Brazilië halveert honger

Het aandeel van kleine Braziliaanse kinderen dat aan chronische ondervoeding lijdt, is in tien jaar tijd teruggevallen 13 tot 7 procent. Dat is te danken aan een rist steunmaatregelen en programma’s om tot een meer evenwichtige economische groei te komen.


Waarschijnlijk is Brazilië intussen nog verder gevorderd met de strijd tegen de honger. De 7 procent waarmee het ministerie van Gezondheid pronkt, heeft betrekking op 2006. Maar in elk geval is de verbetering spectaculair. In het noordoosten, de armste regio van het land, was in 2006 nog maar amper 6 procent van de kinderen onder vijf jaar ondervoed, tegenover 22 procent in 1996. Door de betere voeding daalt ook de zuigelingsterfte in Brazilië. In 1996 bezweken nog 39 baby’s op 1000 in hun eerste levensjaar, in 2006 was dit gedaald tot 22.

Nul honger
De linkse president Luiz Inácio Lula da Silva voerde kort na zijn aantreden in 2003 een Nulhongerprogramma in. Dat bestaat inmiddels uit meer dan 50 maatregelen. 11 miljoen arme gezinnen krijgen een uitkering die hen helpt meer en betere voedingsmiddelen te kopen. Veel kinderen krijgen ook op school goed te eten. Bijna acht miljoen plattelandsbewoners profiteren daarnaast van steunmaatregelen die kleine boeren helpen om meer voedselgewassen te verbouwen. Plaatselijke besturen en onderzoeksinstellingen zetten zich meer in voor de kleinschalige landbouw. Die geeft 70 procent van de plattelandsbevolking werk en produceert het leeuwendeel van de voedingsmiddelen die in Brazilië verbruikt worden.Toch is er nog werk aan de winkel. Volgens een onderzoek van de Braziliaanse ontwikkelingsdenktank IBASE worden zowat 2,3 miljoen van de gezinnen met een uitkering toch geregeld geplaagd door voedselgebrek. De uitkering op zich volstaat niet om genoeg te eten te kopen. Sommige extreem arme plattelandsbewoners hebben ook nog altijd geen toegang tot goedkoop landbouwkrediet en technische ondersteuning. De Braziliaanse regering heeft intussen nieuwe maatregelen klaar die de honger nog verder moeten terugdringen. Als het parlement ermee instemt, zullen schoolkantines 30 procent van de levensmiddelen die ze gebruiken moeten aankopen bij kleine boeren. Dat zou een enorme bijkomende afzetmarkt creëren voor die boeren. De schoolmaaltijden zullen voortaan immers ook in het secundair onderwijs worden aangeboden, zodat er 42 miljoen jongeren van kunnen profiteren.

BRON:
http://www.ipsnews.be

Deel dit artikel