Ook regering Malawi maakt zich nu zorgen over EPA

Fabrikanten, exporteurs en zelfs regeringsfunctionarissen in Malawi worden nerveus. Op 1 januari 2008 moeten de economische partnerschapsverdragen (EPA's) van kracht worden waarover de EU en zes groepen Afrikaanse, Caribische en Pacifische (ACP-)landen in onderhandeling zijn. Malawi ziet een goede overeenkomst niet meer zo snel tot stand komen.


De Malawische regering had zich totnogtoe geschaard onder de optimisten. Het Ministerie van Handel verzekerde de bevolking ervan dat het verdrag nodig is “om deel van de wereldeconomie te worden”. De EPA’s bieden bovendien toegang tot Europese hulp in de transport- en energiesector.

Daarom was de regering niet onder de indruk van de protesten van belangrijke ngo's, die in april zelfs EU-voorzitter Angela Merkel aanschreven om te waarschuwen voor de gevolgen van de geplande overeenkomst. Volgens hen zouden de 16 landen in de Gemeenschappelijke Markt van Oostelijk en Zuidelijk Afrika (COMESA) hun belangrijke industrieën niet meer kunnen beschermen.

Nu lijkt de regering hun kant te kiezen. Op 14 augustus heeft het ministerie samen met fabrikanten en exporteurs een lijst van producten opgesteld die kwetsbaar zijn voor internationale concurrentie. Ook hebben de partijen een positie ingenomen over de zogenaamde regels van herkomst. Die afspraak zorgt ervoor dat producten alleen preferentiële markttoegang kunnen krijgen als ze gemaakt zijn van materialen uit een land dat die zelfde preferentiële toegangsregels onderschrijft.

De regels belemmeren op dit moment de toegang tot de Europese markt, zeggen de partijen, omdat ze doen alsof de EU en de COMESA-landen een gelijk niveau van economische ontwikkeling hebben. Volgens Onderdirecteur Bedrijfsleven in het handelsministerie Alfred Vilili willen de Malawische zakenmensen dat ze hun materiaal ook uit landen mogen halen die niet aan de EPA’s deelnemen. De huidige ACP-EU-regels van herkomst zijn zo restrictief, en administratief zo ingewikkeld, dat preferentiële tarieven weinig gebruikt worden.

De veertig bedrijven die deelnamen aan de bijeenkomst hebben samen 102 producten als kwetsbaar aangemerkt. Daaronder vallen de belangrijke exportproducten tabak, katoen, thee, textiel en suiker. Criteria zijn: belastinginkomsten, werkgelegenheid, kwetsbaarheid van opkomende industrieën, nationale veiligheid, milieu en voedselveiligheid.

“Wij willen de kleine boeren die deze goederen produceren, beschermen door ze aan te moedigen om over te schakelen op producten die meer waarde toevoegen. Ze moeten ook gestimuleerd worden om meer lokale materialen te gebruiken”, zei de Directeur van Handel, Harrison Mandindi.

Net als Mandindi benadrukte Vilili het belang van de lijst en maakte hij zich zorgen over de-industrialisering als gevolg van handelsliberalisering. “Het niveau van ontwikkeling van de beide partijen is verschillend. Industriële activiteiten die gebaseerd zijn op landbouw zijn heel belangrijk voor Malawi. De concurrentiepositie is daarbij van grote zorg.”

In veel Europese landen werken veel mensen in de staal- en de textielindustrie, daarom staan die producten op de Europese lijst van kwetsbare producten, net als rijst en suiker.

Malawi moest voor 15 augustus de lijst inleveren bij de COMESA, die een regionale lijst maakt voor de onderhandelingen. De eerdere lijst van de COMESA bevatte 2.900 producten, vooral uit Uganda en Kenia, maar dat aantal moesten de landen begin augustus terugbrengen.

BRON:
http://www.ipsnews.be

IPS DOOR:

Deel dit artikel