Humanitaire crisis in Mogadishu verscherpt nog

De humanitaire crisis in het Somalische Mogadishu verscherpt nog. Steeds meer mensen zijn op de vlucht voor geweld en droogte.

De graven langs de kant van weg waarin de kinderen van Mogadishu begraven liggen, zijn zo klein dat je er voorbij zou lopen als ze je niet eerst waren getoond. Ze liggen aan de rand van de kampen die overal in de gehavende stad zijn ontstaan. Er leven nu honderdduizenden Somaliërs die wanhopig aan de droogte en het geweld proberen te ontsnappen die hen in de grootste voedselcrisis in twintig jaar hebben gestort.

Ontsnappen is een relatief begrip in Mogadishu. De stad is het epicentrum geworden van 's werelds grootste humanitaire crisis. Wie pas aankomt, zegt dat de omstandigheden in de hoofdstad beter zijn dan die elders in het land, maar niettemin blijven het verschrikkelijke omstandigheden.

Het aantal ondervoede vluchtelingen is bijzonder hoog. De randen van de kampen liggen vol menselijke uitwerpselen. Sommige vluchtelingen verblijven in geïmproviseerde tenten, andere zoeken beschutting in kapotgeschoten gebouwen.

Eindeloze stroom

Hulporganisaties kunnen hier werken maar de veiligheidssituatie is een constante zorg. Bezoeken aan kampen worden onderbroken door geweervuur. Ondertussen betekent de eindeloze stroom van nieuwe vluchtelingen dat de schaal van het probleem groter wordt dan de middelen die men heeft om het aan te pakken.

In Sigale, een van de grootste nieuwe kampen, zit het gezondheidscentrum van Save the Children vol met moeders en kinderen die wachten op een consultatie. De kinderen worden behandeld voor ondervoeding. Velen zijn minder uitgemergeld dan toen ze aankwamen. Maar er is altijd een golf van nieuwkomers, opnieuw mensen die hun huizen hebben verlaten en de laatste wanhopige reis naar Mogadishu hebben gemaakt.

Al maanden honger

De mensen hebben hier al maanden honger. Een vrouw toont haar karige dagportie rijst; die ligt op een bord dat nauwelijks groter is dan een theeschoteltje. "Is dit genoeg?" vraagt ze bitter. Het antwoord is af te lezen van haar magere lichaam: de mensen hier kunnen nauwelijks overleven.

Ruqiya Muhammed heeft zes kinderen. "Het is hier veel beter dan wat we in mijn dorp hebben meegemaakt. Een na een zijn onze geiten gestorven. Dan wilden de zaden die we hadden geplant, niet groeien. We hebben het opgegeven toen alles dood was. Er was niets meer."

Ruqiya en haar kinderen zullen hier nog een tijd moeten blijven. "Ik kan niet terug. Er is geen mogelijkheid meer om daar te overleven. Maar dit hier is mijn thuis niet, zelfs mijn buren zijn vreemden voor mij. Het doet pijn om hier te zijn."

Waarschuwingen genegeerd

De kampen strekken zich uit zover men kan kijken. De VN schatten dat de laatste zes maanden 184.000 mensen naar Mogadishu zijn getrokken, maar hulpverleners denken dat het echte cijfer veel hoger ligt.

Al in augustus 2010 was gewaarschuwd dat er een voedselcrisis op til was in Somalië. De weinige hulporganisaties in het land vroegen geld maar maandenlang werd daar niet op gereageerd. Pas in juni 2011, toen de media over de omvang van de crisis berichtten, kwam geld beschikbaar. De ondervoeding was toen al wijdverspreid, overal in het land werden kindergraven gegraven.

Volgens twee van de grootste hulporganisaties, Save the Children en Oxfam, heeft het uitstel aan duizenden mensen het leven gekost. Bovendien waren er miljoenen euro's extra nodig omdat de crisis oncontroleerbaar was geworden.

De twee hulporganisaties vragen een hervorming van het systeem van de financiering van noodsituaties. "We kunnen niet langer aanvaarden dat deze groteske situatie voortduurt: de wereld weet dat er een noodsituatie aankomt maar ontkent het tot men met tv-beelden van wanhopig ondervoede kinderen wordt geconfronteerd", zegt Justin Forsyth van Save the Children.



BRON:
IPS
IPS DOOR:

Deel dit artikel