11.11.11 zet in op aanpassingen definitie 'ontwikkelingshulp'

Binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is een debat aan de gang over welke uitgaven donorlanden als ontwikkelingshulp mogen beschouwen. 11.11.11 ziet de kans om een einde te maken aan de 'vervuiling' van hulp en vraagt om concessionele (of zogenaamd goedkope) leningen op een correcte manier mee te rekenen.

Officiële ontwikkelingshulp

Al sinds 1969 houdt het Development Assistance Committee (DAC) van de OESO een definitie bij van officiële ontwikkelingshulp – Official Development Assistance (ODA) in het Engels. Die definitie maakt het mogelijk om objectieve vergelijkingen te maken tussen de uitgaven van donoren en laat toe na te gaan of donoren hun belofte om 0,7 % van het BNP aan ontwikkelingshulp te geven nakomen.

Ruwweg gaat ODA over giften en concessionele leningen die donoroverheden aan ontwikkelingslanden verstrekken, met als doel de economische ontwikkeling en het welzijn van die laatsten te bevorderen. Daarnaast kunnen volgens de huidige definitie ook een aantal kosten die gemaakt worden in het donorland worden meegerekend als ODA.

Vervuiling van hulp

11.11.11 wil het huidige debat aangrijpen om de vervuiling van ontwikkelingshulp nogmaals aan te kaarten. Een aantal uitgaven die volgens de huidige definitie als ODA kunnen worden beschouwd – kosten voor de binnenlandse opvang van vluchtelingen, toegewezen kosten voor buitenlandse studenten en kwijtscheldingen van al lang afgeschreven commerciële schulden – leveren helemaal geen bijdrage tot de ontwikkeling van het Zuiden, en kunnen daarom bezwaarlijk hulp worden genoemd.

De concessionaliteit van leningen

Volgens de ODA-criteria kunnen leningen worden beschouwd als hulp als ze voordelig zijn voor het ontwikkelingsland dat ze aangaat, met andere woorden als ze concessioneel zijn. In de huidige definitie wordt concessionaliteit gemeten op basis van een rentevoet van 10 procent, en daar wringt het schoentje. In de jaren '70, toen de definitie werd opgesteld, was dat een realistische rentevoet, maar tegenwoordig lenen veel rijke landen aan 2 à 3 procent. Het gevolg is dat rijke landen winst kunnen maken door het verstrekken van zogenaamd concessionele leningen aan ontwikkelingslanden, en die leningen tezelfdertijd als ontwikkelingshulp mogen meerekenen.

11.11.11 en andere Europese ngo's vragen daarom dat de huidige 10 procentvoet wordt vervangen door een rentevoet die de marktomstandigheden weerspiegelt.

België in het debat


Als lid van het DAC kan België meebeslissen over de toekomstige definitie van ontwikkelingshulp. Hoewel het huidige debat vaak erg technisch is, en weg van de publieke aandacht wordt gevoerd, is het erg belangrijk voor de toekomst van de ontwikkelingssamenwerking. Wie zegt wat hulp is, zegt al voor een groot deel hoe het hulpbeleid moet worden gevoerd.

Volgens de huidige vooruitzichten zou de OESO tegen midden december een nieuwe definitie goedkeuren

Deel dit artikel