Azië steekt Midden-Oosten voorbij in versnellende wapenwedloop

Vorig jaar hebben de ontwikkelingslanden voor 22 miljard dollar nieuwe wapencontracten afgesloten. Dat is een nieuw record sinds 2000 en zeven miljard meer dan in 2003. Wapenfabrikanten hebben een nieuw bonanza gevonden in Azië, dat voor het eerst het Midden-Oosten voorbij steekt als grootste importeur van conventionele wapens.


2004 was een vet jaar voor de fabrikanten van conventionele wapens, zowel wat betreft leveringen als contracten. Dat is in grote mate te danken aan de ontwikkelingslanden. Die waren goed voor meer dan de helft van de wereldwijde handel in wapens. In de periode 2001-2004 namen de ontwikkelingslanden 57,3 procent van de wereldwijde transfers in conventionele wapens voor hun rekening.
De cijfers staan in een nieuw rapport van het Congressional Research Service, de onderzoeksdienst van het Amerikaanse parlement. Het jaarlijkse rapport van wapenexpert Richard Grimmett wordt beschouwd als het meest gezaghebbende in zijn soort omdat het ook gebaseerd is op niet-openbare informatie.
Het Midden-Oosten, vele jaren de grootste afzetmarkt voor de westerse wapenfabrikanten, heeft zijn eerste plaats moeten afstaan aan Azië. Azië was in de periode 2001-2004 goed voor bijna de helft van de waarde van alle nieuwe wapencontracten. De landen in die regio sloten de afgelopen drie jaar voor 35 miljard dollar nieuwe wapencontracten af. In termen van actuele wapenleveringen, staat Midden-Oosten voorlopig nog aan kop. De steile klim van Azië is te danken aan India en China, die vorig jaar de eerste en de derde plaats bekleedden in de lijst van grootste importeurs.
De jongste zeven jaar hebben de Aziatische reuzen zich aan de kop van de wapenwedloop op het zuidelijk halfrond genesteld. Tussen 1997 en 2004 ziet het ranglijstje van de grootste kopers er zo uit: India (15,7 miljard dollar), China (15,3 miljard), de Verenigde Arabische Emiraten (15 miljard), Egypte (12,8 miljard), Saudi-Arabië, (10,5 miljard), Israël (9,8 miljard) en Zuid-Korea (8,2 miljard).
India en China staan in alle lijstjes vooraan. De jongste drie jaar waren er geen andere ontwikkelingslanden die meer contracten afsloten. Opmerkelijk is vooral de prestatie van China, een land dat geen Amerikaanse of Europese wapens mocht invoeren. Rusland sprong dankbaar in het gat dat het wapenembargo creëerde en verwierf daarmee een uitstekende uitgangspositie op de groeiende Aziatische markt. Ruslands aandeel is daar twee keer groter dan dat van de VS. Grimmett voorspelt dat Rusland 'dit decennium op een duurzame manier zaken zal doen in China en India'.
Aan de kant van de leveranciers staan de VS en Rusland los aan kop. Beide landen samen waren vorig jaar goed voor zestig procent van de wapencontracten met ontwikkelingslanden. Groot-Brittannië was derde, maar de Britse fabrikanten rijfden slechts een fractie binnen van de deals die de Amerikaanse en Russische concurrentie wist af te sluiten. Wat betreft daadwerkelijke levering liggen de VS nog ver voor op Rusland. In 2004 namen de VS 54 procent van de wapentransfers naar het Zuiden voor hun rekening.
Israël dook vorig jaar voor het eerst de topvijf van grootste leveranciers binnen. Dat is grotendeels te danken aan de verkoop van het Falcon-radarsysteem aan India. Maar ook de verkoop van dual-use materiaal aan China zit er voor iets tussen - een lucratieve markt die Israël onder Amerikaanse druk belooft op te geven.
Volgens het rapport tonen ook Latijns-Amerika en Afrika interesse in een modernisering van hun legers. De verkoop stijgt daar niet spectaculair omdat de schatkisten in die landen leeg zijn. Grimmett gelooft dat de stijgende olieprijs daar verandering in kan brengen. (MM/PD)

Deel dit artikel