China ambieert leiderschap Zuiden

Dit weekend herdenkt China dat het een halve eeuw geleden doorbrak op het internationale politieke toneel. Het gouden jubileum van de Bandung-conferentie wordt het lanceerplatform voor een nieuwe Chinese ambitie: de leider van de ontwikkelingslanden worden op het internationale toneel.


'China is een baken van ontwikkeling voor de wereld', zei Olusegun Obasanjo vorige week bij een bezoek aan China. De Nigeriaanse president haalde de Chinese leiders de woorden uit de mond. De Chinese president Hu Jintao Die zal het Chinese succesverhaal dik in de verf zetten als hij dit weekend Indonesië bezoekt. Hij zal er de 50-jarige verjaardag herdenken van de Aziatisch-Afrikaanse conferentie in Bandung. Wat daar werkelijk gevierd zal worden, is het groeiende leiderschap van China in het Zuiden.
Zoals de gevleugelde woorden van Obasanjo doen vermoeden, slaat het Chinese verhaal aan. Veel landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika kijken op naar de Aziatische reus. Als niet-westerse en niet-koloniale macht biedt weet China zijn geopolitieke invloed razendsnel uit te breiden. Peking doet op de gangbare manier: via ontwikkelingshulp, economische contracten en diplomatieke neutraliteit.
De handel van China met Afrika en de rest van Azië is de laatste jaren spectaculair gestegen. 'In 2004 was de handel met Afrika goed voor 400 miljard dollar - een derde van de totale Chinese handel', zo benadrukte de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Tang Jiaxuan deze week tijdens een herdenking van de Bandung-conferentie in Peking zelf. 'Naast de vrijhandelszone met (het Zuidoost-Aziatische handelsblok) ASEAN, is ook de handel met de Arabische en de Afrikaanse landen doorgebroken.'
China heeft goed begrepen hoe het politiek krediet kan opbouwen op het internationale toneel. China heeft 31 Afrikaanse landen beloofd om voor 1,3 miljard dollar schulden kwijt te schelden. Dat biedt toch een stok achter de deur. Het land van de draak stuurt ook vredesmissies uit. China heeft blauwhelmen in Liberia gestationeerd.
China koopt net als andere grootmachten ook politieke invloed af met ontwikkelingsgeld. Recent bood het Angola een zachte lening van twee miljoen dollar aan. Dat levert in eerste instantie een contract op voor een olieveld voor de kust van Angola.
Hoewel China intussen astronauten de ruimte instuurt, is het volgens de normen van de Wereldbank nog steeds een ontwikkelingsland. In 2004 overschreed het Chinese bruto binnenlands product de 9200 dollargrens, één van de criteria om niet langer als een ontwikkelingsland te worden beschouwd. Maar er zijn nog andere parameters. De Wereldbank argumenteert onder meer dat 'er nog steeds meer dan 160 miljoen mensen onder de armoedegrens van één dollar per dag leven'.
China verstrekt intussen meer ontwikkelingshulp dan het zelf ontvangt. Het is de belangrijkste donor van Pakistan. De laatste twee jaar ontving Islamabad negen miljard dollar. Ook multilateraal begint Peking voorzichtig mee te spelen: het heeft 100 miljoen dollar toegezegd voor de Aziatische Ontwikkelingsbank en het Afrikaans Ontwikkelingsfonds.
Die stijgende geopolitieke invloed dus, wordt zondag gefêteerd op de 50-jarige verjaardag van de Bandung-conferentie. Die conferentie op 18 mei 1955 was het begin van de eerste politieke alliantie van landen uit de Derde Wereld, zoals dat heette in de taal van de Koude Oorlog. 29 landen uit het Zuiden kwamen er voor het eerst bijeen zonder westerse chaperon.
De Chinese delegatie onder leiding van toenmalig premier Zhou Enlai ging er pal achter de Afrikaanse en Aziatische onafhankelijkheidsstrijd staan. Dat leverde een alliantie van landen op die zich trachtte te ontworstelen aan de strikte opdeling van de wereld in een Amerikaans en een Sovjetblok. Een ambitie die niet helemaal waargemaakt kon worden.
Nu de VS als enige resterende supermacht overblijven, probeert China de gloriedagen van Bandung te doen herleven. Dat blijkt onder meer uit het feit dat het gouden jubileum breed wordt uitgesmeerd in de 'People's Daily', de officiële huiskrant van de Chinese Communistische Partij. 'Het illustere manifest van de Chinese delegatie in Bandung is een monument in de geschiedenis van de Chinese diplomatie”, orakelt de krant in een opiniestuk. De auteur heeft geen ongelijk als hij stelt dat de toekomst voor China op het internationale toneel nu mooier oogt dan in 1955.
Om echter de leider van het Zuiden te worden, moet de Chinese president Hu Jintao enkele gevaarlijke klippen omzeilen. De gevaarlijkste heet Japan.
Het gevecht van beide landen om de regionale overmacht speelt zich op diplomatiek vlak af in New York. Daar is de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aan hervorming toe. Tegen september wil VN-baas Kofi Annan de Veiligheidsraad uitgebreid zien met landen uit het Zuiden. India en Japan behoren tot een rij van vier belangrijke kanshebbers op een permanente zetel. China is sinds de oprichting van het orgaan het enige ontwikkelingsland met een permanent zitje. China verzet zich niet openlijk tegen de Japanse kandidatuur. Neutraliteit voor alles, is het Chinese devies. Maar het feit dat er in de Chinese steden al drie weken geprotesteerd wordt tegen het Japanse oorlogsverleden, wordt in het schimmenspel van de diplomatie opgevat als een duidelijk teken: China wil niet dat Japan een permanente zetel krijgt.
De Chinees-Japanse ruzie kan de festiviteiten over de Bandung-conferentie overschaduwen. Het is de eerste keer dat de Chinese en Japanse leiders samen op de foto zullen gaan sinds de relaties verzuurden. President Hu Jintao wil voorlopig niet kwijt of hij met Japanse premier Junichiro Koizumi overleg zal plegen over de protesten. (MM/ADR)

IPS DOOR:

Deel dit artikel