Dreigende crisis in West-Afrika door stijgende voedselprijzen

De voedselprijzen op de West-Afrikaanse markten zijn abnormaal hoog voor de tijd van het jaar. Het ziet ernaar uit dat er voorlopig weinig verandering komt in die tendens. Het gevaar is reëel dat grote delen van de bevolking in de arme Sahel-regio niet genoeg geld hebben om voldoende voedsel te kopen. Hongersnood loert om de hoek.


Doorgaans dalen de West-Afrikaanse graanprijzen in januari en februari. De oogst van het voorgaande jaar komt rond deze periode op de markt. In 2007 viel de graanproductie echter tegen, vanwege het bijzonder korte regenseizoen. Dit resulteerde in een eerder povere opbrengst van gierst, sorghum en maïs. Speculerende handelaars weten dat het kleine aanbod de prijzen zal doen stijgen, en dus proberen ze hun winsten te maximaliseren door stocks aan te leggen. “Handelaars kopen op dit moment zoveel mogelijk voorraden op, om te verkopen wanneer de prijs minstens het dubbele bedraagt,” zegt Salif Sow, regionaal vertegenwoordiger van het Famine Early Warning Systems Network (FEWS NET), een regionaal monitoring-agentschap voor voedsel. Het agentschap noteerde de afgelopen weken scherpe prijsstijgingen op markten in Noord-Nigeria, Ghana, Togo en Benin. In vergelijking met het een jaar terug werd in november 2007 maar liefst 60% meer betaald voor gierst. Idem dito voor maïs (plus 51%) en sorghum (plus 43%).
 

 

 

 

 

 

 

 

 

Landbouw in West-Afrika is heel sterk afhankelijk van regenval. Tijdens het regenseizoen, van juni tot november, moet genoeg voedsel geproduceerd worden om de rest van het jaar door te komen. Het is telkens uitkijken naar de oogst in oktober en november. Veel families zitten al juni zonder geld en voedsel. Voor sommigen start het ‘magere seizoen’ of de ‘hongertijd’ zelfs in januari of februari. Het magere seizoen betekent: maaltijden overslaan, en in sommige gevallen overleven door het eten van wilde gewassen, grassen, bladeren, bessen of zelfs afval. Kleine prijsstijgingen van het voedsel kunnen dus dramatische gevolgen hebben wanneer zowel de voorraadkast als de gezinsportemonnee leeg raken. De stijging van de maïsprijs wordt vooral voor de armste families een harde dobber. “Mensen kopen hun voorraad maïs doorgaans in het voorjaar, omdat de prijzen dan het laagst zijn. Maar dit jaar is maïs echt duur,” aldus Salif Sow van FEWS NET.

Dringende maatregelen nodig

Mauritanië, Mali, Niger, Burkina Faso en Tsjaad worden het hardst getroffen door de hoge voedselprijs. Deze landen maken deel uit van de Sahel, met voorsprong de armste regio ter wereld. De Wereld Voedselorganisatie schat dat in deze regio anderhalf miljoen kinderen onder de vijf geconfronteerd worden met ondervoeding. Togo, Noord-Benin en delen van Senegal kampen met dezelfde problemen.

De landbouwsector in de Sahel had de voorbije jaren al af te rekenen met natuurrampen zoals droogte, overstromingen en sprinkhanenplagen. Veel boeren stapelden schulden op, in een poging de moeilijke jaren te overbruggen. Ondertussen zien ze met lede ogen toe hoe hun oogsten jaar na jaar inkrimpen, wegens uitputting van de bodem, of omdat er onvoldoende geld is om zaden of werktuigen te kopen.

Jaarlijks worden omvangrijke hulpoperaties opgezet om massale sterfte door ondervoeding te vermijden. Eind vorig jaar riep de VN haar donoren op om in 2008 minstens 133 miljoen dollar vrij te maken, bestemd voor het opzetten van voedselprojecten in West-Afrika. Margie Morard, regionaal voedseladviseur van Oxfam, stelt dat hulporganisaties en donoren zich nu moeten toeleggen op maatregelen die het leed van de pijnlijke prijsstijging enigszins kunnen verzachten. “Met noodtoelages kunnen we anticiperen op de dalende koopkracht. Of we kunnen mensen helpen met het aankopen van zaaigoed en werktuigen, opdat ze het volgende oogstseizoen minder afhankelijk worden van fluctuaties op de vrije markt.”

Katrien De Graeve (redacteur Bevrijde Wereld)

Bron: Irin


Bevrijde Wereld werkt in West-Afrika vooral rond voedselzekerheid, met kleinschalige ingrepen die de voedselsituatie op het platteland stabieler maken. Ondersteuning voor verwerking en opslag van de oogst kan het inkomen bijvoorbeeld gevoelig doen stijgen. Met die extra centen kunnen de boeren de moeilijke periode tijdens het regenseizoen makkelijker overbruggen.

Lees er meer over in Djembé, het driemaandelijkse tijdschrift van Bevrijde Wereld.

www.bevrijdewereld.be

Deel dit artikel