Indiase katoenboeren doen beter dan Monsanto

Traditionele katoensoorten in India leveren meer op dan drie genetisch gewijzigde variëteiten van dat gewas. Dat is het resultaat van een drie jaar durend onderzoek in de Indiase deelstaat Andhra Pradesh. De drie soorten uit het laboratorium mogen niet meer commercieel verbouwd worden, besliste de regering - een primeur voor India.


Met de resultaten van de studie in handen ziet het Genetic Engineering Approval Committee - een instelling van de Indiase regering die haar zegen moet geven over het gebruik van genetisch gewijzigde gewassen - geen reden meer om de teelt van Mech-12 Bt, Mech-162 Bt en Mech-184 Bt toe te laten in India. Het gaat om drie katoenvariëteiten van de Amerikaanse chemiereus Monsanto.
De studie ging de ervaringen van kleine katoenboeren uit het district Warangal na met de genetisch gewijzigde katoenvariëteiten, van het planten tot de oogst. 'Boeren die traditionele soorten gebruikten, verdienden 60 procent meer dan de boeren die voor het genetisch gewijzigde katoen kozen', zegt het Internationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling (IIED), een niet-gouvernementele onderzoeksinstelling in Londen die tegen het gebruik van genetisch gewijzigde gewassen is. De transgene katoenzaden kosten vier keer meer, maar leverden 30 procent minder op per hectare dan het traditionele zaaigoed. Ze kostten ook nog eens 12 procent meer aan meststoffen en irrigatie. De vermindering in het pesticidenverbruik - volgens de producenten de grote troef van de genetisch gewijzigde variëteiten - was verwaarloosbaar. Dit is een eerste succes in de strijd tegen genetisch gewijzigde gewassen in India, zegt P.V. Satheesh. Hij leidt de Coalition in Defence of Diversity, een actiegroep in Andrah Pradesh. 'India plant maar één procent aan van de genetisch gewijzigde gewassen die wereldwijd worden verbouwd, maar er is een sterke lobby die dat aandeel wil uitbreiden. Zij geloven dat India daarmee beter kan meespelen op de wereldmarkt.' Kleine boeren, niet-gouvernementele organisaties en verontruste landbouwwetenschappers proberen tegengas te geven.
India importeert zaden van genetisch gewijzigde gewassen van Monsanto en Syngenta, de marktleiders, en probeert ook zelf nieuwe variëteiten te ontwikkelen. Kleine boeren worden gedwongen over te schakelen op transgene soorten, klaagt Satheesh. 'Ze kopen hun zaaigoed meestal op krediet van groothandelaars. Die krijgen een grote commissie van Monsanto, en proberen daarom zoveel mogelijk transgeen zaad af te zetten. Ze dwingen de boeren ten minste voor een deel transgeen zaad te nemen. Alles komt in één pakket: zaden, meststoffen en pesticiden.' Wie nee zegt, krijgt niets.
De boeren van de regio Warangal leden daardoor jaar na jaar verlies. 'Eerder dit jaar vernielden de boeren de zaken van groothandelaars die Monsantozaden verkochten', vertelt Sateesh. 'De overheid kon uiteindelijk niet anders dan de transgene katoenvariëteiten te verbieden.'
Maar de Indiase actievoerders weten dat de strijd nog niet gestreden is. Transgene landbouwgewassen hebben veel machtige voorstanders. 'Naar de opinie van kleine boeren en andere groepen als de armen in de steden wordt niet geluisterd', klaagt Michel Pimbert, directeur van het programma voor duurzame landbouw en plattelandseconomie aan het IIED. Katoen was het eerste genetisch gewijzigde gewas waarmee India in aanraking kwam. Maar volgens Satheesh zitten er ook projecten in de pipeline om te beginnen met de teelt van genetisch gewijzigde rijst, mosterdzaad en groenten. (PD)

Deel dit artikel