Economische groei Botswana bant armoede niet uit

Na China en India is Botswana een van de sterkst groeiende economieën ter wereld. Toch neemt de armoede er onwaarschijnlijk langzaam af. Grootschalige honger wordt wel stilaan een probleem van het verleden.


Kan een land nog sneller groeien om de bevolking uit de armoede te halen? De voorbije twintig jaar groeide Botswana gemiddeld met 7 procent. Het land verdient veel aan de export van diamanten en ook het toerisme brengt almaar meer geld binnen. In 1980 verdiende de doorsnee Botswaan 1240 euro per jaar, nu is dat bijna 7800 euro. Maar die rijkdom is erg ongelijk verdeeld. Volgens de VN moet 47 procent van de bevolking nog altijd rondkomen met minder dan een dollar per dag, de internationale definitie van extreme armoede.

De armen in Botswana gaan er wel degelijk op vooruit, zegt Dorcus Sebina van het VN-ontwikkelingsprogramma (UNDP). Tussen 1996 en 2000 liep het aandeel van de Botswaanse kleuters die te licht zijn voor hun leeftijd bijvoorbeeld terug van 17 tot 13 procent. En Botswana heeft volgens de VN-organisatie alles in huis om verder te blijven groeien en de levenstandaard van de hele bevolking op te krikken.

Maar veel Botswanen zijn minder optimistisch. "Er is geen aandacht voor de mensen op het platteland", zegt Thomson Tekere, een taxichauffeur in de hoofdstad Gaborone. "Mensen op afgelegen plaatsen zullen nooit profiteren van de economische ontwikkeling in dit land", voegt stadsgenoot Neo Moreri toe.

De inwoners van de hoofdstad weten heel goed hoe arm de rest van het land is. Vier op de vijf gezinnen op het platteland overleven dankzij het inkomen van een familielid in de stad. De Botswanen weten ook hoe licht mensen op afgelegen plaatsen wegen voor de politici in Gaborone.

De voorbije jaren zette de regering bijvoorbeeld massaal Basarwa’s uit het Kalahari Wildreservaat, een belangrijke toeristische trekpleister. Het Botswaanse gerecht verklaarde de gedwongen verhuis van de etnische minderheid onwettelijk, maar de regering probeert hun terugkeer naar het reservaat te verhinderen. De Basarwa’s leiden een marginaal bestaan in Botswana en de overheid lijkt weinig ambitie te koesteren om daar verandering in te brengen.

De regering heeft gewoon geen plannen om arme gemeenschappen op het platteland te laten meedraaien in de nationale economie, klaagt David Morwang van SOS Kinderdorpen, een weeshuis in het dorp Tlokweng. "Daardoor gaat de vooruitgang hier veel te traag".

Volgens Modireemang Klass, de voorzitter van de Ontwikkelingsgemeenschap van Molepolole in het zuidoosten van het land, ontbreekt vooral de politieke wil om de krasse ongelijkheid tussen de steden en het platteland in Botswana aan te pakken.

Maar sommige Botswanen leggen niet alle verantwoordelijkheid bij de staat. "Iedereen moet maar wat harder werken en minder klagen", zegt Pedzani Malikongwa, een venter in Gaborone. "De regering doet haar deel", vindt hij. "Mensen krijgen zomaar geld omdat ze oud worden". Botswana is ermee begonnen mensen die ouder zijn dan 65 een pensioen van 154 pula's (ongeveer 15 euro) per maand uit te keren. IPS MDG1 (PD/MC)

IPS DOOR:

Deel dit artikel