De crisis in Thailand in rood en geel

Wie kan iets slechts bedenken bij Thailand?
Het land heeft een perfect imago: de mensen zijn er lief, de stranden goddelijk en de thom yam soep onnavolgbaar. Toch heeft het een uiterst roerige politieke geschiedenis met 26 staatsgrepen en 18 opeenvolgende grondwetten.
Maar het imago werkt: het bleef een populaire bestemming voor buitenlandse investeringen en toeristen. Ja, er is wel dat er armoede en er gaapt een grote kloof tussen arm en rijk maar waar in Zuidoost-Azië is die er niet? Is de bevolking niet behoorlijk tevreden met haar lot, en er is ten minste niemand die honger lijdt. Zelfs de huidige eerste minister, de in Oxford opgeleide Abhisit Vejjajiva, ziet eruit als een een fatsoenlijke kerel, en te knap om zomaar op straat te zetten. 

Neem nu snel even een koude douche.
Niemand durft de aantrekkingskracht van het “Land van de Glimlach” in vraag stellen. Toch staat die emotie steeds meer op gespannen voet met de werkelijkheid. Dit artificiële gevoel verklaart ook de stilte rond het uiterst geweldadige optreden van de regering Abhisit tegenover de roodhemden. Staat die repressie en de 60 burgerslachtoffers wel in verhouding met de eis voor democratische verkiezingen?

 Er is immers weinig internationale verontwaardiging over het neerschieten van de luidruchtige demonstranten en dit staat in schril contrast met de veroordelingen van het hardhandig opgetreden tegen de betogers in Iran vorig jaar, laat staan met wat gebeurde op het Tiananmen-plein in 1989. Stel je eens voor dat de Griekse regering op een dergelijke manier zou omgaan met de straatprotesten.

De kleuren vertellen niet het hele verhaal.
Maar misschien doen dergelijke vergelijkingen de situatie in Thailand geen eer aan. Die is immers verre van zwart en wit - of geel en rood past hier beter. De kleuren vertellen niet het hele verhaal.

Analisten wijzen te makkelijk op de de eenvoudige uitleg van en conflict van de stad versus platteland, boeren versus een stedelijke elite, en de republikeinen versus monarchisten. De meerderheid van de pro-democratische beweging van de roodhemden is vreedzaam, maar er huist ook een gewelddadige fractie in. Veel demonstranten hebben zich op 19 mei doodsbang overgegeven, maar daarnaast droegen jonge mannen geslepen staven en zelfgemaakte explosieven. In hun frustratie hebben ze hotels, banken, winkelcentra  en media aangevallen.

Wie de situatie wil begrijpen kan niet naast Thaksin Shinawatra, de afgezette oud-premier en door velen beschouwd als het brein achter de opstanden. Hij is niet het schoolvoorbeeld van de democratie. Tijdens zijn regeerperiode (van 2001 tot 2006) werd hij beschuldigd van machtsmisbruik om de bedrijven van zijn familie en vrienden te bevoordeligen.
De Thaise politie maakte zich toen eveneens schuldig aan duizenden buitengerechtelijke moorden in de naam van een oorlog tegen drugs. Later veroordeelde het Thaise Hooggerechtshof hem bij verstek tot twee jaar, vandaar zijn statuut als ‘vluchteling’.

Rust en status quo zullen niet zomaar terugkeren.
Ten eerste, Thaksin was de meest populaire eerste minister in de geschiedenis van Thailand, de enige die zijn volledige termijn uitdeed en herkozen werd. Hij werd in de beste Thaise traditie verdreven door een militaire coup in 2006. In de daaropvolgende verkiezingen - na een chaotische periode onder militair bewind – haalden de partijen die Thaksin gezind waren een meerderheid.
 
Deze en de eropvolgende pro-Thaksin regering, werden beide ontbonden op basis van dubieuze clausules uit de nieuwe grondwet die de militairen hadden opgelegd. Na maandenlang protest van de geelhemden kwam via een parlementaire deal de regering Abhisit aan de macht. Dit gebeurde zonder het halen van een populair mandaat, en dat is nu net het belangrijkste verwijt van de roden. 

Ten tweede, en eigenlijk belangrijker dan het louter politieke spelletje, is de manier waarop de roodhemden hun  legitieme sociale grieven uiten. Pogingen om de tienduizenden voornamelijk arme Thai die de straten van  Bangkok innamen als "terroristen" of betaalde huurlingen van Thaksin af te schilderen is ongepast.

Thaksin heeft als eerste politicus stappen gezet voor de politieke en economische emancipatie van de Thais uit hoofdzakelijk het noorden en noordoosten van het land. Dat is de reden waarom zijn relatief bescheiden beleid van goedkope gezondheidszorg en een betere toegang tot krediet, hem een bijna fanatieke trouw hebben opgeleverd. Thaksinomics afschilderen als het louter populistisch afkopen van het gepeupel is te goedkoop en neerbuigend.

In tegenstelling tot eerdere stand-offs heeft de Thaise zonnekoning Bhumibol geen enkel initiatief genomen om de gemoederen te bedaren. Heeft het voornamelijk te maken met ouderdom en slechte gezondheid, zoals sommigen beweren, of heeft hij geoordeeld dat hij de krachten van de Thaise onderklasse niet zo makkelijk kan intomen?

Wat nu?
De rust is nu even teruggekeerd in de straten van Bangkok, maar er is veel meer nodig om tot een oplossing te komen. In het beste geval zijn  dit eerlijke verkiezingen, met  respect voor het resultaat. Indien dit niet lukt zal het leiden tot nog meer bloedvergieten, in Bangkok of op het platteland.
Zelfs de meest fervente fan van Thailand moet zich realiseren dat dit conflict niet van de baan is. Daarom roepen diverse civiele organisaties onder leiding van de Thai Labor Campaign op tot een interventie en bemiddelingsrol voor de VN.

Kris Vanslambrouck
Verantwoordelijke Aziëwerking 11.11.11


Je kan hun orproep ondersteuen via deze
 internationale petitie.



Deel dit artikel