Israël kiest voor het recht van de sterkste!

Sinds de Israëlische regering op 19 september ’07 unaniem de Gazastrook heeft uitgeroepen tot vijandig gebied, is het niet meer de vraag of, maar wanneer Israël dit kustgebied militair zal binnenvallen.

Met het nieuwe besluit eist Israël het ‘recht’ op om alle basisvoorzieningen zoals water, elektriciteit, brandstof en andere levensnoodzakelijke goederen af te sluiten. Palestijnse partners van Oxfam International waarschuwen voor een ernstige humanitaire crisis.
 
De inwoners van Gaza zijn sinds de ontruiming van de Israëlische nederzettingen twee jaar geleden van de ene crisis in de andere terecht gekomen. Sinds de machtsovername van Hamas heeft Israël een complete boycot afgekondigd en de Gazastrook volledig afgesloten van de buitenwereld. De economische activiteit is stil gevallen omdat in- en uitvoer van grondstoffen of afgewerkte producten worden afgesneden. Nu reeds is 90 procent van de  bevolking  afhankelijk van humanitaire hulp. De jongste beslissing om nu ook de laatste basisvoorzieningen af te sluiten is een oorlogsmisdaad. Het internationaal humanitair recht is zeer duidelijk en verbiedt de Israëlische praktijken in de Gazastrook die erop gericht zijn de bevolking te gijzelen en uit te hongeren in een poging om Hamas uit te schakelen. Ondanks zijn terugtrekking blijft Israël immers de bezettende macht omdat het de effectieve controle over het gebied behoudt. In die hoedanigheid is het verplicht het welzijn en de veiligheid van de Palestijnse burgerbevolking te garanderen.
 
Ehud Barak, de Israëlische minister van defensie, verklaarde op 26 september ’07 dat het Israëlische leger op het punt stond een grootschalige operatie in Gaza te starten, en dat enkel logistieke redenen de invasie hebben belet. Ondertussen houdt het Israëlisch leger de militaire druk op Hamas hoog. Bij verschillende raids doodde het leger op 26 september 11 Palestijnen en bleven 26 personen gewond achter.
 
Het is niet onze bedoeling om Hamas heiliger voor te stellen dan het is, maar we willen de achterliggende strategie van Israël doorprikken en aantonen dat het een grote verantwoordelijkheid draagt in de politieke impasse. Sinds de Palestijnse verkiezingen in 2006 koos Israël voor een verdeel- en heersstrategie. In plaats van positief te reageren op de keuze van Hamas om deel te nemen aan het politiek proces en het eenzijdig afgekondigd bestand om geen zelfmoordaanslagen meer te plegen, heeft Israël met de steun van de Verenigde Staten  onmiddellijk geopteerd voor een scenario waarin Hamas moest geïsoleerd en uitgeschakeld worden. Ook andere politieke signalen van Hamas werden doelbewust genegeerd zoals de uitnodiging van Hamas om na de verkiezingsoverwinning om een regering van nationale eenheid te vormen of de erkenning door Hamas van het Arabisch vredesvoorstel als basis voor besprekingen. Dit houdt nochtans impliciet de erkenning van Israël in.
 
Eind de jaren ’80 steunden Israël Hamas echter, in een poging om de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) te ondermijnen. Aan die verdeel- en heerspolitiek is nog geen einde gekomen en de gevolgen daarvan voor het Palestijnse volk zijn niet meer te overzien. Terwijl Fatah en Hamas in het voorjaar onderhandelden over een eenheidsregering, leverden Israël en de Verenigde staten militaire training en wapens aan de Fatah-getrouwe veiligheidsdiensten in de Gazastrook. Het doel was Hamas militair van de macht te verdrijven, zoals Elliott Abrams, medewerker van president Bush, stelde. De machtsovername van Hamas in de Gazastrook in juni is een gevolg van deze militaire optie, en komt niet uit de lucht vallen.
 
De dreigende taal van Israël doet zware twijfels rijzen over de ware bedoelingen van de vredesconferentie die President Bush deze herfst organiseert. Hoe echt is de vredesbereidheid van de Israëlische regering, die President Abbas tot voor de verkiezingoverwinning van Hamas als te zwakke gesprekspartner afdeed? Uit noodzaak om zijn positie te versterken, wil Abbas zelf wel in de onderhandelingen geloven. Hij meent dat een half jaar na de conferentie al een akkoord kan gesloten worden. Op de agenda zet hij de meteen de oprichting van de Palestijnse staat, de status van Jeruzalem en de vluchtelingenkwestie. Livni, de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, temperde meteen het enthousiasme, en verklaarde dat de gesprekken beter kunnen gaan over “realistische en haalbare kwesties”. Net als ten tijde van Oslo wil Israël zich niet engageren voor de oprichting van een leefbare staat Palestina binnen de grenzen van 1967, gebaseerd op de bestaande resoluties van de Verenigde Naties.
 
Het heeft er alle schijn van dat Israël en de Verenigde staten een driedubbel spoor volgen: (schijn)onderhandelingen met president Abbas gekoppeld aan het militair neerslaan van Hamas en de verdere kolonisering en aanhechting van delen van de Westelijke Jordaanoever. Waarnemend Israëlisch minister van Buitenlandse zaken, Matan Falna'i verklaarde dat een grootschalige operatie in de Gazastrook niet voor de komende vredestop zal ondernomen worden, om Hamas niet de kans te geven Israël vooraf voor het mislukken van de conferentie verantwoordelijk te stellen.
 
Wat het Midden-Oosten betreft, ontbreekt het Europa echter aan politieke moed om een echte speler te worden. In de Gazastrook, ziet de EU voor zichzelf voornamelijk een humanitaire rol weggelegd. Ze “volgt er met grote bezorgdheid”   de gebeurtenissen en levert tevens humanitaire hulp, maar ze meent dat een humanitaire crisis voorlopig onder controle is. De EU vindt het voorbarig of contraproductief om een sterk signaal naar Israël te sturen om het te herinneren aan zijn verplichtingen volgens het internationaal humanitair recht. Dit om het politieke proces niet te verstoren. Maar de vraag is wat dit politieke proces inhoudt als het wars van het internationaal recht verloopt en Israël toelaat om straffeloos op te treden tegen die burgers die het eigenlijk moet beschermen? Europa betaalt de rekening liever dan Israël voor het hoofd te stoten.

Brussel, 02 10 07

Deel dit artikel