Centraal-Amerika klopt aan bij Venezuela voor goedkopere olie

De landen van Centraal-Amerika hopen dat Venezuela en Mexico meer zullen ondernemen tegen de nefaste gevolgen van de hoge olieprijzen voor hun arme regio. Venezuela, de grootste olie-exporteur in Latijns-Amerika en een belangrijke lidstaat van de Organisatie van Olie-Exporterende Landen (Opec), houdt de boot af.

 


De landen van Centraal-Amerika hopen dat Venezuela en Mexico meer zullen ondernemen tegen de nefaste gevolgen van de hoge olieprijzen voor hun arme regio. Venezuela, de grootste olie-exporteur in Latijns-Amerika en een belangrijke lidstaat van de Organisatie van Olie-Exporterende Landen (Opec), houdt de boot af.

 

De huidige evolutie van de olieprijzen "ligt buiten de invloed van landen als Venezuela en de Opec zelf", zegt Alí Rodríguez, de voorzitter van de Venezolaanse petroleumgigant Petróleos de Venezuela (PDVSA). Venezuela stelt dat de onmogelijke brandstofprijzen het gevolg zijn van capaciteitsproblemen in de Amerikaanse raffinaderijen, de instabiliteit in het Midden-Oosten en speculatie op de termijnmarkten.

 

Twee weken geleden richtten de presidenten van Guatemala, Honduras, Nicaragua en El Salvador een formeel verzoek aan de Opec om de productie van olie verder op te schroeven en zo de prijzen te doen dalen. Panama sloot zich later bij die vraag aan. De vijf landen zouden gehoord willen worden op de volgende bijeenkomst van de Opec, die op 3 juni in Beiroet moet plaatsvinden.

 

Venezuela is het enige Latijns-Amerikaanse lid van het oliekartel. De Hondurese vice-president Vicente Agasse drong dinsdag tijdens een ontmoeting met Rodríguez en de Venezolaanse vice-president Vicente Rangel nog eens op een productieverhoging aan. Maar Venezuela, de op twee na grootste olieproducent van de Opec, blijft die optie afwijzen. Saudi-Arabië, dat van alle Opec-leden veruit het meeste olie bovenhaalt, is wel voor het verder opendraaien van de kranen, en Iran, de tweede in de rij, lijkt stilaan ook gewonnen voor dat beleid.

 

In de marge van de Europees-Latijns-Amerikaanse top die dit weekend plaatsvindt in het Mexicaanse Guadalajara, zullen de Centraal-Amerikaanse presidenten het probleem van hun stijgende energiefacturen ook bespreken met hun Venezolaanse collega Hugo Chávez en de Mexicaanse president Vicente Fox. Ook Mexico is een grote aardolieproducent. Midden-Amerika hoopt dat de twee landen voordeligere prijzen en soepelere betalingsvoorwaarden zullen willen toestaan.

 

Mexico en Venezuela leveren al sinds 1980 samen dagelijks 160.000 vaten goedkope olie aan een tiental landen in Centraal-Amerika en de Cariben. Volgens de afspraken van het Pact van San José wordt tot twintig procent van de factuur voor die leveringen gefinancierd via zachte kredieten - leningen met een lage interestvoet en een lange looptijd.

 

In 2001 vulde Venezuela die regeling aan met het Akkoord van Caracas, waardoor nog eens 80.000 vaten olie per dag tegen nog voordeligere voorwaarden naar verscheidene landen in de regio gaan. Met een quotum van 53.000 vaten per dag is Cuba de belangrijkste begunstigde van die regeling. Honduras heeft volgens Rodríguez interesse laten blijken om toe te treden tot het akkoord.


Volgens de PDVSA-chef kunnen de armste landen in Centraal-Amerika een beroep doen op het fonds voor Internationale Ontwikkeling van de Opec om de problemen te verzachten die de stijgende energiefacturen oproepen. Het fonds werd in 1976 opgericht en wordt gespijsd met vrijwillige bijdragen van de leden van het kartel. Het pompte de afgelopen drie decennia 4,26 miljard dollar in ontwikkelingsprojecten in 99 landen, en nog eens 5,47 miljard dollar in internationale programma's. Vorig jaar ontvingen Guatemala en Cuba elk 10 miljoen dollar uit het fonds, terwijl er ook nog eens 15 miljoen dollar naar de Bank voor Centraal-Amerikaanse Integratie ging.

Humberto Marquez

meer IPS-nieuws

 

 

IPS DOOR:

Deel dit artikel