Groeiend geweld van Israëlische kolonisten tegenover Palestijnse burgers

Het geweld van Israëlische kolonisten tegenover Palestijnse burgers is steeds in stijgende lijn gegaan sinds het begin van de 2de Intifada in september 2000.  2008 vormt echter een nieuwe piek en vertoont een opvallende verhoging van het aantal aanvallen.

Enkel al in de eerste 5 maanden van 2008 rapporteerde OCHA (UN Office for the coordination of Humanitarian Affairs) 42 gevallen van geweld begaan door Israëlische kolonisten met verwondingen of dood tot gevolg.  Dit in vergelijking met 76 gevallen voor geheel 2007.

Deze getallen lijken misschien nog laag, maar er moet in rekening gebracht worden dat het hier enkel gaat om gevallen van fysiek geweld en niet om de verbale agressie die Palestijnen vaak dagelijks moeten slikken.  Bovendien betreft het hier ook enkel die aanvallen die gerapporteerd worden.

OCHA rapporteerde dat in de eerste 5 maanden 19 Palestijnse kinderen gewond raakten en 1 kind zelfs de dood vond als gevolg van aanvallen door kolonisten.  Bijna 70% van de geweldplegingen zou gebeuren in de regio van Hebron. 

Illegale nederzettingen
Op de Westelijke Jordaanoever, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, wonen meer dan 450.000 Joodse kolonisten in meer dan 130 nederzettingen en 100 niet-geautoriseerde “outposts”, gebouwd op land ingenomen van Palestijnse bewoners.
De term niet-geautoriseerde “outposts” is op zich al een hol begrip aangezien alle nederzettingen volgens het internationaal recht illegaal zijn.  Niet-geautoriseerd betekent dat zij gebouwd zijn zonder de toestemming van de Israëlische autoriteiten, maar desalniettemin ontvangen ook zij net zoals de andere nederzettingen financiële steun en bescherming.
 
Het groeiend aantal kolonisten heeft geleid tot een escalatie van gewelddadige aanvallen op omliggende Palestijnse gemeenschappen, een feit dat zelfs de Israëlische autoriteiten niet langer meer kunnen ontkennen.

In het verleden werden deze aanvallen steevast afgeschilderd als geïsoleerde incidenten, begaan door slechts enkele “hooligans”.  Dit in sterk contrast met de beeldvorming die in stand wordt gehouden rond geweld vanuit Palestijnse hoek, waarbij elke vorm van geweld steevast als een algemene act van terrorisme bestempeld wordt.

De realiteit dwingt echter veel van hen om van dit geïsoleerd denken af te stappen en te erkennen dat het hier om een groeiend probleem gaat dat niet terug te brengen is op slechts enkele fanatiekelingen.  Een hoofdofficier van het Israëlisch leger in de Westoever, majoor-generaal Gadi Shamni liet recent optekenen dat honderden Joodse kolonisten gewelddaden begaan tegen Palestijnen en noemde het “a grave phenomenon” en een “very significant increase over the past”.

Geweld tijdens de olijfoogst
Alles wijst erop dat de trend van groeiend geweld van de eerste 5 maanden werd verdergezet doorheen de rest van 2008, zeker in de periode van de olijfoogst in oktober en november.   De meeste olijfgaarden grenzen aan Israëlische nederzettingen.  De inwoners van deze nederzettingen zien de omliggende gebieden echter als hun Bijbels land en verhinderen dan ook vaak de rechtmatige Palestijnse eigenaars van het land om hun olijven te oogsten, vaak met drastische middelen.

Olijven vormen sinds eeuwen de basis van de Palestijnse economie.  Ongeveer 45% van de landbouwgrond is beplant met naar schatting 10 miljoen olijfbomen.  De oogst gebeurt manueel en is een werk voor de hele familie.  De jaarinkomsten van vele duizenden Palestijnse gezinnen staan of vallen met de olijfpluk. 
Op basis van cijfers van vorige jaren belooft de olijfindustrie dit jaar meer dan 123 miljoen dollar bij te brengen aan de Palestijnse economie.  Opbrengsten die de zwakke economie meer dan nodig heeft.

