Amnesty verhit de gemoederen in Kasjmir

De mensenrechtenorganisatie Amnesty International heeft een onuitgegeven bezoek kunnen brengen aan het Indiase deel van Kasjmir. De conclusies van de twee onderzoekers staan nog niet op papier maar zorgen nu al voor bijkomende discussies in de omstreden regio.

Amnesty stuurde twee Indiƫrs naar Kasjmir voor de zesdaagse missie, die zondag (24 mei) werd afgerond. Separatistische hardliners in Kasjmir werpen op dat de delegatie daardoor niet als neutraal kan worden beschouwd. "Het ligt voor de hand dat hun waarnemingen en oordelen overschaduwd worden door hun nationale belangen", zegt Syed Ali Shah Geelani, de leider van de extreme factie van de Hurriyat ('Vrijheid') Conferentie, een samenwerkingsverband van separatistische groepen. De conclusies van het bezoek zijn nog niet gepubliceerd; dat kan nog maanden duren.

Kasjmir wordt sinds de opdeling van Brits-Indiƫ in Pakistan en India in 1947 betwist door beide landen. De meerderheid van de 9 miljoen inwoners in het grootste, door India bestuurde deel bestaat uit moslims. Sommigen daarvan erkennen het gezag van de "hindoestaat" India niet, anderen willen ten minste veel verdergaande autonomie. Een bloedig conflict tussen gewapende separatisten en Indiase ordediensten heeft sinds 1989 al zeker vijftigduizend slachtoffers gemaakt. India beschuldigt Pakistan ervan de opstandelingen te helpen.

Staatsterrorisme

Ondanks zijn kritiek had Geelani wel een ontmoeting met de twee vertegenwoordigers van Amnesty, om hen zijn inschatting van de mensenrechtensituatie in Kasjmir mee te geven. "De bevolking van Kasjmir is het slachtoffer van staatsterrorisme", herhaalt Geelani tegenover IPS. "Elke dag worden er mensen ter dood veroordeeld, vermoord of gemarteld. Vrouwen worden verkracht en vermoord en zelfs schooljongens worden niet gespaard. Mensenrechtenorganisaties als Amnesty moeten druk zetten op India om de wandaden tegen de Kasjmiri's te doen ophouden en hen een recht op zelfbeschikking te geven."

Bikram J Batra, de leider van het tweekoppige Amnesty-team, raadt mensen als Geeli aan de missie niet te beoordelen voordat ze de conclusies zien. "We waren in Kasjmir als vertegenwoordigers van India, niet als Indiase burgers."

Tot vorige week had de Indiase regering nog nooit een internationale mensenrechtenorganisatie toegestaan de toestand in Kasjmir ter plaatste te onderzoeken. In sommige delen van Kasjmir komt het nog af en toe tot vuurgevechten tussen de ordediensten en militanten, maar de voorbije twee jaar heeft het wapengeweld in de regio toch stilaan plaatsgemaakt voor betogingen. Daarbij wordt wel met stenen gegooid, maar de Indiase regering lijkt zo tevreden met de evolutie dat ze op een meer ontspannen manier omgaat met buitenlandse aandacht voor de regio.

Onbegrip

Separatistische groepen en plaatselijke mensenrechtenorganisaties hadden al lang aangedrongen op het bezoek van internationale waarnemers. Met Amnesty moesten ze eigenlijk in hun schik zijn: de organisatie heeft herhaaldelijk de mensenrechtenschendingen in Kasjmir aangeklaagd. Volgens Amnesty zijn die voor een deel op rekening te schrijven van de Indiase ordediensten in de regio.

Maar de keuze van Amnesty voor Indiase waarnemers stuit op veel onbegrip. Volgens Sheikh Showkat Hussian, een docent international recht en mensenrechten aan de Universiteit van Kasjmir, had Amnesty Indiase of Pakistaanse delegatieleden moeten uitsluiten. "Er is altijd een kans dat mensen uit die landen de feiten zullen interpreteren zoals ze willen voordat ze hun conclusies presenteren".

De delegatie van Amnesty sprak onder meer met plaatselijke mensenrechtengroepen en leiders van partijen die voor het behoud van een hechte band met India zijn, onder wie deelstaatminister Omar Abdullah en oppositieleider Mehbooba Mufti. De twee onderzoekers praatten ook met Mirwaiz Umar Farooq, de leider van de gematigde factie van de Hurriyat Conference, en de vrouw van Shabir Ahmad Shah, een prominente separatistische leider die achter de tralies zit.

Batra, de leider van de delegatie van Amnesty, zegt dat het onderzoek zich vooral toespitste op preventieve en willekeurige aanhoudingen. Daarvan worden ook gewone burgers het slachtoffer van, onder meer jongeren die stenen gooien naar Indiase soldaten.

BRON:
IPS

Deel dit artikel