Amerikaanse voedselhulp is aan vernieuwing toe

Nu de graanprijs op de wereldmarkt recordhoogten bereikt, moeten de Verenigde Staten dringend hun beleid voor noodhulp, overzeese handel en ontwikkeling omgooien. Zo niet dreigen recente successen op het vlak van armoedebestrijding in veel ontwikkelingslanden verloren te gaan. Dat schrijft een gemengde werkgroep van Democraten en Republikeinen in een rapport.


De studie kwam er dinsdag met de steun het Centre for Strategic and International Studies (CSIS), een belangrijke Amerikaanse denktank inzake buitenlands beleid. Ze stelt voor om de Amerikaanse noodhulp minstens te verdubbelen tot 3,2 miljard dollar per jaar. Voorts moet de hulpverlening aan behoeftige landen opnieuw bekeken worden, als een onderdeel van een verdrag dat kan rekenen op de politieke steun van zowel Democraten als Republikeinen.

Daarbij moeten de ontwikkeling van het platteland en de landbouwproductiviteit in arme landen een topprioriteit worden. Als onderdeel daarvan moet de Amerikaanse subsidiëring van biobrandstoffen opnieuw onderzocht worden, zodat ze minder impact heeft op voedselgewassen. Ook moet de promotie van landbouw in ontwikkelingslanden weer een belangrijke doelstelling van het Amerikaanse handelsbeleid worden.

Moreel engagement
“De prijs van niets doen is onaanvaardbaar en kan nog eens 100 miljoen mensen tot honger veroordelen”, zei de Democratische senator Robert Casey, die de werkgroep samen met een Republikein voorzat. “Op een moment dat het Amerikaanse leiderschap in het buitenland als zwak en moreel bankroet wordt afgedaan, is dit ons moment om de Amerikaanse sterkte en het morele engagement te tonen.”Het rapport verschijnt in een context van internationale bezorgdheid over de stijgende graanprijzen, die in het afgelopen jaar alle records braken. Versterkt door een vergelijkbare toename van de energieprijzen dreigt de voedselcrisis 100 miljoen mensen wereldwijd in totale armoede te storten, aldus de Verenigde Naties.In het nieuwe rapport staan een zestal belangrijke oorzaken van de crisis, waaronder een scherpe toename van de brandstofprijzen wereldwijd, een sterke stijging van biobrandstoffen op basis van maïs, de toegenomen vraag naar graan (voornamelijk in snelgroeiende economieën zoals die van China en India) en een lagere voedselproductie, te wijten aan “slechte weersomstandigheden, mogelijk gelinkt aan de klimaatverandering” en “ te lage investeringen in de landbouwproductie en technologie van ontwikkelingslanden in de voorbije jaren”. Het rapport doet aanbevelingen om die situatie recht te trekken. Eerst en vooral moet het Amerikaanse programma voor noodhulp hervormd worden, met een verdubbeling van de jaarlijkse staatsbijdrage aan voedselhulp tot 3,2 miljard dollar. Daarvan dient de helft contant te worden overgemaakt aan agentschappen zoals het Wereldvoedselprogramma (WFP) en privéhulporganisaties buiten de VS, die zo dicht mogelijk bij de behoeftige regio staan. Binnen vijf jaar zou driekwart op die manier verdeeld moeten worden.

Langetermijnoplossing
De groep wil ook van landbouwontwikkeling en –productiviteit in arme landen een prioriteit maken door minstens een miljard dollar per jaar te besteden om boeren in ontwikkelingslanden krediet, basisinfrastructuur en aanvullende diensten te verschaffen. Tot slot willen de opstellers van het rapport hervormingen van het Amerikaanse handelsbeleid die investering en handel in de landbouw van ontwikkelingslanden promoten, waardoor de kans groter wordt op een akkoord bij de Doharonde, de onderhandelingen die de wereldhandel vrijer moeten maken en voordeliger voor de ontwikkelingslanden.Josette Sheeran, directeur van de WFP in Rome, waaraan de VS momenteel het merendeel van hun voedselhulp geven, is opgezet met de aanbevelingen. In het bijzonder de lokale aankoop van voedselhulp bij haar agentschap en anderen, is een “krachtige langetermijnoplossing voor honger”.

BRON:
http://www.ipsnews.be

Deel dit artikel