Afrikaanse katoenproducenten houden VS aan hun woord

Vier grote Afrikaanse katoenproducenten - Benin, Burkina Faso, Mali en Tsjaad - willen vandaag en morgen hard op de tafel slaan op een vergadering van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) over katoen in Genève. De VS hadden eind 2005 beloofd de subsidies voor hun katoenboeren terug te schroeven, maar daarvan is nog niet veel in huis gekomen.


De C4 – zoals Benin, Burkina Faso, Mali en Tsjaad in handelskringen worden genoemd – willen op de vergadering van de WHO over katoen op 15 en 16 maart een onmiddellijke oplossing voor de alsmaar nijpendere problemen waarmee hun katoenboeren worstelen. Ze willen met name dat de VS alle soorten van steun aan hun katoenboeren stopzetten

“De Verenigde Staten moeten de afspraken nakomen die ze hebben gemaakt op de WHO-vergadering in Hongkong”, zegt Samuel Amehou, handelsambassadeur van Benin bij de Wereldhandelsorganisatie. “Dat is het minimum dat Washington kan doen.”

In 2005 oordeelde het orgaan voor geschillenbeslechting bij de WHO ondubbelzinnig dat de combinatie van binnenlandse en exportsubsidies voor katoen door de Verenigde Staten hebben bijgedragen tot grote scheeftrekkingen in de wereldhandel.

Onder druk van die uitspraak beloofden de VS op de WHO-vergadering in Hongkong in december 2005 om de subsidies voor katoenexport stop te zetten en om de binnenlandse subsidies – die enkele miljarden dollar bedragen – aanzienlijk terug te schroeven.

Bush ging er ook mee akkoord om alle minst ontwikkelde landen belastingsvrije en quotavrije toegang tot de Amerikaanse markt te verlenen.

Door het falen van de Doha-ronde – de onderhandelingen over een verdere liberalisering van de wereldhandel – bleven veel van de Amerikaanse beloftes echter dode letter. De VS lieten wel enkele exportsubsidies vallen, maar blijven sterk vasthouden aan binnenlandse subsidies.

Bush zegt alleen bereid te zijn de binnenlandse katoensubsidies te laten vallen als alle andere WHO-leden hun grenzen voor Amerikaanse landbouwproducten openstellen.

De Verenigde Staten counteren de kwestie van de landbouwsubsidies met ontwikkelingshulp. De VS zeggen dat ze klaar zijn om meer ontwikkelingshulp te geven aan Benin, Burkina Faso, Mali en Tsjaad. De handelsgezant van de VS, Susan Schwab, zei eerder deze maand dat ontwikkelingshulp zeker even belangrijk is als een oplossing van het subsidieprobleem. Maar de vier Afrikaanse katoenlanden zijn niet overtuigd van deze prioriteitenkeuze.

Momenteel ondernemen de G4 – de VS, de Europese Unie, India en Brazilië – verwoede pogingen om de Doha-gesprekken weer vlot te trekken.

Volgens een onderhandelaar die bij de gesprekken betrokken is, groeien alle partijen dichter naar elkaar toe maar lijkt een doorbraak in het dossier van de landbouwsubsidies en concreet de katoensubsidies nog lang niet in zicht. IPS (YD/PD)

IPS DOOR:

Deel dit artikel