Cosmetische normen en oneerlijke handelspraktijken leiden tot verspilling in Kenia

11.11.11 bracht op 16 oktober een dossier uit over de rol van oneerlijke handelspraktijken en cosmetische voedselstandaarden in voedselverspilling. We gingen daarvoor op onderzoek in Kenia en Ecuador en zijn er meer dan ooit van overtuigd dat voedselverspilling aanpakken in het Noorden ook een impact zal hebben in het Zuiden.

Voedselverspilling en milieuverspilling

In Kenia worden groenten geteeld voor de Europese markt: bonen, minimaïs, avocado's, kruiden, ... Die moeten aan strenge kwaliteitseisen voldoen, waaronder ook "cosmetische standaarden" over vorm, uitzicht en afmetingen. Dat leidt tot grote verspilling: 10 à 15% op de boerderij en nadien nog eens 50% in het verpakkingsatelier van de exporteur.

In Ecuador waar we de bananenproductie onder loep namen, stelden we een eigenaardige paradox vast: de grote plantages verspillen aanzienlijk minder dan kleine boeren. Dat komt omdat ze over veel meer know-how, en gespecialiseerd personeel beschikken, maar vooral omdat ze meer bestrijdingsmiddelen gebruiken. Daardoor halen ze gemakkelijker de cosmetische normen. Tegelijk drukken ze productiekosten door lage lonen.

Oneerlijke handelspraktijken

In Kenia hebben de boeren en exporteurs af te rekenen met oneerlijke handelspraktijken van hun Europese afnemers die op het laatste ogenblik bestellingen afzeggen of verminderen, waardoor de boeren met hun producten blijven zitten. Ook dat leidt tot aanzienlijke voedselverspilling en sociale problemen omdat kleine boeren niet uit hun kosten komen en hun landarbeiders niet kunnen betalen.

Sorry is niet genoeg

11.11.11 ijvert voor een sterke aanpak van dit soort praktijken en een afschaffing van het verbod om groenten en fruit te verkopen die niet aan de vereisten voldoen van vorm, uitzicht en afmetingen.

11.11.11 zal er bij de nieuwe Europese Commissie op aandringen dat ze een voorstel van Richtlijn indient die de principes van een faire handel moet vastleggen waaraan de actoren in de voedingsketen zich moeten houden. Naar het voorbeeld van Groot-Brittannië moet de naleving van de principes opgevolgd worden door een onafhankelijke instantie, die vertrouwelijke klachten kan onderzoeken en sancties kan treffen. Dit mechanisme moet ook toegankelijk zijn voor leveranciers uit het Zuiden.

Ook het vrijwillige mechanisme dat in België bestaat moet toegankelijk zijn voor klachten uit het Zuiden.

Om het verbod op te heffen op de verkoop van groenten en fruit dat niet aan de vereisten voldoet van vorm, uitzicht en afmetingen pleit 11.11.11 voor een herziening van Europese Verordening op de handelsnormen van 5 december (Verordening 1221/2008).

Lees het dossier op nietgenoeg.be of klik hier voor de beleidsvoorstellen van 11.11.11.

Meer informatie:
  • Marc Maes - Beleidsmedewerker handelsbeleid en campagne voedsel 


Deel dit artikel