Gemeentelijke verkiezingen te Rio de Janeiro : bezette stad, open stad ?

Vorige maand gingen de Brazilianen naar de stembus voor het verkiezen van meer dan 6000 lokale gemeenteraden en burgemeesters. De gemeentelijke autoriteiten die een mandaat van 4 jaar verkrijgen zijn in de grote metropolen meteen een peiling voor het politieke schaakbord dat zich vormt richting de nationale verkiezingen in 2010.
(Foto: Gazet van Antwerpen)


President Lula en zijn huidige regeringscoalitie werden dus als het ware tussentijds getest. Burgemeesterposten van miljoenensteden als São Paulo en Rio de Janeiro zijn overigens ongehoord machtige posities: wie zijn geallieerde stadsbesturen in de industriële driehoek van het Zuidoosten van Brazilië op één lijn krijgt met de federale regering, controleert de economisch rijkste zone van het land en kan al voor de helft victorie kraaien richting nationale verkiezingen 2010.

Ondanks de actueel hoge populariteit van socialistisch president Lula (meer dan 75% van de Brazilianen zouden een herverkiezing van Lula steunen ) is de voornaamste politieke partij PT (de arbeiderspartij) uit de coalitie waar zijn federale regering op steunt, maar zwakjes vooruit gegaan. De grote winnaar was de centrum-rechtse partij PMDB (*) die in 1.600 gemeentes een burgemeester wist te verkiezen. Dit betekent voor de regering Lula dat ze niet zónder die grote partij kan rekenen, en dat indien de PMDB een eigen conservatieve kandidaat voor de presidentsverkiezingen wenst te lanceren voor 2010, deze “anti-Lula” een degelijke machtige lobby achter zich kan scharen. En daar droomt de behoudsgezinde en rijkste klasse van Brazilië van, want de fenomenale populariteit van Lula en de linkse politieke wind in het land waait al een paar jaar lang zonder schijnbare oppositie. De regering Lula kan vooral steunen op het enthousiasme van de allerarmste klasse in het armere Noordoosten, die voor het eerst in de geschiedenis sociale vooruitgang kent dankzij de succesvolle macrosociale programma´s van deze regering.
Binnen deze context was de verkiezingsstrijd te Rio een boeiende zaak.

Of in aanvang liever: een verontrustende zaak, gezien grote stadsdelen door het federale leger bezet werden om preventief manipulatie en geweld vanuit de milícias tegen te werken. Vooral in het westen van de stad hadden deze paramilitaire groepen die in ruil voor afperssommen “veiligheid” verkopen aan bewoners van armenbuurten, eigen kandidaten met criminele voorgeschiedenis vooruitgeschoven voor de verkiezingen en werden de ruim 4 miljoen bewoners van uitgestrekte krottenwijken gedwongen eenzijdig op hen te stemmen. Dezelfde vermenging tussen maffiapraktijken en politieke infiltratie wordt ook opgezet door de voornaamste drugcartels in de rest van de stad. Om de favela-bewoners het recht te bieden onafhankelijk te stemmen werd door gouverneur Cabral het leger opgeroepen, maar deze symbolische bezetting hielp verder niet veel vooruit, want represailles kunnen door de georganiseerde misdaad evengoed nadien uitgevoerd. Bovendien deed de overheid verder niets aan een structureler oplossing voor het probleem, zoals het verbod invoeren tegen politieke kandidaturen van mensen met een criminele fiche. Om een of andere duistere reden werd door het verkiezingsgerecht van Rio geen werk gemaakt van het bannen van politieke verkiesbaarheid van meer dan 300 kandidaten die actueel een strafblad hebben…

Ondanks de “circusbezetting” van het leger, zoals de lokale pers de hele operatie afdeed, werd de verkiezing zelf een fascinerende onderneming te Rio.
Na de eerste stemmingsronde in september, werd de evangelisch–fundamentalistische kandidaat Crivela uitgerangeerd, en bleven twee bijna gelijkwaardige kandidaten over: de links-groene voorman Gabeira van de Groene Partij met een sociaal-ecologisch gebaseerd programma en de behoudsgezinde kandidaat Paes met een voortzettingsprogramma van uittredend burgemeester Cesar Maia, die via diverse herverkiezingen 12 jaar lang vooral de elite van Rio wist te dienen met een weinig tranparente politiek en een onhoudbare tolerantie tegenover het corrupte deel van de politie en de paramilitaire milities die Rio mee onveilig maken.

