'Brazilië toont te weinig leiderschap' (*)

Brazilië toont in Kopenhagen te weinig leiderschap, zegt de Braziliaanse fysicus en voormalig milieustaatssecretaris José Goldemberg in een interview met IPS. Volgens hem toonde zijn land dat leiderschap wel in 1992 op de VN-milieutop in Rio de Janeiro en tijdens de onderhandelingen voor het Kyotoprotocol in 1997.

De 81-jarige energie-expert, die nog steeds doceert aan de Universiteit van São Paulo, was in 1992 een van de protagonisten van de belangrijke VN-milieutop in eigen land.

IPS: De perceptie van de klimaatwijziging in 1992 was totaal verschillend van die vandaag. De CO2-uitstoot is nog gegroeid, zowel in rijke landen als in opkomende economieën, ondanks het Kyotoprotocol. Was onze kijk te romantisch? Heeft de wetenschap de ernst van het probleem te laat benadrukt?

José Goldemberg: "De 'visie' van 1992 was tamelijk romantisch. Anderzijds had men niet verwacht dat de producenten van fossiele brandstoffen zich zo zouden verzetten tegen de ontwikkeling van andere en minder vervuilende technologieën. Dat verklaart waarom de emissiereducties die in het Kyotoprotocol voorzien zijn, niet gehaald werden in de industrielanden. En de ontwikkelingslanden, die vrijgesteld waren van verplichte doelstellingen en in 1990 slechts voor 30 procent van de emissies verantwoordelijk waren, stoten vandaag meer dan 50 procent uit, maar ze weigeren een akkoord. Dat komt deels doordat men de gevolgen van de opwarming van de aarde niet meteen voelt. Daardoor ontstaat niet de indruk dat men snel moet handelen."

Men kan niet wachten tot de olie en steenkool op zijn om het wereldwijde energiemodel te veranderen. Hoe doorbreekt men de inertie om naar een naar koolstofarme economie over te schakelen?

"De verspreiding van de gegevens van het VN-Klimaatpanel (IPCC) en het bewijs dat de 'sporen' van de opwarming van de aarde steeds duidelijker worden, zetten landen in beweging. Er bestaat bijvoorbeeld geen twijfel over dat het aantal extreme klimaatfenomenen de laatste jaren is toegenomen."

Kan kernenergie een van de oplossingen zijn?

"Ja, op voorwaarde dat men de problemen oplost die daarmee verband houden: de veilige opslag van radioactief afval en de verspreiding van kernwapens. Het zijn andere problemen dan diegene die door fossiele brandstoffen worden veroorzaakt. Een oplossing is niet meteen in zicht, zoals de situatie in Iran en Noord-Korea aantoont."

In 2002, op de conferentie Rio+10 in Johannesburg, stelde u voor om 10 procent van de wereldwijde energie uit hernieuwbare bronnen te halen. Waarom werd dat niet goedgekeurd?
"Door de weerstand van olie- en steenkoolproducerende landen, waaronder de Verenigde Staten. De Europese Unie was enthousiast over mijn voorstel en steunt het zelfs nog steeds, ze wil tegen 2020 20 procent van haar energie uit hernieuwbare bronnen halen."

Waardoor breekt ethanol niet door, zoals de Braziliaanse regering zou willen?
"Ethanol breekt niet door omdat de Verenigde Staten en de Europese Unie fiscale barrières opwerpen om hun eigen industrie te beschermen. Die produceert alcoholbrandstof uit maïs en tarwe waarvan de kostprijs twee- tot driemaal hoger ligt dan die in Brazilië, dat suikerriet gebruikt."

Wat verwacht u van de VN-Klimaattop in Kopenhagen. Komt er een nieuwe Koude Oorlog, zoals Graciela Chichilnisky stelt, of ziet u samenwerking omdat niemand wint bij klimaatwijziging?
"Ik denk dat we in de richting van een bescheiden samenwerking gaan. Zelfs China en India willen iets doen om hun uitstoot terug te dringen, zij het minder dat wat nodig zou zijn."

Toont Brazilië nu opnieuw leiderschap zoals in 1992 in Rio en in 1997 in Kyoto?
"Nee, want het Braziliaanse voorstel om de vervuiling te verminderen, liet lang op zich wachten en is niet bindend, waardoor het met een zeker wantrouwen wordt bekeken. Het is gemakkelijk om te beloven dat je de ontbossing in het Amazonewoud met 80 procent gaat verminderen tegen 2020; zo'n belofte uitvoeren is iets helemaal anders. Bovendien hangt het Braziliaanse voorstel op een weinig duidelijke manier af van de financiële steun van industrielanden."

BRON:
IPS

Deel dit artikel