Hoe ontwikkeling financieren?

wereldbol-geld

Vorige week lichtte Minister De Croo op een onderhandelingssessie bij de Verenigde Naties de Belgische prioriteiten toe voor het debat hoe ontwikkeling gefinancierd moet worden. 11.11.11 vindt dat de prioriteiten van de minister waardevolle elementen bevatten, en vraagt en ambitieuze invulling ervan.

In juli vindt in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba een internationale top plaats over financing for development. Het is de eerste van drie belangrijke tops dit jaar rond ontwikkeling. De uitkomst van Addis Abeba zal mee bepalen of de SDG-top rond de duurzame ontwikkelingsagenda eind september in New York en de klimaattop in december in Parijs een succes zullen worden. Goed begonnen is in dit geval misschien wel effectief half gewonnen.

Belgische prioriteiten

Tijdens de financing for development onderhandelingen vorige week zette minister De Croo de prioriteiten van België op een rijtje: de betrokkenheid van alle spelers op alle mogelijke bestuursniveaus, digitalisering, de nood aan efficiënte belastinginning en de strijd tegen onwetmatige financiële stromen, goed beheer van natuurlijke rijkdommen, meer effectieve ontwikkelingshulp en grotere aandacht voor de minst ontwikkelde landen in ontwikkelingssamenwerking.

11.11.11 vindt dat de Belgische agenda een aantal waardevolle elementen bevat, en vraagt een ambitieuze invulling ervan. Dat sterke maatregelen op nationaal vlak impact kunnen hebben op de rest van de wereld, bewijst de zero draft van de financing for development onderhandelingen die vandaag op tafel ligt. Daarin wordt ons land op de schouder geklopt voor haar eerdere maatregelen in de strijd tegen aasgierfondsen.

Als België een geloofwaardige speler wil zijn op het internationale toneel moet het zelf het goede voorbeeld geven. De tax shift die eraan komt moet werk maken van de strijd tegen belastingontduiking en -ontwijking en moet een evenwichtige bijdrage vragen van kapitaalkrachtigen. België moet verder een proactieve houding aannemen in de discussies over de implementatie van de financiële transactietaks binnen de Europese versterkte samenwerking. De middelen die daaruit vrijkomen moeten worden geïnvesteerd om duurzame ontwikkeling in eigen land te realiseren, maar ook voor de ondersteuning van ontwikkelingslanden.

Internationale ondersteuning

Om de ambities van de post-2015 agenda rond duurzame ontwikkeling wereldwijd te kunnen waarmaken zal voldoende ondersteuning nodig zijn voor ontwikkelingslanden. Dat betekent ook een geloofwaardig groeipad naar de wettelijk vastgelegde 0,7%-norm.

Ondersteuning betekent ook het betrekken van ontwikkelingslanden bij internationale samenwerkingsverbanden. Nog te vaak gebeurt die samenwerking in beperkte clubs zoals de OESO of de G20. Ook landen die buiten die clubs vallen - veelal ontwikkelingslanden - moeten betrokken worden bij de wereldwijde norm-setting rond bijvoorbeeld economie of belastingen.

Vertegenwoordiging op het hoogste niveau

Tot slot is het nodig dat ons land tijdens de conferentie zorgt voor een sterke vertegenwoordiging op het hoogste politieke niveau, zoals gevraagd door de Algemene Vergadering van de VN. Dat betekent een sterke politieke delegatie met de premier en relevante ministers, zoals de minister van Financiën, Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking.

Meer over het standpunt van 11.11.11 rond de financiering voor ontwikkeling vind je in deze briefing paper en de daaraan complementaire paper van het internationale netwerk Beyond 2015.

Zie het artikel "Investeren in gendergelijkheid, een voorwaarde voor het behalen van de SDG's" voor meer info over de link tussen de financieringsdiscussie en gender.

Jan Van de Poel
Bart Tierens

Deel dit artikel