Detailhandel bloeit dankzij Chinese koopwaar

De Allée du Centenaire in het hartje van de Senegalese hoofdstad Dakar heeft geen rode lampionnen, maar in de ogen van de bewoners is het overduidelijk Chinatown. Aan weerszijden van de straat verkopen Chinese importeurs goedkope consumptiegoederen aan jonge Senegalese handelaren, die hun roeping hebben ontdekt voor kopen en verkopen. Een probaat middel tegen werkloosheid.


De Chinezen van de Allée du Centenaire hebben van de huizen aan weerskanten van de straat hun woon- en werkplaats gemaakt. Aan de voorkant staan goederen “Made in China” hoog opgestapeld en is het een voortdurend komen en gaan van jonge Senegalezen die proberen aan de bak te komen als ambulante verkoper, bij gebrek aan banen in de formele economie.

“Ik ben nieuw in dit vak, sinds twee maanden nog maar” zegt Mame Sane, een jonge vrouw in de twintig, terwijl ze onderhandelt over de prijs van het paar schoenen dat ze in haar hand heeft. In haar andere hand houdt ze een enorme blauw plasticzak met spullen die ze bij andere Chinezen heeft gekocht.

Mame startte haar zaakje met een beginkapitaal van 50.000 CFA (76 euro), en verkoopt haar waar aan “vrienden en bekenden” in Parcelles Assainies, een van de negentien arrondissementen van de hoofdstad. Spullen die ze voor 1000 CFA (1,5 euro) inkoopt, verkoopt ze verder voor 1.500 CFA (2,3 euro). “Het is beter dan thuis zitten niksdoen”, zegt Mame.

Zoals Mame zijn er heel wat jonge Senegalezen die dankzij de goedkope Chinese import hun talent voor zakendoen ontdekken. Ze gaan van deur tot deur met alles van schoenen tot lampen en schriftjes, tegen “onklopbare prijzen”. Anderen zigzaggen op straat tussen de stilstaande auto’s om hun waar te slijten aan automobilisten. Nog anderen hebben een klein kraampje, dat ze opzetten waar het hen goed uitkomt.

De handel tussen Senegal en China kent een opleving sinds beide landen in 2005 opnieuw diplomatieke relaties aanknoopten. De handelsbalans slaat evenwel duidelijk door in het voordeel van China. Chinese importproducten vertegenwoordigen 94 procent van de goederenstroom. Daarmee is China de vierdegrootste importeur op de Senegalese markt.

De invloedrijke Senegalese Unie van Handelaren en Industriëlen (UNACOIS) ziet het met lede ogen gebeuren. De activiteit van Chinese handelaren in Senegal moet beter worden gereguleerd omdat ze een “bedreiging” vormen voor de nationale economie en voor lokale importeurs, vindt Soumboul Sylla van UNACOIS: “De Chinezen brengen waardeloze prullen en accessoires binnen, terwijl de Senegalese importeurs zich bezighouden met belangrijke goederen, meubels bijvoorbeeld.”

In 2004 organiseerde UNACOIS een betoging tegen de aanwezigheid van Chinezen in de stad. De organisatie kreeg toen veel tegenwind van consumenten en de kleine handelaren die van de Chinese import afhankelijk zijn. Sindsdien veranderde de organisatie van strategie. Ze dringt er nu bij de Senegalese overheid op “wederkerigheid”: dezelfde rechten voor Senegalese handelaren in China als voor Chinese handelaren in Senegal.

De Chinezen zelf zijn ook niet helemaal tevreden. “Vroeger betaalde ik 800.000 CFA (1219 euro) invoerbelasting voor een container, nu 12 tot 13 miljoen CFA (18.000 tot 20.000 euro)”, zegt Zhen Yan-Ling in gebroken Frans. Yan-Ling was de enige Chinese winkelier die een commentaar wilde geven, wat hun reputatie van een gesloten gemeenschap bij veel Senegalezen lijkt te bevestigen.

BRON:
http://www.ipsnews.be

IPS DOOR:

Deel dit artikel