog en de opheffing van economische sancties.

Deze principes werden aanvaard door de HNC, maar het blijft onduidelijk of het Syrische regime akkoord gaat met de Mistura’s twaalf essentiële principes.

syria conflict drie

Ondertussen op het terrein

Hoewel er sprake was van veelvuldige schendingen van het bestand, was er in maart 2016 voor het eerst sinds lang sprake van een vermindering van het geweld. Syrische burgers maakten van de gelegenheid gebruik om opnieuw massaal en vreedzaam op straat te komen. Het bescheiden succes van het staakt-het-vuren toonde dat de internationale gemeenschap wel degelijk de macht heeft om het bloedvergieten in Syrië een halt toe te roepen. De Russische President Poetin kondigde op 14 maart 2016 ook aan het grootste deel van zijn troepen uit Syrië terug te trekken. Waarnemers plaatsen echter vraagtekens bij de werkelijke omvang van deze terugtrekking.

Op 17 maart 2016 riep de SDF/SDC unilateraal een federale Koerdische regio (“Rojava”) uit in Noordoost-Syrië. Op 13 april vonden ook parlementaire verkiezingen plaats in Syrische gebieden gecontroleerd door het regime, die echter nauwelijks ernstig werden genomen door de betrokken partijen, inclusief Rusland. ‘De enige verkiezingen waarin we geïnteresseerd zijn, zijn degenen die gewettigd werden door resolutie 2254, die zullen plaatsvinden in minder dan 18 maanden van nu, en die gesuperviseerd zullen worden door de VN en waaraan ook vluchtelingen zullen deelnemen’, stelde de Mistura op 7 april.

Ronde 2: Burgerbescherming essentieel voor politieke vooruitgang

De twee zaken die de eerste ronde van gesprekken mogelijk maakten, het staakt-het-vuren en een grotere humanitaire toegang doorheen Syrië (en het bereiken van Syrische belegerde gebieden), kwamen sinds eind maart 2016 steeds meer onder druk te staan. Het staakt-het-vuren lijkt midden april 2016 op sterven na dood. Het Syrische regime kondigde begin april ook plannen aan voor een nieuw offensief om Aleppo volledig te heroveren.

Ook de belegering van Syrische gebieden blijft onverminderd voortgaan. De Syrische regering blijft de hulp aan minstens zes belegerde gebieden blokkeren. Tijdens de eerste drie maanden van 2016 werden slechts 13 van de 58 VN-verzoeken voor humanitaire konvooien toegelaten door de Syrische regering.

Succesvolle gesprekken staan of vallen met vooruitgang in de kwestie van een politieke transitie. ‘Je kan geen stopzetting van vijandelijkheden en humanitaire hulp volhouden tenzij er sprake is van een politiek proces. En je kan geen geloofwaardig politiek proces hebben tenzij er een visie, een horizon van een politieke transitie is’, stelde de Mistura eind maart. De HNC stelde op 15 april bereid te zijn tot een transitieregering met leden van de huidige regering, maar niet met Assad zelf. Ze vraagt wel niet langer het vertrek van Assad tijdens de onderhandelingen, maar vanaf het begin van de transitieperiode.

Aleppo

Wat kunnen België en de EU doen?

Zonder concrete maatregelen ter bescherming van Syrische burgers en van de naleving van het internationaal humanitair recht zijn de vredesgesprekken in Genève een maat voor niets. België moet daarom binnen de EU blijven pleiten voor concrete maatregelen rond burgerbescherming, maar ook zelf actie ondernemen.

Het einde van het gebruik van willekeurige wapens, het doorbreken van de belegeringen van Syrische gebieden, het verzekeren van volledige toegang van humanitaire konvooien doorheen Syrië, en de vrijlating van politieke gevangenen zijn immers essentieel voor diplomatiek succes in Genève. De ontwikkeling van een robuuster monitoringsmechanisme voor het staakt-het-vuren moet daarom prioritair zijn. Internationale waarnemers van de VN of het Internationale Rode Kruis/Halve Maan moeten onmiddellijke toegang krijgen tot de detentiecentra van de Syrische regering en de gewapende oppositie. De Mistura bestempelde de gevangenenkwestie eind maart als een topprioriteit, en beloofde een speciaal mechanisme te zullen creëren om dit aan te pakken.

België moet daarnaast, zoals Nederland, logistieke en financiële ondersteuning aanbieden voor het droppen van voedsel- en medicijnvoorraden boven belegerde Syrische gebieden. Extra middelen kunnen ook ter beschikking gesteld worden voor reddingsorganisaties als de Syria Civil Defence, de verdere ontwikkeling van bestaande early warning systemen en de versterking van ondergrondse scholen en medische faciliteiten.

België kan daarnaast het voorbeeld van Nederland volgen, dat binnen de VN pleit voor een versterking van de slagkracht van het kantoor van de Mistura, en zijn financiële steun aan het VN-Departement voor Politieke Zaken onlangs verhoogde.

België moet daarnaast in EU-verband pleiten voor het onderzoeken van de mogelijkheid tot ontplooiing van een VN-vredeshandhavingsmissie in Syrië met een duidelijk mandaat tot burgerbescherming. Dergelijke missie kan bijdragen aan de instandhouding van het staakt-het-vuren en de implementatie van een politieke strategie, en kan de onbeperkte toegang van humanitaire konvooien doorheen Syrië bevorderen.

Willem Staes

11.11.11 DOOR:

 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels