Afghaanse boeren willen papaver blijven telen

Papaverboeren in de westelijke provincie Herat in Afghanistan weigeren te stoppen met de teelt van papaver, bestemd voor de productie van opium. Ze willen hun bron van levensonderhoud alleen opgeven als de regering voor alternatieve inkomsten zorgt.


'Ik heb geen andere bron van inkomsten', zegt Ghulam Sakhi (45) uit Nahr-i-Farhad in het district Rabat Sangi. 'De regering zal eerst mij en mijn twaalf familieleden moeten vermoorden, voordat ik ermee stop.' Sakhi richtte zijn woede op de provinciale gouverneur Said Hussain Anwari en het hoofd van politie, die onlangs een rondreis door de regio maakten om te zien hoe het ervoor stond met de bestrijding van de papaverteelt in de regio. Veiligheidstroepen hadden vlak daarvoor, drie weken voor de oogst, honderden hectares met papaver platgewalst. Volgens Sakhi doet de narcoticabrigade niets anders dan het opvoeren van een show tegenover de gouverneur en de politiechef. Alleen de velden van arme boeren werden vernield, zegt hij, terwijl invloedrijke landeigenaren gespaard werden. Asadullah, een andere boer, zegt dat de autoriteiten een deel van zijn oogst vernield hebben. 'Dat is onrechtvaardig. Van de rest van mijn papaver zullen ze afblijven. Waar moet mijn gezin anders van leven?' Gouverneur Anwari herhaalde de officiële lijn: papaverteelt is illegaal en de gewassen worden vernietigd. Tegelijkertijd beloofde hij zaad en kunstmest aan de boeren, en wees hij erop dat gewerkt wordt aan een stuwdam in de regio die kan zorgen voor betere irrigatie van de landbouwgrond. Direcgt na zijn verkiezing eind 2004, kondigde de Afghaanse president Hamid Karzai aan dat het bestrijden van de papaverteelt topprioriteit zou krijgen. Vorig jaar introduceerden Amerikaanse, Britse en Afghaanse functionarissen een nieuwe strategie om de banden tussen terroristen en de drugshandel te ontmantelen en economische alternatieven te ontwikkelen voor de papaverteelt. Onder het voormalige Afghaanse Taliban-bewind was de teelt van papaver verboden, maar nu profiteren Talibanstrijders ervan. Het VN-kantoor voor Drugs en Misdaad schat dat het land goed is voor 87 procent van de wereldwijde opiumproductie. In 2005 werd 4.100 metrische ton geoogst.

Tien procent van de Afghanen (3,5 miljoen mensen) zijn betrokken bij de opiumhandel, die voor 52 procent bijdraagt aan het bruto nationaal product van 5,2 miljard dollar (4,2 miljard euro). Het overgrote deel van dit geld gaat naar drugshandelnetwerken en niet naar de boeren en arbeiders die papaver verbouwen. Volgens Muhammad Ayub Safi van de Grenspolitie, gebruiken smokkelaars vooral de lange, poreuze Afghaans-Iraanse grens om hun waar naar het buitenland te brengen. Via Iran gaat de opium naar Turkije en verder. Groot-Brittannië droeg vorig jaar ruim 44 miljoen euro bij aan de strijd tegen de drugshandel in Afghanistan.

Deskundigen wijzen er op dat het gebruik van geweld bij de bestrijding van de papaverteelt de boeren in de armen van de Taliban kan drijven. Volgens de Senlis Council, een adviesraad over drugs, zijn boeren in Helmand, Nangarhar en Kandahar dit jaar weer teruggevallen op de teelt van papaver, omdat de overheid niet zorgde voor compensatie van hun eerder vernielde velden. (JS/MM)

Deel dit artikel