De olijfoogst komt echter in het gedrang door 2 belangrijke factoren:
Enerzijds door de vele beperkingen die door het Israëlisch leger opgelegd worden op de bewegingsvrijheid van Palestijnen: checkpoints en blokkades die de toegang tot gronden, verwerkingsbedrijven en markten bemoeilijken en verhinderen; de Muur die boeren afsluit van hun gronden; het willekeurig openen en sluiten van toegangswegen waardoor kostbare tijd verloren gaat en transportkosten hoog oplopen.

2de factor zijn de groeiende aanvallen van kolonisten tegen boeren en het vernietigen van de oogst en/of olijfbomen.  De activiteiten van de kolonisten gaan van het stelen van oogsten en olijven tot het uittrekken of in brand steken van de bomen, het bedreigen en intimideren van de boeren en het fysiek aanvallen.  Zelfs Israëlische en internationale vredesactivisten die de boeren komen helpen bij de olijfpluk ontsnappen niet aan het geweld.

Naar aanleiding van dit geweld startte de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’tselem met een project om videocamera’s uit te delen onder de Palestijnse boeren, om zo dit geweld zichtbaar te maken en aan te klagen.  Schokkerende filmpjes van aanvallen, het doden van ezels en verbale bedreigen van zijn o.a. te vinden op hun website of op youtube.

Gebrek aan inspanningen
Als bezettende macht is het de plicht van Israël om de rechten van Palestijnse burgers te garanderen en beschermen.  In juni 2006, als gevolg van groeiende aanvallen, oordeelde het Israëlisch hooggerechtshof dat “bescherming van de veiligheid en eigendom van de lokale inwoners onder de meest elementaire plichten valt van de militaire macht ter plaatse”.
Volgens de Israëlische minister van Defensie, Ehud Barak, levert Israël "grootse inspanningen" om de oogsten veilig te laten verlopen, maar kan het leger niet op honderden
plaatsen tegelijkertijd zijn.

Deze “grootse inspanningen” worden echter sterk gerelativeerd door de Israëlische mensenrechtenorganisatie Yesh Din.  In hun laatste rapport stellen zij dat slechts 8% van de Palestijnse klachten over geweld van kolonisten effectief tot een beschuldiging leidt.  En dan nog blijven veroordelingen zeldzaam en strafmaten licht.  Als gevolg staan Palestijnen die slachtoffer zijn van geweld weigerachtig om klacht in te dienen aangezien ze weinig vertrouwen hebben in een systeem dat agressors ongemoeid laat.
Bij confrontaties probeert het leger inderdaad de orde te herstellen… door de Palestijnse boeren weg te sturen.   

Het geweld gaat niet enkel in de richting van de Palestijnse bevolking.  Een aanslag op het huis van een prominente Israëlische professor die zich regelmatig kritisch uitlaat over nederzettingen, leidde recent tot de beslissing van de Israëlische premier Olmert om alle financiële steun aan de 100 niet-geautoriseerde nederzettingen te stoppen.

Een steun die er überhaupt al niet had mogen zijn, en als signaal verre van significant genoeg om het groeiend probleem effectief aan te pakken.  Zowel het Israëlisch leger als de Israëlische autoriteiten blijven tekort schieten om de geweldplegingen te voorkomen of de daders aansprakelijk te stellen voor hun daden.  En het is maar de vraag of er de politieke wil bestaat om harder op te treden. 

De Palestijnse president Mahmoud Abbas herhaalde zijn oproep om op de Westelijke Jordaanoever massaal extra olijfbomen te planten om het land vruchtbaarder en rendabeler te maken.

 

Deel dit artikel