Coöperanten brengen organisaties en culturen dichter bij elkaar

Liesbet Niveau (30) studeerde sociologie en antropologie en was ruim 10 jaar actief in de jeugdbeweging in België voor ze in september 2000 als coöperante naar Colombia vertrok. Tijdens haar bezoek aan België in maart van dit jaar hadden we een gesprek met haar.

Wat motiveerde je om je kandidaat te stellen als coöperante?
Liesbet: Ik was van jongs af aan geïnteresseerd in andere culturen en in wat zich aan de andere kant van de wereld afspeelde. Eerlijk gezegd ben ik ervan overtuigd dat niet echt mijn universitaire opleiding maar eerder mijn ervaring en engagement in de jeugdbeweging en migrantensector me tot in Colombia gebracht hebben. Het is immers daar dat ik mijn persoonlijke interesses en talenten ontdekte en leerde voor mezelf opkomen, initiatief nemen, activiteiten en evenementen organiseren, groepen animeren en vormen, enz.

Voor welke partnerorganisatie werk je?
Liesbet: In 2000 kwam ik terecht in de plaatselijke KAJ van Bogotá in een vormingsproject voor arbeidersjongeren. Die eerste ervaring is een beetje misgelopen, vnl. omdat deze organisatie niet echt open stond voor vernieuwingen en netwerkvorming met andere organisaties, terwijl dit net één van de doelstellingen is bij dit soort internationale samenwerking. Daarom veranderde ik eind 2002 van project om gedurende 2 jaar samen met de jongerenorganisatie Red Juvenil en verscheidene andere organisaties een nationale campagne voor geweldloosheid op te zetten. In die periode leerde ik ACOCC (Collectieve Actie voor Gewetensbezwaar in Colombia) kennen, een netwerk van personen en organisaties die werken rond geweldloosheid, gewetensbezwaar en mensenrechten. Sinds januari werk ik met hen samen in Bogotá.

Wat is je rol binnen dit project?
Liesbet: Mijn expliciete functie in het project is het ondersteunen van vormingsprocessen rond geweldloosheid, gewetensbezwaar en mensenrechten met jongeren tussen 15 en 25 jaar uit verscheidene gemarginaliseerde buurten van Bogotá. Ook het bevorderen van netwerkvorming tussen verscheidene groepen en organisaties in Bogotá en andere streken behoort tot mijn taken. Maar eigenlijk doe ik nog veel meer. Gezien ik met alle 'kernleden' van ACOCC een goede band heb en in vertrouwen genomen word, wordt er mij ook vaak advies gevraagd over andere zaken en help ik gewoon graag mee waar ik kan. Vaak ben ik dus bezig met het voorbereiden, begeleiden en systematiseren van vormingsateliers, publieke acties en andere sensibiliseringsactiviteiten.

Uit eigen interesse ben ik sinds enkele jaren ook bezig met eerlijke handel en voedselveiligheid. Samen met andere geïnteresseerden heb ik die thema's kunnen introduceren in de organisaties waarmee ik samenwerk. Daarnaast tracht ik af en toe een handje toe te steken in de regionale coördinatie van Volens bij de organisatie van bijeenkomsten tussen de verschillende partnerorganisaties van Volens in Colombia en Ecuador.

Voor de mensen waarmee ik de laatste jaren heb samengewerkt (Red Juvenil, ACOCC, en andere organisaties) is deze coöperatievorm veel interessanter dan andere vormen van internationale samenwerking, omdat niet de financiële maar wel de menselijke relatie centraal staat. Het brengt organisaties en culturen op een spontane manier dichter bij elkaar.

Hoe is het om als coöperante te werken in Colombia?
Liesbet: Colombia is een land met een zeer ingewikkelde politieke situatie. Al 50 jaar lang wordt er oorlog gevoerd tussen de guerrilla enerzijds en de overheid, het leger en de paramilitairen anderzijds. Sinds Alvaro Uribe Velez twee en een half jaar geleden aan de macht kwam, staat oorlogsvoering bovendien centraal in het regeringsprogramma en wordt de burgerbevolking daar actief bij betrokken. Veel keuze is er niet: ofwel werk je mee met de regering als informant, soldaat of paramilitair, ofwel behoor je tot de oppositie en word je bijgevolg automatisch als handlanger van de guerrilla beschouwd. Personen en organisaties die werken rond mensenrechten hebben het dus niet gemakkelijk. Als coöperante moet je daar rekening mee houden. Uiteindelijk is het gewoon een kwestie van de Colombiaanse context te kennen en te weten wat je wel en niet mag doen.

Eigenlijk heb ik nooit echt problemen gehad om me aan te passen aan het Colombiaanse leven. De Colombiaanse bevolking is over het algemeen zeer warmhartig. Je voelt je snel op je gemak bij hen. Mijn collega's beschouwen me bovendien ook gewoon als één van hen, misschien ook wel omdat ik zelf dat onderscheid niet maak. Ik voel niet de behoefte om landgenoten op te zoeken in Bogotá. Al mijn vrienden en collega's hier zijn Colombianen en daar ben ik ook blij om.

Nadia Mahjoub

____
De foto werd genomen in Medellín, bij de voorbereiding van een geweldloze actie met de gewetensbezwaarden van Red Juvenil.
____
Dit artikel verscheen in het driemaandelijks tijdschrift van Volens Toyí (uitgave van juni 2005).

Lees hier het volledige interview met Liesbet. 

Deel dit artikel