Japan spaart kool en geit in Myanmar

Na de dood van de Japanse journalist Kenji Nagai in Rangoon moet Japan zijn genereuze samenwerking met het regime in Myanmar (Birma) wel herzien. Maar Japan denkt niet aan de harde sancties waarmee de westerse landen dreigen.


Kenji Nagai stierf in Rangoon op 27 oktober, toen Myanmarese soldaten het vuur openden op betogende monniken en burgers. De Japanse vice-minister van Buitenlandse Zaken, Mitoji Yabunaka, vloog vorige week naar Birma om de dood van de journalist te onderzoeken en met de militaire leiders te praten. Na het verslag van Yabunaka herhaalde Buitenlandminister Masahiko Komura dat Japan Myanmar sancties zal opleggen. "We hebben onze economische hulp al beperkt tot humanitaire projecten, maar die gaan we zorgvuldig herbekijken", zei de minister.

Japan verleende Myanmar decennialang gulle hulp. In 2003, toen de oppositieleidster Aung San Suu Kyi onder huisarrest werd geplaatst, zette Tokio daar het mes in. Toch maakte Japan in 2006 nog altijd 1,35 miljard yen (8 miljoen euro) over, naast 1,73 miljard yen (10,5 miljoen euro) aan technische bijstand.

De geldstroom gaat terug tot de schadevergoeding van 1,4 miljard dollar voor de bezetting van het land waartoe Japan zich na afloop van de Tweede Wereldoorlog verplichtte. Generaal Ne Win, die in 1962 na een coup aan de touwtjes begon te trekken in Rangoon, kweekte in Japan een positieve houding ten opzichte van zijn land en haalde grote hulpprogramma's binnen. Japan was ook een van de eerste landen die het nieuwe militaire regime erkenden dat in 1988 aan de macht kwam in Myanmar.

De Japanse Buitenlandminister Komura zegt niet van plan te zijn humanitaire projecten stop te zetten, zoals een programma ter preventie en behandeling van polio. Maar Japan schrapt waarschijnlijk de bouw van een opleidingscentrum aan de universiteit van Rangoon ter waarde van 550 miljoen yen (3,3 miljoen euro).

Mensenrechtenorganisaties hebben veel kritiek op de Japanse hulp aan Myanmar. Ze zeggen dat die vooral dient om het pad te effenen voor Japanse bedrijven. Tientallen Japanse ondernemingen, van banken en handelaars tot reisagentschappen en industriƫle groepen, doen zaken met Myanmar.

Sommige kopstukken in de Japanse regering wijzen ook op de enge banden van Myanmar met China. Ze vinden het uit geostrategisch oogpunt onverstandig om de westerse landen te volgen die aandringen op strenge straffen. "Zou het wenselijk zijn dat Myanmar enkel nog relaties heeft met China?", vroeg de eerste regeringssecretaris Nobutaka Machimura zich vorige week retorisch af.

De regering voelt zich gesterkt door een onderzoek van de Japanse Organisatie voor Buitenlandse Handel. Volgens die studie zullen economische sancties het Myanmarese regime nauwelijks pijn doen. Het land kan nog altijd rekenen op de steun van China en het regime krijgt door de stijging van de prijs van aardgas, een belangrijk exportproduct, almaar meer geld binnen.

De Japanse regering staat wel onder druk om iets te doen. Naast de Myanmarezen die in Japan leven, kwamen ook gewone Japanners op straat die geschokt zijn door de videobeelden van de dood van Nagai die overal te zien waren. De Japanse Boeddhistische Federatie roept Myanmar op alle gevangengenomen monniken en burgers onmiddellijk vrij te laten.

BRON:
http://www.ipsnews.be

IPS DOOR:

Deel dit artikel