Angst voor straffeloosheid overschaduwt strijd overlevenden van slachtpartij in Rio

Een maand na de moord in de nacht van 31 maart op 29 mensen uit twee armenwijken van de Baixada Fluminense, randstedelijk gebied van Rio, blijken bedreigingen en uitputting de getuigen steeds meer te ontmoedigen.

In de nacht van 31 maart werden in een korte tijdspanne 29 mensen, onder hen gezinnen met kinderen, lukraak maar bewust doodgeschoten door gemaskerde politieagenten die als doodseskader optraden in de omgeving. Het doodseskader wilde hiermee een teken geven van zijn almacht, in protest tegen een zuiveringsactie van hogerhand tegen de courante criminele praktijken en corruptie binnen de militaire politie van Rio.

Een vijftigtal getuigen, meestal familieleden van de slachtoffers, konden gedetailleerde beschrijvingen van een deel van de moordenaars-politieagenten aanbrengen. Sommigen konden zelfs de daders erkennen. Elf agenten werden daarom in voorhechtenis gezet. Maar het is zeer twijfelachtig of deze moedige getuigenissen tot op de rechtbank kunnen volgehouden worden, wegens de hoge druk van constante doodsbedreigingen die ze ontvangen van diverse politiebendes die in het armendistrict opereren.

De getuigen voelen zich onbeschermd, en weten dat er in hun woongebied amper sprake is van een rechtstaat, maar integendeel wél van een parallelle macht van 15 doodseskaders, waar zelfs politieagenten deel van uitmaken. Deze voeren (huur)moorden uit, ontvoeringen zijn schering en inslag, ze voeren de maffia van de autodiefstal en vrachtwagenroof aan, en persen de bewoners en middenstanders massaal af met "beschermingsgelden".

Ondanks de sterke reacties van de nationale regering en de mensenrechtensector, werd het nieuwe wettelijke protectieschema voor kroongetuigen maar gebrekkig uitgevoerd binnen de staat Rio. 18 families die met de dood bedreigd werden en naar het centrum van Rio vluchtten, werden voorlopig ondergebracht in een opvanghuis waar zelfs geen bescherming geboden werd. Kort nadien beweerde een onderzoeksrechter dat de families geen getuigen waren, en dreigde de groep weer op straat te zetten.

Het beschermingsprogramma voorziet normaal beschermingsdeportatie van getuigen van zware politiecriminaliteit en recht op anonimiteit, kostenvergoeding en bescherming van de Federale Politie. Geen van deze wettelijke instrumenten werden aangewend, volgens de mensenrechtencentra weerom omdat het om arme zwarte "tweederangs" burgers gaat.

In de afgelegen Baixada kwamen de protestacties relatief laat op gang, onder invloed van de alom tegenwoordige angst. Vlak na de moordpartij lieten nachtelijke bezoeken van gemaskerde mannen niet af, en volgens de NGO´s actief in de Baixada liepen de spoeddiensten vol van buren van de slachtoffers die als intimidatie in handen en voeten werden geschoten en de boodschap kregen dat het volgende bezoek dodelijk zou aflopen voor loslippige buurtbewoners. De gekwetsten durfden geen officiële klacht indienen bij de overheid, op de (volgens hen) medeplichtige politiekantoren, maar zochten hun toevlucht tot de katholieke kerk van de Baixada.

Deze geweldspraktijken duiden op de traditionele straffeloosheid die in Rio regeert in de armenbuurten. Ondanks de verplaatsing van federale politieagenten naar de Baixada voelen de bewoners zich verre van veilig. Ze klagen van het feit dat de patrouillering in de praktijk wordt uitgevoerd door militaire politie van dezelfde kazernes als waar de moordenaars vandaan kwamen, en dat de onderzoeken geleid worden door leden van de civiele politie uit dezelfde buurt, die bekend staan voor hun betrokkenheid bij praktijken van doodseskaders.

De verantwoordelijken voor de veiligheidspolitiek van de deelstaat Rio staan onder druk van de federale regering Lula, mensenrechten- en volksorganisaties om ernstig werk te maken van de rechterlijke onderzoeken. Maar op niveau van de gouverneur is tot nu toe de federale hulp afgewezen. Toegestuurde troepen van de Federale Politie worden door de deelstaatregering als " administratieve reserve" aan de kant gelaten. Ondanks het tekort van medewerking van de gouverneur Rosinha Matteus (politiek tegenstander van president Lula), hebben het federale staatssecretariaat voor de mensenrechten, de federale justitie en de federale politie een onafhankelijk onderzoek ingesteld.

Ondertussen zijn ook de volksmanifestaties op gang gekomen, onder sterke impuls van de progressieve bisschoppen van de Baixada. Ook de socialistische burgemeester van Novo Iguaça, tweede locatie van de massamoord, voert een felle campagne tegen de doodseskaders en de straffeloosheid aan, reden waarop hij prompt met de dood werd bedreigd en onder bescherming van de PF werd geplaatst.

Een gebundelde werkgroep van de NGO´s (Candelária-comité, genaamd naar een vroegere slachtpartij op straatkinderen) uit Rio en de Baixada voert constante actie om de opvolging van de zaak en de bescherming van de overlevenden ter harte te nemen, een doel dat fel afsteekt tegen de laksheid van de deelstaatregering, de desinteresse van de media en de onverschilligheid van de publieke opinie, die aangevoerd wordt door de weinig solidaire en slecht ingelichte middenklasse van Rio de Janeiro. De bevolking uit beter gestelde wijken van Rio leidt aan een sterke graad van verzadiging door "banalisering van het geweld", en beschouwt een slachtpartij onder armen als minder ernstig dan onder welgestelde burgers. In minder dan een maand is er over de moordpartij amper nog een bericht in de kranten te vinden.

Op 29 maart trok een delegatie van overlevende familieleden met plaatselijke mensenrechtenorganisaties naar de hoofdstad Brasilia, waar ze ontvangen werden door de staatssecretaris voor mensenrechten en de mensenrechtencommissie in het federale parlement. Ze ontvingen de solidariteitsbetuigingen van president Lula en de belofte dat de zaak volledig zal worden opgehelderd en de politie van Rio zal gezuiverd worden van criminele elementen.

Het federale mensenechtensecretariaat opende ondertussen een werkcel voor de Baixada en een steunprogramma voor de getuigen.

Voor het eerst werden de 11 verdachte militaire politieagenten in verspreidde aparte cellen opgesloten, dan wel in het zachtere regime van ‘uitgangsverbod‘ van de politiekazerne. Dit zal de ontsnappingspogingen moeten verminderen en behoed politieagenten die willen bekennen, van "sancties" door hun collega´s uit het doodseskader.

KIYO DOOR:

Deel dit artikel