Waar de 77-jarige Gabeira in de ogen van de progressievere bewoners van Rio zijn verleden mee heeft als ex-guerillastrijder die de militaire dictatuur bevocht (en die met zijn groep een spectaculaire gijzelingsronde uitvoerde van o.a. de US-ambassadeur, waarmee tientallen linkse politieke gevangen werden vrijgeruild), koos een nipte meerderheid van de kiezers toch voor Eduardo Paes. De nek-aan-nek race liep uit op een minimaal verschil: Paes won met 51% van Gabeira met 49%.

Gabeira, heden federaal parlementslid voor de Groene Partij, versterkte met deze indirecte “verliestriomf” zijn positie en toonde Brazilië voor het eerst dat een groene burgemeester voor een grootstad niet zo veraf staat van de realiteit. Nationaal hebben de groenen nauwelijks enige zetels, maar het bewustzijn rond de grenzen aan de ecologische roofbouw in Brazilië begint stilaan te groeien bij de middenklasse in de grote steden. In een paar Amazone-steden werden meer PT-burgemeesters verkozen dan verwacht. Deze hadden elk een uitdrukkelijk milieubeschermingsvoorstel ingebouwd, en werden toch niet verworpen in een gebied waar de grootgrondbezitters en de woudverkappers het traditioneel voor het zeggen hebben. Dit wijst op een doordringen van meer bewustzijn over zelfbeschikking bij de kleine volkse stemuitbrenger in het binnenland en is een gezond verschijnsel dat op grotere democratisering kan wijzen in Brazilië.

Ondertussen maakt Paes zich op voor het burgemeesterschap van Rio. De verwachting is dat een socialer beleid voorrang krijgt, betrachting die een kans maakt nu Lula een alliantie met de gouverneur van deelstaat Rio én de nieuwe burgemeester aangaat.

Vanuit de organisaties die rond Kinderrechten actief zijn, leven specifieke verwachtingen. Één hiervan is dat burgemeester Paes het expliciete geweld tegen zwerfkinderen en zwarte jongeren uit de armenwijken zal weten af te bouwen en sociale investeringen als overheidspolitiek zal omarmen. Tot op heden is de vertaling van het kortzichtige veiligheidsbeleid te Rio er een van oppakken, opsluiten, mishandelen of vermoorden van jongeren die zich al dan niet slecht gedragen. In 2007 sloeg de politie erin om 1.300 mensen standrechterlijk te executeren (nek- en rugschoten), waaronder een groot deel minderjarigen. Onder de ambigue slogan van drugbestrijding en nultolerantie wordt de in de grondwet verboden doodstraf toch massaal en willekeurig toegepast door de veiligheidstroepen van Rio. Om het repressieve schrikbeleid om te buiten naar een alternatief dat de mensenrechten en sociale vooruitgang voorop stelt, zal eerst dringend de corrupte en gewelddadige politie van Rio moeten gezuiverd en hervormd worden, een taak die gezamenlijk in onderlinge inspanning tussen de federale, deelstaat, en stedelijke regering moet aangepakt worden. Nu voor het eerst allen op één lijn beloven te werken rond dit veiligheidsthema, zijn de verwachtingen terecht hoog gespannen..

De uitdaging is hier of de nieuwe generatie politici steden als Rio van een permanente sfeer van paranoïede bezettingen door drugmaffia, privee-milities en doodseskaders van de politie kan afhelpen, en de ‘onverklaarde burgeroorlog’, zoals Braziliaanse sociologen de situatie van extreem stadsgeweld duiden, eindelijk kunnen ombuigen naar en stevig verankerd democratisch beleid.

Om van Rio de janeiro terug een “open” stad te maken zal het tijdperk Lula beslissend zijn. Want de laatste resten van de militaire dictatuur in Brazilië, zoals de gewelddadige politiemachten, dienen nog via democratische evolutie overwonnen te worden.

Jan Daniels, Programma Facilitator Brazilie voor het VIC.
www.vicngo.be

 

(*) PMDB : Partido do Movimento Democrático Brasileiro

KIYO DOOR:

Deel dit artikel