Geen 'terug naar school' voor de kinderen in Gaza

activestills gaza under attack gaza city 17.7.2014
24 augustus had de start moeten zijn van het Palestijnse schooljaar. Unicef Palestina zet alles op alles om ook in Gaza kinderen terug naar school te krijgen. Een onmogelijke opdracht in een samenleving die de ergste aanval in jaren te verduren kreeg.


g3W

Normaal zouden de zowat 500.000 jongeren in Gaza opnieuw naar school moeten. Maar hun eerste schooldag werd letterlijk aan flarden geschoten. Enkel al in de laatste dagen voor het einde van de oorlog zochten 23.000 mensen een onderkomen in één van de scholen omdat hun huis kapot geschoten werd of omdat hun wijk bedreigd werd met bombardementen. Dit aantal komt bovenop de 400.000 mensen die reeds in scholen van de VN bivakkeerden.

De huidige militaire operatie is nog vernietigender dan de operatie Gegoten Lood van 2008-2009: het Israëlisch leger vuurde meer dan 32.000 granaten en duizenden raketten af. De cijfers spreken voor zich. Het dodental is in verhouding: 530 gedode kinderen tegen "slechts" 350 in 2009. Onder de 11.100 gewonden zijn er 3300 kinderen.

OCHA  (humanitaire werking van de VN) telt naast de gedode kinderen ook meer dan 1000 kinderen die voor hun leven verminkt zijn, 1500 kinderen die wees werden en 6000 kinderen van wie een ouder verminkt werd.

Zeker 100.000 mensen verloren hun huis en kunnen dus nergens heen. Meer dan 17.000 huizen werden geheel of gedeeltelijk vernield. Ondertussen zijn er 222 scholen gebombardeerd, terwijl het internationaal recht dit uitdrukkelijk verbiedt.

De Gaza-strook zit bijna permanent  zonder elektriciteit. Van normaal onderwijs kan er dus geen sprake zijn. Ook vóór het uitbreken van het conflict  had Gaza al te kampen met een tekort aan honderden scholen. Het zou toen al ongeveer 250 miljoen dollar gekost hebben om degelijk onderwijs te voorzien voor alle kinderen.

Een leven van oorlog en dood

Wie vandaag 8 jaar is in Gaza heeft vijf oorlogen of conflicten meegemaakt. Vijf maal kans om gedood te worden. Maar naast het directe geweld zijn er ook de minder zichtbare gevolgen. Duizenden kinderen lopen het risico dodelijk ziek te worden: het drinkwater in Gaza is voor 95 % onzuiver, er is niet genoeg voedsel voor de hele bevolking, de gezondheidsdiensten zijn onderbemand en de stocks medicijnen zijn uitgeput. Tijdens de recente oorlog werden 9 waterzuiveringsinstallaties vernietigd. Er zouden naar verluidt 15.000 ton vervuild water weggestroomd zijn.

Het leven in Gaza leert de kinderen dat ze nergens veilig zijn. De drones waar ze tot voor kort enkel bang voor waren omdat ze constant lawaai maakten, bleken bommen te werpen die mensen doodden of gehandicapt voor het leven maakten. Sommige kinderen werden gewond tijdens een luchtaanval, maar overleefden het niet omdat zelfs het ziekenhuis waarin ze verzorgd werden, getroffen werd door een bom.

Zo goed als alle families hebben familieleden die gestorven of gekwetst zijn. Trauma en verdriet tekent het familieleven waarin alle kinderen in Gaza opgroeien.

OCHA schat dat 373.000 kinderen nood hebben aan speciale psychologische hulp, maar in feite hebben alle kinderen nood aan begeleiding. Kinderen zullen te maken krijgen met leermoeilijkheden, nachtmerries en angstaanvallen. Op een bevolking van 1,8 miljoen is dit dramatisch. Het klimaat van angst en frustratie zal ook uitmonden in meer geweld tegen kinderen en meer conflicten tussen kinderen onderling.

De eerste ervaringen

De Palestijnse gemeenschap beschouwt onderwijs als een wapen in haar strijd. Ouders zijn fier op hun nationale identiteit en willen daarom hun kinderen motiveren om goed te leren en een diploma te halen. Met het bombarderen van scholen tracht Israël de angst om naar school te gaan te verhogen.

Een leraar heeft die zijn lessen terug heeft opgestart beschrijft zijn ervaringen: 40 % van de studenten komt niet opdagen. Hij heeft geen nieuws van hen: misschien is hun huis vernield, misschien zitten ze ergens in een opvangplaats. Misschien is er iemand gestorven in de familie.

Elke leerling heeft zijn of haar verhaal: vrienden die gestorven zijn, een beste vriend die zijn benen moest laten amputeren, de straat waar ze wonen waar geen enkel huis meer overeind staat, de wedren om te ontsnappen aan bombardementen ...ieder heeft een horrorverhaal.

Na school kunnen veel studenten niet naar huis. Zij leven momenteel in een opvangcentrum van UNWRA samen met 3000 anderen. De studenten stellen vooral veel vragen: waarom gebeurt dit met ons, wat hebben wij misdaan? En waarom kijkt de internationale gemeenschap toe en laat ze begaan?

De Unesco noteert in een studie  uit 2010 hoe jongeren verschillend reageren op hun uitzichtloze situatie.
"We begonnen het schooljaar met nieuwe hoop. We hadden nieuwe schooluniformen. Maar dan zagen we hoe onze school volledig vernield was. We vroegen ons af: waar zal Israël de volgende keer bombarderen?".
"De Israëli's trachten ons onderwijssysteem kapot te maken, maar wij willen ons ontwikkelen. Palestina is ons land. We zullen alles doen voor ons land."
"Israël wil van ons analfabeten maken. Maar we zullen nooit stoppen met leren."

(foto: ActiveStills.org)

Deel dit artikel