Namibiërs klagen over Chinese bedrijven

Bijna 70 procent van alle grote bouwprojecten in Namibië is in handen van Chinese bedrijven. Onderzoekers in het Afrikaanse land klagen over de bevoordeling van Chinese bedrijven door de overheid, baanverlies en concurrentie van goedkope Chinese import.

Het is zondagmiddag vijf uur, als timmerman Thomas Haimbodi naar huis gaat. Hij wacht op de vrachtauto die hem en zijn collega’s van het bouwterrein - een kantoorgebouw voor het nieuwe ministerie van Land en Herhuisvesting in Windhoek - zal terugbrengen naar Katutura, een township aan de rand van de Namibische hoofdstad.

“Ik werk negen uur per dag, zeven dagen per week”, zegt Haimbodi. “Dat doet niet iedereen, maar ik heb die extra uren nodig.” Zijn Chinese baas stimuleert overwerk. “Je krijgt dan ook iets meer dan het normale loon.” Normaal is in Haimbodi’s geval ongeveer zeven euro per dag. De meeste mensen verdienen minder dan dat, maar met een werkloosheidscijfer van 40 procent is het moeilijk ‘nee’ te zeggen tegen welk soort werk dan ook.

Arbeidswetgeving
Haimbodi’s werkgever, China Nanjing International, maakt op het bouwterrein reclame met een groot billboard met de tekst: “Kwaliteitsbouw voor Nationale Ontwikkeling”. Plaatselijke Namibische bouwbedrijven sleepten Nanjing echter voor de rechter, omdat ze vinden dat de opdracht van 6,2 miljoen euro ten onrechte aan het Chinese bedrijf werd gegeven. De juridische actie had echter geen succes.

“Chinese staatsbedrijven ondermijnen plaatselijke bedrijven omdat ze arbeidswetgeving ontduiken”, zegt Herbert Jauch van het Namibische Labour Research and Resource Institute (LaRRI). Hij is medeauteur van een binnenkort te verschijnen studie over Chinese investeringen in Afrika en de impact daarvan op de arbeidsomstandigheden.

De bijeffecten van het beleid dat veel Afrikaanse landen op dit gebied voeren, zijn volgens de studie alarmerend. Het onderzoek van het African Labour Research Network (ALRN) werd uitgevoerd in tien landen in Afrika bezuiden de Sahara. “In de Namibische case study ontdekten we dat de meeste Chinese bouwbedrijven in 2008 ongeveer 25 eurocent per uur betaalden aan arbeiders, terwijl het nationale minimumloon voor de sector 72 eurocent is.”

Goedkope import
Volgens Jauch is bijna 70 procent van de grote bouwprojecten in het land in handen van Chinese bedrijven. “Hun papieren zijn vaak niet in orde, maar ondanks dat krijgen ze de grote opdrachten toch.”

De Afrikaanse onderzoekers klagen erover dat Chinese bedrijven grote aantal Chinezen invliegen om te werken aan de projecten. Werk dat daardoor niet meer beschikbaar is voor Afrikanen. Ook is tot ongenoegen van Namibische ondernemers, op plaatselijk niveau in veel goedkope import te koop in ‘Chinese shops’.

Afrikaanse regeringen zijn blij met de Chinezen. Anders dan de Verenigde Staten, bemoeien ze zich niet met de binnenlandse politiek. De Chinese investeringen concentreren zich in de energiesector, de mijnbouw, productie, bouw, retail en financiën. De Chinezen zijn het meest actief in Zuid-Afrika, Egypte, Nigeria en Ghana.

Volgens Jauch houden de Chinese bedrijven zich niet aan de plaatselijke bepalingen, schenden ze internationale overeenkomsten, sjoemelen ze met de financiën en werken ze zonder contracten. China stemt regeringen gunstig door leningen te verstrekken en in ruil voor die ontwikkelingshulp, zegt Jauch, krijgt het land eenvoudig toegang tot de Afrikaanse markten. Die toegang is van groot belang, nu de werkloosheid in China toeneemt. “De regering stuurt veel Chinezen voor werk naar het buitenland”, legt Jauch uit. “Deze werknemers verdienen vaak meer dan hun Afrikaanse collega’s.” In het Namibische bouwwereld gaan bovendien hardnekkige geruchten dat Chinese gevangenen op bouwprojecten in Afrika tewerkgesteld zouden worden.

Geen contracten
Haimbodi heeft vijftien Chinese collega’s. “De communicatie is een groot probleem”, zegt hij. “Ze communiceren in gebrekkig Engels en met handgebaren. Alleen als ze ons in onze eigen taal beledigen, komt de boodschap over.” Ook hij beklaagt zich over lage salarissen, spanningen tussen werknemers en gebrek aan beschermende kleding. “Kijk naar hun voeten”, zegt hij, terwijl hij naar zijn collega’s wijst. “Ze dragen sandalen.”

Hou Xue Cheng heeft een winkel in Windhoek. Daar verkoopt hij groenten die afkomstig zijn van zijn boerderij buiten de hoofdstad. Hij vertelt dat zijn twintig Namibische werknemers 36 euro per maand verdienen. “Dat is geen probleem, ze zijn er tevreden mee”, stelt hij. In Namibië kent geen wettelijk vastgelegd minimumloon. Behalve groenten, verkoopt Hou nog veel meer, van haarproducten tot alcohol. Op al die netjes in rekken gerangschikte artikelen staan teksten in het Kantonees.

Hou Xue Cheng werkt niet met contracten. “Werknemers stelen vaak. Dat is een groot probleem. Ik heb beveiligers moeten inhuren. Als werknemers een contract hebben, kunnen ze hun ontslag tegenhouden. Dat wil ik niet. Als iemand steelt, wordt hij ontslagen. Zo simpel is dat.” Behalve groenten, verkoopt Hou nog veel meer, van haarproducten tot alcohol. Op al die netjes in rekken gerangschikte artikelen staan teksten in het Kantonees.

BRON:
http://www.ipsnews.be

IPS DOOR:

Deel dit artikel