Groeilanden zeggen grote industrielanden de wacht aan

De G7, de groep van de grootste industrielanden, is niet langer in staat de wereldeconomie te beheren. Groeilanden als China, India en Brazilië moeten meer te zeggen krijgen in instellingen als het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Dat heeft de Braziliaanse president Luiz Inacio Lula da Silva in Sao Paulo zaterdag (8 november) gezegd bij het begin van een tweedaagse vergadering van de ministers van Financiën van de G20.


De G20 brengt de landen van de G7 (de VS, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en Canada) samen met Rusland, Brazilië, India en China en andere regionale economische zwaargewichten als Argentinië,  Australië, Indonesië, Mexico, Saoedi-Arabië, Zuid-Afrika, Zuid-Korea en Turkije. De Europese Unie vervolledigt de groep. Op 15 november buigen de staats- en regeringsleiders van de G20 plus Spanje zich in Washington over de internationale financiële crisis. De vergadering van de ministers van Financiën en de voorzitters van de Centrale Banken van de G20-landen in Sao Paulo moet die top voorbereiden.

De Braziliaanse president Lula drong zaterdag aan op “een pakt over een nieuwe internationale financiële architectuur”. Het beheer van het internationale financiële systeem moet volgens hem “meer open en inclusief worden.”

BRIC

Vrijdag had Brazilië samen met Rusland, India en China in een gemeenschappelijke verklaring opgeroepen tot “een hervorming van multilaterale instellingen zodat ze de structurele veranderingen in de wereldeconomie weerspiegelen en de toenemend centrale rol die de opkomende markten nu spelen.” Het IMF geeft zelf toe dat die groeilanden tegenwoordig goed zijn voor driekwart van de economische groei in de wereld.

De verklaring werd opgesteld op een eerste formele vergadering van Brazilië, Rusland, India en China, de zogenaamde BRIC-landen. Ze willen voor de jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank in april nog eens bijeenkomen.

Lula somde zes principes op waaraan de hervormingen van het internationale financiële systeem moeten voldoen. Groeilanden en ontwikkelingslanden moeten meer beslissingsmacht krijgen. Problemen moeten samen worden aangepakt, omdat ook de negatieve gevolgen worden gedeeld. Landen moeten hun eigen financiële markten beter reguleren, het toezicht verscherpen en risico’s beter inschatten. Landen moeten de overdracht van risico’s en kosten naar ander landen vermijden. Er moet meer transparantie komen. En er moet meer worden ondernomen om problemen te voorkomen.

Protectionisme biedt volgens Lula geen goede uitweg uit de crisis. Hij pleitte ook voor een snelle afronding van de Doharonde, de onderhandelingen over de verdere vrijmaking van de wereldhandel. Dat is nu volgens hem een “noodzaak”, want meer handel is “tegengif” tegen de crisis.

Het lijkt weinig waarschijnlijk dat de landen van de G7 de voorstellen van Brazilië en andere ontwikkelingslanden voor een machtsdeling zomaar zullen aanvaarden. Ze lijken niet geneigd veel te willen prijs geven van hun huidige beslissingsmacht.

BRON:
http://www.ipsnews.be

Deel dit artikel