Democratisch gerommel

Wie de verkiezingen wint, krijgt een mandaat om te regeren maar bezit niet noodzakelijk de kracht om zijn programma te realiseren. En wie zich politiek in de minderheid bevindt, hoeft zich niet per se neer te leggen bij wat de meerderheid beslist, schrijft Gie Goris in het Voorwoord van MO*58, die woensdag verschijnt.


Er was veel volk op de been, de voorbije weken. In Thailand betoogden oppositiegroepen meer dan honderd dagen, tot premier Samak Sundaravej moest opstappen –niet omwille van de vermeende corruptie, maar omdat hij deelnam aan een populair kookprogramma en daarmee ongeveer vijftienhonderd euro verdiende. In Bolivia escaleerde de woordenstrijd over meer autonomie en meer bevoegdheden voor de rijkere regio’s tot fysiek geweld waarbij doden vielen. In beide landen schreeuwen de demonstranten dat ze de democratie willen verdedigen tegen corruptie, slecht bestuur, autoritair leiderschap en andere kwalen.

De realiteit is een stuk ingewikkelder. De Thailandse People’s Alliance for Democracy vindt bijvoorbeeld dat de oude one man one vote-regel bijgestuurd moet worden, nu blijkt dat het platteland koppig blijft stemmen voor een politieke strekking die volgens de gevestigde, stedelijke elite onbetrouwbaar is. En in Bolivia verwerpt de Consejo Nacional Democrático zonder scrupules de pogingen van de democratisch verkozen regering om de meerderheid van de burgers –na pakweg 500 jaar discriminatie, racisme en uitbuiting– aan gelijke rechten te helpen.

Democratie is een rommelige manier om de wereld te organiseren. Dat weten Belgen maar al te goed. De elegantie van een heldere politieke lijn is in dit land allang overgegaan in de onzuiverheid van een officieel compromisme, met zijn onoverzichtelijke infrastructuur van wettelijke koterijen en constitutioneel gedoogbeleid voor allerhande aanbouwsels. Die Belgische architectuur is niet mooi om aan te zien, maar heeft tenminste het voordeel van –weliswaar dure– samenhang tegenover de polarisering die optreedt wanneer iemand zijn groot gelijk en electorale overwinning eenzijdig wil opleggen.

Wie de verkiezingen wint, krijgt immers wel een mandaat om te regeren maar bezit niet noodzakelijk de kracht om zijn programma te realiseren. En wie zich politiek in de minderheid bevindt, hoeft zich binnen een democratie niet per se neer te leggen bij wat de meerderheid beslist, al is de basisafspraak wel dat verzet binnen de grenzen van vooraf vastgelegde wettelijkheid moet blijven.

De wetten die voor beschaving binnen de politiek moeten zorgen, zijn zelf niet zelden problematisch. In Maleisië bijvoorbeeld greep de regering in september naar een draconische wet ter verdediging van de nationale veiligheid om politieke tegenstanders uit te schakelen. Tevergeefs. Die Internal Security Act stamt uit de Britse koloniale periode en wordt uit de Maleisische kast gehaald telkens de eeuwigdurende heerschappij van de heersende politieke coalitie bedreigd wordt.

Ook in India grijpt men nog terug naar Britse koloniale wetten waaronder Mahatma Gandhi nog veroordeeld werd. Sectie 124A van de Indiase strafwet, ingevoerd in 1860, stipuleert bijvoorbeeld dat ‘iedereen die politieke onvrede met de regering, die bij wet regeert in India, opwekt of tracht op te wekken’ levenslange gevangenisstraf kan krijgen. De Indiase regering gebruikt dit olifantenmiddel niet tegen gevestigde oppositiepartijen, maar wel in haar strijd tegen het terrorisme. Dat heel wat gewone dissidenten onder zo een wet geen kansen krijgen om hun grondwettelijk recht op organisatie en vrije meningsuiting uit te oefenen, beschouwen steeds meer politici in New Delhi als collateral dammage.

Dat is onterecht. Want overal waar knuppels bovengehaald worden om muggen dood te slaan, blijft het huis geschonden achter. De democratie is niet een manier om het meningsverschil uit te schakelen, maar om het te organiseren. Het functioneren van dat systeem berust op het aanvaarden van de spelregels door zowel overheden als burgers, in die volgorde. Democratie die slordig omspringt met de rechten van burgers en minderheden, krijgt het verzet dat ze oproept. Een democratisch verkozen regering moet zo veel ruimte voor tegenstrijdige en zelfs onaangename opinies creëren dat de fanatici die geweld prediken alleen achter blijven in hun mentale woestijn.

Deel dit artikel