China krijgt het moeilijker zichzelf te voeden

De overheid in Peking wil de stijgende voedselprijzen het hoofd bieden door terug te keren naar de aloude politiek van autarkie: zelf genoeg produceren om iedereen eten te geven. Maar dat wordt steeds moeilijker, nu steden landbouwgebied inpalmen en arbeiders van het land weglokken.


Nog niet lang geleden speelde het leidinggevend planbureau in China, de Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie, met het idee om meer graaninvoer toe te laten. China zou daarmee afwijken van de huidige koers om voor 95 procent in de eigen voedselbehoefte te voorzien. “Omdat de vraag van Chinese consumenten naar vlees en melkproducten snel groeit, kunnen we denken aan meer import in de toekomst en bijvoorbeeld maar voor negentig procent in onze eigen behoeftes voorzien”, zei Ma Xiaohe, onderzoeker voor macro-economisch beleid aan het planbureau recent nog op een forum rond voedselveiligheid.

Maar nu de voedselprijzen pijlsnel stijgen en de graanmarkt wereldwijd tegen een tekort aan voorraden aankijkt, gaan steeds meer stemmen op om vast te houden aan een zichzelf bedruipend China dat de externe risico’s tot een minimum beperkt.

Verschillende agentschappen van de Verenigde Naties hebben gewaarschuwd voor wereldwijde voedselrellen als er niet snel ingegrepen wordt. Ook de Wereldbank waarschuwde eerder deze week dat de hoge prijzen geen tijdelijk fenomeen zijn maar waarschijnlijk verschillende jaren zullen aanhouden.

China hoeft zich niet meteen het meeste zorgen te maken. Toch moet het land voortdurend oplettend blijven. Het moet twintig procent van de wereldbevolking voeden met amper zeven procent van de landbouwgrond in de wereld. De Chinese regering prijst zichzelf omdat ze de voorbije dertig jaar miljoenen Chinezen uit de armoede gehaald heeft en ziet voedselveiligheid als één van haar belangrijkste opdrachten sinds de enorme hongersnood in de jaren vijftig.

“China geen slokop in de wereld”

China moet al jaren opboksen tegen de beschuldiging dat de Chinese vraag naar voedsel rampzalig is omdat het de wereldgraanmarkt overspoelt en voor voedseltekorten zorgt in arme ontwikkelingslanden. Om de eigen bevolking en de internationale gemeenschap gerust te stellen zei premier Wen Jiabao vorige week dat het land voor 150 tot 200 miljoen ton voorraden heeft, waaronder 40 tot 50 miljoen ton rijst. “Stop alstublieft met u zorgen te maken”, zei Wen tijdens de regionale top van landen in het Mekongbekken. “China heeft een overvloedige rijstvoorraad.”

Sinds 2004 slaagt het land er jaar na jaar in om reserves aan te leggen.. Analisten maken zich niettemin zorgen omdat het land aan een alarmerend tempo landbouwgrond verliest. In het laatste decennium alleen al ging 5,5 procent van de landbouwgrond verloren aan verwoestijning, verstedelijking en industriële expansie.

Om de inflatie te temperen en voedsel betaalbaar te houden voor de enorme bevolking worden de prijzen gecontroleerd door de overheid in Peking. Maar dat heeft ook een averechts effect: veel boeren zijn niet geneigd om rijst te telen omdat de prijs voor rijst in China onder laagste ter wereld is.

“Er is duidelijk een contradictie”, zegt landbouwexpert Ding Shengjun. “Terwijl de prijzen voor rijst wereldwijd stijgen, blijft de prijs in China relatief laag en zelfs subsidies van de overheid kunnen de stijgende prijs van landbouwmaterieel niet uitvlakken. Als we de prijs niet aanpassen, kunnen we mensen niet overtuigen om op het platteland te blijven en rijst te telen. Hoe kunnen we dan de voedselveiligheid op lange termijn garanderen?”

Stadsvlucht keren

De regering in Peking doet intussen wat ze kan om de boeren op het land te houden. Ze heeft de tweeduizend jaar oude graantaks voor de landbouwers afgeschaft en beloofde meer gesubsidieerde meststoffen en zaden. In december verhoogde ze de exportbelasting en stelde ze exportquota in voor verschillende graanproducten. De middelen voor de ontwikkeling van het platteland werden opgetrokken met 30 procent tot een recordbedrag van meer dan vijftig miljard euro.

Volgens velen volstaan die stappen niet om de werkkrachten op het land ervan te weerhouden om naar de stad te trekken op zoek naar een beter loon en een beter leven. Volgens urbanisatie-experts zullen in de volgende vijftien jaar zo’n drie- tot vierhonderd miljoen boeren naar de steden trekken.

De beste manier om het inkomen van de landbouwers te doen stijgen is de afschaffing van de exportbeperkingen, omdat de prijs van rijst op die manier gelijk zou komen met de wereldprijs, zegt Li Guoxiang, een deskundige landbouwbeleid aan de Chinese Academie voor Sociale Studies. “Maar als de rijstprijs hier stijgt, dan stijgt ook de inflatie. En daar is de regering precies zo bezorgd om.”

De stijgende voedselprijzen zorgden in februari al voor een inflatie van 8,7 procent, de snelste stijging in meer dan tien jaar. De druk van de inflatie was één van de redenen waarom premier Wen Jiabao recent 2008 “China’s moeilijkste jaar” noemde.

BRON:
http://www.ipsnews.be

Deel dit artikel