Conflict Israël-Palestina: Gaza in een wurggreep

Brigitte Herremans, Midden-Oosten specialist bij Broederlijk Delen werpt een verhelderend licht op het conflict Israël Palestina.


medium 2806688151

Israël en Hamas vochten van 8 juli tot 26 augustus 2014 hun 3e gewapende conflict in 6 jaar tijd uit. Voor buitenstaanders is het onbegrijpelijk dat de moord op 3 Israëlische tieners en 1 Palestijnse jongen kon ontaarden in een zoveelste zinloze oorlog. Tegen de achtergrond van de aanhoudende bezetting en Israëls blokkade van de Gazastrook komt deze nieuwe ronde van geweld echter niet als een verrassing. Maar ook het falende optreden van de VS en de EU, en de marginalisatie van het internationaal recht, zijn belangrijke pijnpunten.

 


 

Het recht van de sterkste


20 jaar vredesgesprekken brachten het vooruitzicht op een Palestijnse staat niet dichterbij. In 1993 schaarden Israël en de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie zich achter de Principeverklaring. Onder het motto 'land voor vrede' zou Israël zich geleidelijk aan terugtrekken uit de Palestijnse gebieden en een staat binnen de grenzen van vóór 1967 mogelijk maken. De Palestijnse Autoriteit (PA) werd opgericht om de proto-staat op te bouwen. Als leider van het diplomatieke proces stelde de Verenigde Staten zich voor als eerlijke bemiddelaar.

Snel werd duidelijk dat de VS de kaart van Israël trok. Het vredesproces verzandde in een steriel proces. Er was een consensus over de bestemming - de tweestatenoplossing - al werd de weg erheen nooit uitgestippeld. Zo werden de Westoever en Gaza als een eenheid gedefinieerd en moesten ze via een brug of een tunnel verbonden worden. Israël vertikte dat en ontwikkelde een scheidingsbeleid.

Het Oslo-akkoord gaf de PA slechts beperkte territoriale controle over de Palestijnse gebieden. De struikelblokken zoals nederzettingen, grenzen, het statuut van Jeruzalem en water werden uitgesteld tot de finale statusonderhandelingen. Bovendien stelden de VS het internationaal recht als een obstakel voor, conform Israëls positie. Als bezettende macht heeft Israël duidelijke verplichtingen. Zo moet het instaan voor de veiligheid en het welzijn van de Palestijnse burgers en mag het zijn burgers niet overbrengen naar bezet gebied. In de gesprekken waren hier geen verwijzingen naar. In werkelijkheid zou Israël beslissen wat de Palestijnen krijgen.

Het vredesproces wekte de schijn dat Israël zijn bezetting zou opgeven, maar het behield de essentiële regeringsfuncties zoals controle over land, grenzen en het recht op residentie. Als een bezettende macht mag Israël de effectieve controle over de Palestijnse gebieden behouden, indien het zijn verplichtingen naleeft. Israël geniet echter de lusten maar niet de lasten van de bezetting. De PA heeft beperkte civiele bevoegdheden, maar geen vooruitzicht op soevereiniteit. Premier Netanyahu stelde in juli 2014 onomwonden dat hij nooit zal toestaan dat de PA soevereiniteit over de Westoever krijgt.

Het bewustzijn over de urgentie van de tweestatenoplossing groeit bij Europese diplomaten, ze waarschuwen dat de tijd tikt. Toch ondernemen de EU en de VS weinig om de situatie te veranderen. Van bij het begin van het vredesproces, zag de EU af van druk op Israël omdat dit de gesprekken zou ondermijnen. Europa hoopte dat Israël geleidelijk aan land zou opgeven. Tot op vandaag gelooft het dat de bilaterale relaties een gunstige impact op Israël zullen hebben. Door het proces van socialisering zal Israël zich conform internationale waarden gaan gedragen.

 

 

Deel dit artikel