Geen oog voor ontheemde pygmeeën in Noord-Kivu

Het recente geweld in de Congolese provincie Noord-Kivu heeft al honderdduizenden mensen op de vlucht gejaagd. Bijzonder kwetsbaar zijn de ontheemde pygmeeën, die volgens lokale organisaties op geen enkele specifieke bijstand kunnen rekenen. “De hulpverlening mag niet voorbijgaan aan de bijzondere levenswijze van deze groep”, waarschuwt Achille Biffumbu, die met pygmeeën in de regio werkt.


De pygmeeën in de Kivustreek hebben het niet onder de markt. De meerderheid van hen leefde traditioneel van alles wat het woud te bieden heeft. “Maar nu alle bossen in natuurparken zijn veranderd, leven de pygmeeën in Noord-Kivu als verschoppelingen aan de rand van de maatschappij. Ze hebben met veel discriminatie af te rekenen”, zegt Achille Biffumbu, de directeur van het in Goma gevestigde Centre d’Information et Documentation des Pygmees (CIDOPY). Hij verblijft enkele dagen in België, om aandacht te zoeken voor het “vergeten” probleem van deze bevolkingsgroep.

De oorlog in Oost-Congo maakt de situatie van de pygmeeën nog erger. De vijandelijkheden brachten al een enorme vluchtelingenstroom op gang bracht. Ook flink wat pygmeeën raakten ontheemd. Enkele honderden van hen zitten nu in de vluchtelingenkampen en een onbekend aantal heeft zich verspreid over andere dorpen. “Ze mogen niet verdwijnen in de grote statistieken, want zo verlies je hun specifieke levenswijze uit het oog”, aldus Biffumbu.

Daar houdt de bestaande hulpverlening helemaal geen rekening mee, betreurt Biffumbu. “In vluchtelingenkampen bijvoorbeeld belanden pygmeeën in de massa, terwijl ze gewend zijn in kleine groep te leven”, legt de CIDOPY-directeur uit. “Ze krijgen voedsel dat ze niet lusten en waar ze dan bijvoorbeeld buikloop van krijgen”, gaat hij verder. “Voor de pygmeeën buiten de kampen hebben de grote ngo’s al helemaal geen aandacht. Officieel omdat pygmeeën niet toegankelijk zijn. Toch geraken wij tot bij hen”, hekelt Biffumbu. “Onze kleine interventies volstaan echter niet, de overheid moet het voor hen opnemen.”

Dode gorilla
Daar wringt het schoentje, aldus Biffumbu. “Hoewel pygmeeën een echte minderheid vormen in Congo, worden ze niet in die hoedanigheid erkend door de staat.” In de praktijk genieten ze geen rechten en krijgen ze het harder te verduren krijgen dan anderen. “Neem nu het geweld tegen vrouwen in Oost-Congo. Daarbij wordt nooit over pygmeeën gesproken, ook al zijn zij daar in het bijzonder slachtoffer van. Bepaalde milities geloven namelijk dat het verkrachten van een pygmeevrouw heilzaam werkt”, getuigt Biffumbu.

Pygmeeën en gorilla’s delen van oudsher hun leefgebied, maar Biffumbu stelt verbijsterd vast dat de wereld in rep en roer staat als er een gorilla gedood wordt in Virunga, terwijl het lijden van de pygmeeën ongemerkt voorbij gaat. “We moeten de natuur beschermen, maar ook de mensen die erin leven”, vindt hij.

Werken aan vrede
De Kivustreek, op de grens met Rwanda en Oeganda, is al vele jaren het stijdtoneel van gewapende groepen. Het vredesproces blijkt een werk van lange adem, maar Biffumbu hoopt dat de rebellen tot een onderhandelde vrede zullen komen met de Congolese regering. De inbreng van de internationale gemeenschap vindt hij cruciaal. “Het Congolese leger is een zootje dat eerst gereorganiseerd moet worden. Tegelijk moeten milities als het CNDP, de FDLR en Mai-Mai uitgeschakeld worden. Voor de lange termijn is er een duurzame oplossing nodig voor de regio tussen Rwanda, Congo en Oeganda.”

Omdat grondstoffen de motor zijn van het conflict, wil Biffumbu scherpe controle in de ertsrijke gebieden. Daarnaast dienen volgens hem ook de multinationals die mineralen ontginnen, aan banden worden gelegd.

BRON:
http://www.ipsnews.be

Deel dit artikel