Indiase biobrandstofhype verzandt in chaos

De jatropha, een oliehoudende plant die op de armste gronden groeit, moest een oplossing bieden voor de enorme Indiase energiebehoefte. Maar de eerste initiatieven hebben tot een Bijbelse verwarring geleid.


De zaden van de jatropha curcas zijn oneetbaar maar bevatten 10 tot 35 procent olie. Omdat de plant genoegen neemt met arme bodems en niet veel zorg nodig heeft, betekent de aanplant ervan in theorie geen concurrentie voor de voedselproductie – een probleem waarmee veel andere grondstoffen voor biobrandstoffen wel kampen.

Torenhoge ambities
India zag het meteen groot. De Indiase Planningscommissie publiceerde in 2003 een rapport dat ondernemers warm moest maken voor de teelt en verwerking van jatropha. Ze kregen daarvoor grote stukken land aangeboden en konden ook op belastingvoordelen rekenen. De deelstaatregeringen werden aangespoord zoveel mogelijk boeren te overhalen mee te doen.

Veel haalbaarheidsstudies werden er niet uitgevoerd, en ondanks een aantal grootschalige initiatieven hinkt het programma achter op de verwachtingen. Volgens het rapport zouden de jatrophaplantages in 2007 al 127,6 miljoen dagen werk verschaffen. Dat bleef een verre droom. In 2008 had er al op 11 miljoen hectare slechte gronden jatropha moeten groeien. Ook dat bleek niet haalbaar. India lijkt er niet in te zullen slagen tegen 2010 zoals gepland 20 procent inheemse biodiesel te mengen in de brandstof die in het land getankt wordt.

Gemengde resultaten
In minstens tien Indiase deelstaten zijn er grootschalige jatrophaplantages opgestart. De resultaten daarvan zijn gemengd. In Chhattisgarh, in het centrum van India, werden in 2005 en 2006 op 1,6 miljoen braakliggende gronden ongeveer 290 miljoen jatrophastekjes uitgeplant. Minder dan de helft bleef in leven. De fabrieken waar de zaden worden verwerkt, hebben nu aanvoerproblemen.

In Udaipur, een district in de deelstaat Rajasthan, hebben boeren het niet meer op de plant begrepen omdat hun vee sterft als het van het giftige loof eet. “De vertegenwoordigers die ons het plantgoed verkochten, zegden dat de dieren de plant niet lusten”, zegt Sukh Ram, een plaatselijke boer. “Niemand vertelde ons wat er met de dieren kon gebeuren. En het land waarop we de jatropha aanbouwden, heeft ook nauwelijks opgebracht. Zo’n risico nemen we niet meer.”

Er zijn ook berichten over biodieselfabrieken die gewoon stilliggen. De eigenaars strijken toch de belastingvoordelen op door hun uitgaven voor andere fabrieken in te dienen.

Indiase burgerorganisaties waarschuwen intussen dat plattelandsgemeenschappen gemarginaliseerd dreigen te raken doordat deelstaatoverheden grote lappen land aan industriële bedrijven verpacht om er jatropha op te telen.

Het programma kost ook heel wat geld. De Planningscommisie ging uit van een investering van 240 miljoen euro in plantages en verwerkende fabrieken, 7,5 miljoen euro aan subsidies en 15 miljoen euro aan goedkope leningen. Toch is het is nog altijd niet duidelijk hoe rendabel de aanmaak van biodiesel op basis van jatropha in India is.

Niet voor kleine boeren
Op de Tree Oils Farm in Zaheerabad wordt geëxperimenteerd met jatropha maar ook met een hele reeks andere oliehoudende planten, waarvan er sommige inheems zijn. “Jatropha is niet geschikt voor kleine boeren in India – de plant heeft te veel water en bemesting nodig en het duurt te lang vooraleer je kan oogsten”, besluit Srinivas Ghatty van Tree Oils. Boeren die goed georganiseerd zijn, kunnen wel veel uit de plant halen. “Met organische bemesting, een gemiddelde watertoevoer en een gemengde teeltwijze waarbij ook gewassen worden aangeplant die stikstof binden, zijn de beste resultaten te verkrijgen”, zegt Ghatty.

Veel experts gaan ervan uit dat alles inzetten op jatropha in elk geval fout is. Er zijn ook inheemse plantensoorten die rijk zijn aan olie. Daarvan is in elk geval al bewezen dat ze het Indiase klimaat aankunnen en de bodem niet uitputten. In de deelstaat Karnataka wordt onder meer pongamia aangeplant, een boomsoort waaruit sinds oudsher lampenolie wordt gewonnen. Nu rijden er al 2500 bussen rond op die olie. De deelstaat betrekt ook de plattelandsgemeenschappen bij projecten waarbij verscheidene inheemse oliehoudende gewassen aangeplant worden.

BRON:
http://www.ipsnews.be

IPS DOOR:

Deel dit artikel