Gemengde gevoelens in India na mislukking Doha

Indiase analisten hebben gemengde gevoelens over de mislukte gesprekken van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Genève. Sommigen vinden dat er beter geen deal is dan een slechte, anderen vinden dat India flexibeler had moeten zijn.


De Verenigde Staten beschuldigden India en China ervan “overbeschermend” te zijn en hun grenzen dicht te houden voor een groot aantal producten gaande van chemicaliën tot auto’s. Heel wat ontwikkelingslanden vonden op hun beurt dat de VS en de Europese Unie hun boeren uit de markt probeerden te concurreren en de lokale productie in gevaar brachten. Daardoor zouden de landen kwetsbaarder worden voor plotse stijgingen van de voedselprijs zoals in de voorbije maanden al het geval was.
“De VS hebben een patstelling gecreëerd op een thema dat eigenlijk niet om handel draaide, maar om de broodwinning van onze landbouwers”, zei de Indiase minister voor Handel Kamal Nath. “Ik wil gerust compromissen sluiten over handel, maar kan geen toegevingen doen als het gaat om het levensonderhoud van de boeren in India en in honderd andere ontwikkelingslanden.”

Onenigheid over beschermingsmechanisme
De gesprekken in Genève knapten af op de exacte bepalingen van een beschermingsmechanisme in de Landbouwakkoorden. Die laten een land toe om de invoertarieven op te trekken als de import plots snel groeit of als de voedselprijs snel daalt. India en China wilden die groei vastleggen op 10 procent, de VS wilde het mechanisme pas bij 40 procent in werking laten treden.
De Indiase positie krijgt steun van het Indiase zakenleven. “Het is ontmoedigend om vast te stellen dat de gesprekken vastliepen op een punt dat zo belangrijk is voor de broodwinning van miljoenen boeren”, zegt R. Gopalakrishnan, de baas van Tata Sons Ltd en hoofd van de Commissie voor Handelsakkoorden  van de Confederatie van de Indiase Industrie. “Zelfs 10 procent zou al een erg liberaal cijfer zijn.”“Ik ben erg blij dat de rijke landen er niet in geslaagd zijn om de ontwikkelingslanden uiteen te spelen”, zegt ook Biswajit Dhar, hoofd van het Centrum voor WTO Studies aan het prestigieuze Indian Institute of Foreign Trade. “In de WTO kan elk van de 153 landen stemmen, ongeacht de grootte van het land of het volume dat het vertegenwoordigt in de internationale handel. Dat zorgt ervoor dat de grote en machtige landen hun wil niet zomaar kunnen opleggen.”Volgens Dhar spreken de rijke landen wel over een evenwichtig speelveld of een diepgaande hervorming van de internationale handel, maar willen ze daar in werkelijkheid niets van weten.
Maar andere analisten vinden dat de positie van “sterke ontwikkelingslanden” als China, India en Brazilië, de voedselimporterende ontwikkelingslanden niet ten goede zal komen. “Naarmate de voedselprijzen verder omhoog gaan in de VS en in Europa, zullen veel arme landen die afhankelijk zijn van invoer het zwaar te verduren krijgen”, zegt T.K. Bhaumik, de voorzitter van het Comité voor Economische Zaken van de Associated Chambers of Commerce and Industry of India. Hij hekelt ook het onderhandelingsproces van de WTO: “Waarom zijn er maar vertegenwoordigers van dertig landen tijdens de besprekingen in Genève? Wat met de belangen van de overige 123 landen? De onderhandelingen zijn een grap geworden.”

BRON:
http://www.ipsnews.be

Deel dit artikel