Israël weert buitenlanders uit de Palestijnse gebieden.

 

Het wordt stilaan hachelijk voor buitenlanders die willen werken in de Palestijnse gebieden; ze zien de mogelijkheid om dat te doen door verscherpte Israëlische maat-regelen in het gedrang komen. Wat is er aan de hand?

De wet stelt dat al wie in Israël werkt moet beschikken over een geldige werkvergunning. In de praktijk echter worden deze slechts zeer zelden, en na een vaak jarenlange procedure onder stringente voorwaarden uitgereikt. Jarenlang werd die wet al bij al nogal laks toegepast. Buitenlanders werkten meestal met een toeristenvisum dat om de drie maanden bij wijze van korte trips over de grens vernieuwd werd. Sinds enkele maanden stelt men een duidelijke verstrenging vast en overtreders worden veelal zonder pardon bij aankomst op het eerstvolgende vliegtuig gezet. Dat overkwam vorige week nog een landgenoot Roel F. na anderhalf jaar wonen en werken in Jeruzalem.

Niet alleen buitenlandse ontwikkelingsmedewerkers en mensenrechtenactivisten zijn het slachtoffer. Palestijnse gezinnen waarvan de echtgenoot of echtgenote een buitenlands paspoort heeft staan voor verscheurende keuzes. Israël beschouwt meer dan 60.000 Palestijnen (de stad Genk zeg maar) op die manier als illegaal. Voor hen dreigt uitwijzing als ze worden aangehouden aan een van de vele checkpoints in degebieden. Zaakvoerders met tientallen werknemers in Ramallah
stranden plots in Amman, Jordanië. Families staan van de ene dag op de andere zonder vader of moeder. De enige manier om samen te blijven is dan met het
hele gezin te vertrekken naar het land van degene met het buitenlands paspoort.

Het resultaat is niet alleen een sociale ontwrichting op ongeziene schaal, maar ook een sterke terugval in investeringen. De gemengde gezinnen met familiale en commerciële connecties in het buitenland en hun hoger dan gemiddeld inkomen fungeren als een ware levenslijn voor de slabakkende en door een economische boycot zwaar getroffen Palestijnse economie. Bij een voortzetting van het huidige Israëlische beleid wordt werkelijk, wat onnauwkeurige tongen nu al voor waar houden; n.l. een berooid Hamas-stan zonder betekenisvolle, gematigde middenklasse, een afwezige partner voor vrede, en zeker geen aanwinst voor de
veiligheid in de regio. 

De westerse ontwikkelingshulp en investeringen van het afgelopen decennium, die mee gedragen worden door buitenlandse ontwikkelingsorganisaties op het terrein, dreigen verloren te gaan. Ook Belgisch ontwikkelingsgeld gaat naar de Palestijnse gebieden. Er wordt gebouwd, uitgewisseld en getraind. Met de
huidige koers zal dat allemaal voor niets geweest zijn.

Israël beroept zich op veiligheid en nationale soevereiniteit; haar recht om naar keuze mensen de toegang te ontzeggen tot haar grondgebied, en degebieden die sinds de Oslo akkoorden zogenaamd autonoom zijn. De behandeling die buitenlanders en "illegale" Palestijnen aan haar grenzen te beurt valt is een democratische staat onwaardig.Harde neuzen roepen op tot reciprociteit; eenzelfde behandeling in de omgekeerde richting. Een realistisch voorstel zou erin bestaan dat België aandringt op een bilateraal akkoord met Israël, met daarin duidelijk
gestipuleerd de rechten en plichten van zij die wonen en werken in de respectievelijke landen. Dat hoeft zelfs geen voluntaristisch standpunt te zijn; België (en dus de belastingbetaler) kan zich niet veroorloven dat haar investering in mensen en middelen verloren gaat. 

Meer info :


 

 

Deel dit artikel