Herbicide tegen coca tast DNA aan

Het herbicide dat in het grensgebied van Colombia en Ecuador wordt ingezet om cocaplantages te bestrijden vanuit de lucht, brengt ernstige schade toe aan het erfelijk materiaal van de mensen die er wonen. Dat blijkt uit een studie van onderzoekers van de Katholieke Universiteit van Ecuador, die wordt gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Genetics and Molecular Biology.


De Colombiaanse regering zet sinds 2000 sproeivliegtuigjes in die langs de zuidgrens met Ecuador cocaplantages proberen te vernietigen met het plantendodend middel Roundup, een product van de agrochemiereus Monsanto. De campagne wordt grotendeels gefinancierd door de Verenigde Staten, die in de voorbije drie jaar 1,3 miljard dollar (960 miljoen euro) uitgaven aan de strijd tegen de productie en smokkel van cocaïne. 

De onderzoekers analyseerden bloedstalen van 24 Ecuadoranen die op minder dan 3 kilometer van de grens met Colombia wonen. Hun genetisch materiaal, het DNA, bleek 6 tot 8 keer meer beschadigd dan dat mensen die tot tachtig kilometer verder van de grens woonden. De schade aan het DNA kan leiden tot de ontwikkeling van kanker of miskramen, zegt César Paz y Miño, hoofd van de afdeling menselijke moleculaire biologie aan de Katholieke Universiteit van Ecuador.Ook de ultraviolette straling van de zon, luchtvervuiling en andere toxische stoffen kunnen DNA-schade veroorzaken. Bij de 24 onderzochte personen was er evenwel niemand die rookte, dronk, experimenteerde met geneesmiddelen of zelf beroepshalve in contact kwam met herbiciden of pesticiden. De concentratie van Roundup in het bloed lag tot 20 keer boven het maximaal toegelaten niveau, wat de onderzoekers doet besluiten dat de genetische schade werd veroorzaakt door de sproeiacties tegen de cocavelden.

De mensen die met het sproeimiddel in contact kwamen, hadden ook last van buikpijn, diarree, braakneigingen, hoofdpijn, misselijkheid, huiduitslag, een troebel zicht en ademhalingsmoeilijkheden. 

De drugsbestrijdingsdienst van de Colombiaanse politie (DIRAN) besproeide in 2006 naar eigen zeggen 171.613 hectare illegale plantages. De sproeicampagne gebeurt volgens een rapport van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken “volgens strikte milieuregels.” “Het Colombiaanse Nationaal Gezondheidsinstituut heeft nog geen enkel nadelig effect van sproeien met glyfosaat voor de gezondheid vastgesteld”, meldt het rapport. 

Glyfosaat is het voornaamste plantendodende bestanddeel van Roundup. Het middel bevat echter nog andere chemicaliën om de werking van het gif te versterken en ervoor te zorgen dat het overal doordringt. 

Volgens Paz y Miño zijn de Amerikanen alleen de impact van glyfosaat nagegaan, maar niet die van de andere chemicaliën. Er bestaan nochtans genoeg studies over de schadelijke gevolgen van Roundup, onder meer door de Nationale Universiteit van Colombia. 

Een team van Franse onderzoekers onder leiding van Gilles-Eric Seralini berichtte in 2005 dat Roundup een toxische impact had op cellen in de placenta, ook bij concentraties die tot tien keer lager lagen dan wat in de landbouw gangbaar is. In mei 2007 publiceerde Seralini nieuwe resultaten waaruit bleek dat Roundup ook tot 10.000 keer verdund de hormonenproductie in cellen van de placenta verstoorde. “Dit werk laat toe de problemen met miskramen en vroeggeboortes beter te begrijpen,” schreef Seralini.

“Het sproeiprogramma is zonder twijfel dodelijk voor kikkers in Colombia” ,zegt Rick Relyea, bioloog aan de universiteit van Pittsburgh in de VS-staat Pennsylvania. In 2005 stelde Relyea vast dat 90 procent van kikkervisjes een kortstondig contact met het bestanddeel polyethoxylated tallowamine niet overleefde, een ingrediënt van Roundup dat het gif doet doordringen in de bladeren van de planten. Uit experimenten met kikkers bleek dat 80 procent stierf binnen de 24 uur na contact met Roundup. 

De experimenten op kikkers in de VS waren voor het Amerikaanse parlement de aanleiding om garanties te vragen dat er in 2006 in Colombia geen waterrijke gebieden zouden worden besproeid. Helaas leven in Colombia veel kikkers – en ook heel wat mensen – in droge gebieden of nabij kleine waterplassen die niet zichtbaar zijn vanuit de lucht.

BRON:
http://www.ipsnews.be

IPS DOOR:

Deel dit artikel